woensdag 17 mei 2006

SOLIDAIRE POLDERWIND

BL Commentaar 17 mei 2006 * Hirsi Ali

door Tom Zwitser

Ayaan Hirsi Ali is geen Nederlandse concludeert minister Verdonk. En ook niet als het aan Ilja Leonard Pfeiffer ligt.
Voor de rest is er geen nationaal intellectueel die onverhoopt mee wil graaien naar Ayaans paspoort. Een rondje langs
de velden.

Van de kranten verwachten we al jaren geen afgewogen oordelen meer, maar vandaag is het miserere nobis met de Vaderlandse opinie.
Het lukt de intelectuelen niet om tot hun geroemde intellectuele afweging te komen. Ja natuurlijk, de tijd voor zo'n afgewogen oordeel
ontbrak in alle haast en verontwaardiging, en natuurlijk is het "tonen van emoties" ook wel eens goed. Een en een is twee, en zo kan de
opiniepagina van het NRC linea recta bij het oud papier als een oprisping van nationaal intellectueel sentiment.

VVD talent Luuk van Middelaar kopt "Stoomwals Verdonk verplettert Hirsi Ali". In het midden van zijn artikel staat de vraag afgedrukt
"hoe we dit in het buitenland gaan uitleggen". Stoomwalsen en Buitenlanden, het houdt niet op bij Van Middelaar. Volgens goede gewoonte
gaan we ieder Nederlands paspoort dat we uitgeven, direct in "het buitenland" verantwoorden, en dus doen we dat ook met het innemen
van paspoorten. Net zoals we iedere onbarmhartig behandelde asielaanvraag direct aan het buitenland gaan verantwoorden. Net zoals we
bij iedere morele casus direct het buitenland in onze nek voelen hijgen. Verwachten we hetzelfde beschuldigende vingertje uit het buitenland
dat wij altijd zelf naar het buitenland uitsteken? Zo'n dikke lange middelvinger van Chirac, zo doet het buitenland dat vervolgens naar ons!
Het buitenland, tsssss. Het zou wat.

Men weet weer goed raad met Verdonks vaarkunsten in de koppen: "Recht door zee het land uit". Ook ander drama wordt niet geschuwd:
"Schande: Mohammed B kan tevreden zijn" en het redactioneel van het NRC verschijnt onder: "Blunder Verdonk". Natuurlijk mag een
nationaal protest ook niet ontbreken. Nelleke Noordervliet en Geert Mak schreven samen een stukje, ondertekend door verschillende
prominente Nederlanders: "Opnieuw gedwongen te vluchten". Bij het lezen van de kop breken de tranen dusdanig los dat verder lezen
belemmerd wordt. Geroerd tot in het diepst van de ziel zien wij Ayaan opnieuw vluchten. Net als toen ze 11 was, net als toen ze 21 was. Uit
een pure obsessieve dwang.

Wat een solidariteit alom. Intellectuelen en solidariteit. Dat gaat nooit verder dan een handtekening zetten onder een "nationaal protest"
of eens iets in de krant schrijven. Heerlijk toch, prominente Nederlander zijn? Zijn ze ook zo solidair dat ze tegelijk met Ayaan hun
paspoortje komen inleveren bij Verdonk? Als protest? Of kunnen ze dan niet meer door de krant worden betaald voor de vodjes die ze
inleveren? Is dat fiscaal gezien niet handig?

De grote ontknoping is in de Tweede Kamer. Ieder kamerlid uitgezonderd Hilbrand - The Pig - Nawijn is verontwaardigd over Verdonks
besluit. Men komt niet aan een kamerlid, is de algemene teneur. Komt men aan een kamerlid, dan komt men aan de Kamer. Afpakken van
paspoorten van kamerleden doet men niet, hoeveel leugens er ook aan vooraf zijn gaan. Nee, daarentegen is Verdonk nu wel tever gegaan.
Ze constateerde slechts dat Ayaan in feite geen Nederlandse is omdat haar gegevens niet klopten, maar zelfs dat mag ze niet constateren.
Leugens honoreert men met paspoorten en constateringen honoreert men met moties van wantrouwen.

De PvdA huilt volop mee met de huilende wolven in het bos alhoewel Verdonk niets meer gedaan heeft dan een PvdA-wet uitvoeren waarin
destijds geen enkele genade clausule in opgenomen is over het middels verzonnen gegevens verwerven van een Nederlands paspoort. Maar
nee, Wouter Bos schreeuwt net zo hard mee. Immers, niet de wet was hard, maar Verdonk was harteloos.

Een volgende vraag is wat Verdonk met Ayaans paspoort gaat doen? Wie krijgt Ayaans paspoort? Recyclen we dit naar een andere
asielaanvraag die al 6 tot 9 jaar schrijnend ligt te wezen? Mag er nu een ander onder de fakenaam Ayaan Hirsi Ali het Nederlanderschap
verwerven, of doen ze inmiddels ook de leugendetectortest bij de IND? Of zal Verdonk er opgelucht haar achterste mee schoonvegen en het
door het toilet spoelen?

Nee, Verdonk mag nu vrezen voor haar carrière. De massa ruikt bloed. Zij is het enige slachtoffer van deze affaire. Als er sprake van een
complot is, zou je denken dat de VVD hoogst persoonlijk bezig is partijpolitiek te bedrijven, opgezet door Van Aertsen en zijn compaan Van
Middelaar. Of door Rutte, waarna Van Middelaar zijn kaarten openlijk op hem heeft gezet. Rutte vraagt Ali haar leugens internationaal
bekend te maken, omdat enig ophef voor haar niet meer nadelig is in de V.S, vervolgens moet Verdonk er wel werk van maken en recht
door zee als ze is, concludeert ze dat Ayaan geen Nederlandse is. Iedereen boos, Verdonk exit, Rutte lijsttrekker.

Verdonk wordt van alle kanten aangevallen over haar kordate optreden. "Ze heeft zichzelf helaas geen tijd gegund wat milder met de zaak
Ayaan om te gaan", aldus VVD-er Van Beek. Van alle kamerleden schreeuwen Verdonks eigen VVD-ers het hardste van Schande, Moord &
Brand en ander fraais. Ze lag op koers voor het lijsttrekkerschap, nu is ze eenvoudig een ravijntje in geduwd. En onthoudt die Luuk van
Middelaar. Als hij politiek talent heeft, dan is het wel om oude schepen tot zinken te brengen en op het nieuwe schip de koers uit te
stippelen. Wanneer zal hij de nieuwe man van Rutte worden?

Tussen al het huichelachtige drama heeft de nuchterheid van Nederland zijn toevlucht genomen tot een dichter. Pfeiffer - een oerhollandse
naam - bestempelt Ayaans werklust als "een ondoordachte en irrationele kruistocht tegen het geloof van haar ouders". En dat is precies
hetgeen zo op prijs gesteld wordt door alle veertigers en vijftigers die nu aan het roer van het Nederlandse Intellect staan. Prominent en
solidair, zolang het maar uit pure obesessieve dwang gericht is tegen het geloof van hun ouders.

Lees verder...

zaterdag 6 mei 2006

VERZETSGROEP NEELTJE

bitterlemon.eu - VERZETSGROEP NEELTJE

een column, door Tom Zwitser, 6 mei 2006

Op bevrijdingsdag jongstleden is er een nieuwe verzetsgroep opgericht. Een vriendin van me woont vlak bij een park waar jaarlijks de
bevrijding gevierd wordt. Het is ten eerste al vreemd dat herdenken en vieren op twee verschillende dagen zijn gepland en het is aan de
goedheid van enkele hoogheden nog te danken dat die dagen direct na elkaar vallen. Vreemd dat herdenken en vieren überhaupt van elkaar
gescheiden zijn, vroeger was dat in een en hetzelfde gevat: bijvoorbeeld het gedenken en het vieren van de sabbat, zoals deze nog door
gelovige Joden gevierd wordt. Het is noch een domweg ‘uit je bol gaan’, noch een kunstmatig ‘heel bewust en serieus iets zeer ernstigs
herdenken’ met minuten stilte en dergelijke. Voeg je die twee samen dan heb je al snel een godsdienstig feest, waar men noch redeloos uit
een ieder zijn dak gaat, noch zeer ernstig twee minuten stilstaat bij een universeel abstractum. Nee, gedenken en vieren blijven beide
concreet.

Het einde van een moderne oorlog als, zeg een Tweede Wereldoorlog vieren we op een moderne manier: zonder God en met lawaai. Waar
die twee minuten stilte de dag ervoor dan aan gewijd zijn? Hoe meer minuten stilte, hoe meer lawaai men de dag erop mag maken. Ik heb
geen idee waar die stille minuten toe doen. Men moet waarschijnlijk iets universeels gedenken. Iets universeels is al tijden populair. Niet
God, maar zoiets als de Dood, de Slachtoffers, de Vernietiging. Nogmaals; ik weet het niet, maar het zal zoiets zijn.
Maar nu die verzetsgroep, die vriendin en dat park. Het vieren van bevrijdingsdag gaat gepaard met onophoudelijke verdovende decibellen
en oneindige stromen lauw bier die men met het herdenken node gemist heeft. Het vieren gaat door tot in de kleine uurtjes en de hele stad
dient te weten wat er in het park gevierd wordt: we zijn bevrijd (maak kabaal)!

Bevrijd van wat, en welke vrijheid hebben we gekregen? Zijn we vrij om zo hard mogelijk lawaai te maken? Om zoveel mogelijk te zuipen?
Deze anonieme vriendin woont vlakbij het park en heeft de hele dag de vrijheid moeten genieten. Voor het huis of achter het huis; de
decibelmeter sprong op elke willekeurige plek aan stukken. Deze dag was bedoeld, zo doet een van de complottheorieën vermoeden die mij
ter ore kwamen, om een totale uitdelging tot stand te brengen van decibelmeters en van menselijke gehoorgangen en inpandige
trilhaartjes.

Daar komt bij dat ik de vrijheid waartoe ik veroordeeld ben al langer betwijfel. Ik ben zo brutaal geweest mij ondankbaar over de vrijheid
te voelen. Eerst twijfelde ik zachtjes voor mijzelf, maar op een keer, toen ik deze twijfel wat voor mij uit murmelde, werd ik betrapt. Ik had
geluk want het was een geestverwant. Wij waren allebei verbaasd dat er überhaupt geestverwanten van deze specifieke twijfel zijn. Hij was
de eerste geestverwant die ik tegenkwam. Al spoedig volgden er meer.

De vrijheid om, wanneer ik wat nodig heb en geld bezit, een willekeurige winkel binnen te schieten waar het horen en zien me vergaat,
ervaar ik steeds minder als vrijheid. Elke winkel met als uitzondering hier en daar een supermarkt neemt deze vrijheidsdwang over. In de
stad worden de oprechte burgers in iedere commercieel aantrekkelijke straat met loeiharde elektronische puls en ander ongenoeglijk geluid
om de oren gekletst als blijk van grote vrijheid en uitnodiging tot enthousiast koopgedrag. Het is hier elke dag bevrijdingsdag. Pas in het
luxe marktsegment treft men rustige winkels, waar in gepaste stilte of met goede muziek voor gillende bedragen een broek verworven kan
worden. Stilte is duur. Lawaai is zo goed als gratis. En goed geluid is bij deze twee een onbegrijpelijk fenomeen.

Daarom is verzetsgroep Neeltje opgericht. Bij dit initiatief van de vriendin die ik - te harer welzijn - niet bij name noem, heb ik mij
weliswaar slaafs, maar op hartstochtelijke wijze aangesloten. Verzetsgroep Neeltje verzet zich tegen de vrijheid. Deze vrijheid althans.
Verzetsgroep Neeltje bedient zich van de middelen Sabotage en Geweld, en daarna van Pogingen tot Staatsgreep en wanneer deze hun
vruchten beginnen af te werpen bedient Neeltje zich van Gezonde Censuur.

Wij willen ons ten eerste bezig houden met het saboteren van Bevrijdingsdagen. Die dagen schrappen wij van de kalender. Te zijner tijd
wordt aan deze dagen een godsdienstige invulling gegeven. Maar eerst snijden wij op stiekeme wijze kabels door en laten noodaggregaten
vakkundig de geest geven. Daarna overvallen wij cd-winkels en leggen muziekservers van het internet plat om zodanig de distributie van
lawaai en decibellen te vertragen dat het Promotieteam van Vertragingen bij de Nederlandse Spoorwegen er jaloers op zal zijn.

Over dit laatste twijfelen wij nog: Wij kunnen ook zorgen dat we met enkele welgemikte investeringen de muziekmarkt volledig in handen
krijgen, zodat we de muziek kunnen distribueren zoals destijds het voedsel met voedselbonnen werd verstrekt. Wij creëren dan op een
fatsoenlijk kapitalistische wijze een muziekschaarste. Het merendeel van het lawaai ontstaat immers door muziekovervloed. Vanwege het
teveel aan muziek moet alles elkaar overschreeuwen, van het een komt het ander, en al snel is schreeuwen de norm. Dit willen we door
muziekschaarste tegengaan. Het mechanisme laten we juridisch helemaal dichttimmeren zodat geen enkel politiek besluit een
concurrerend initiatief toe kan laten tot de muziekmarkt.

Wij laten allereerst nog geluid maken van alle niveaus, zoals die er nu ook zijn. Wij zullen zeer mondjesmaat de ronduit infantiele
beukherrie produceren zoals die nu massaal geproduceerd wordt, alsook de delicate omgang met geluiden die liefhebbers van klassieke
muziek en aanverwante cross-overs ontwikkeld hebben.

Wat er nog bij hoort is een totale radiostilte wat de muziek betreft. Wij verbieden elke populaire zender. Wij trekken ze eenvoudig van de
zendmast. Ook wat de informatievoorziening betreft wordt elke twijfelachtige geluidsbyte van het net gehaald. We gaan weer terug naar
een stelsel van drie radio- en tv-zenders die de Goede Smaak hooghouden. Op tv en radio zal er in stijl en op niveau geconfereerd worden.
Daarnaast zal er tevens een radiozender en een tv-zender aan de stilte gewijd worden, onder het motto ‘geen geluid is goed geluid’. Aan
mensen die niet in ene keer aan de drie radio en tv-zenders van de Goede Smaak kunnen wennen, wordt aangeboden deze apparaten
gewoon aan te laten, en af te stemmen op de zender die stilte uitzendt. Dit wordt stilte op hoog niveau. Er zal gegarandeerd geen ruis te
vinden zijn. Deze zender zal van Vaals tot Terschelling in goede staat ontvangen kunnen worden, maar zal al spoedig wereldwijd het
evangelie van de stilte verkondigen.

Muziek zal, behalve in concertzalen en in operahuizen, alleen op kamersterkte worden toegestaan. Overtredingen worden zwaar bestraft,
met bijvoorbeeld een jaar opsluiting, waarvan de eerste 6 maanden in absolute stilte, voorzien van eenvoudige, maar gezonde voeding, en
gedurende de tweede helft mag men werken in de gevangeniswerkplaats: onder toezicht, maar zonder muziek. In de werkplaats wordt men
in een of ander eeuwenoud ambacht onderwezen, waar, in de beoefening ervan werkelijke voldoening schuilt. Eenmaal terug in de
maatschappij hongeren zij oprecht naar de uitoefening van dit ambacht en naar de authentieke akoestiek die deze arbeid met zich
meebrengt.

Nederland zal hoe dan ook aan de stilte moeten wennen en bevrijd worden van de dictatuur van bovenal elektronisch lawaai. Wanneer deze
bevrijding een feit is, wordt Nederland zachtjes aan opgevoed met een delicaat besef van geluid. Mensen lopen fluisterend over straat uit
louter genot en kinderen zijn eerbiedig naar datgene dat ze nog niet begrijpen, maar wat ze werkelijk willen begrijpen, om, wanneer ze later
groot zijn ook delicaat met geluid te kunnen omgaan. Kinderen zullen niet meer hun dagen vullen met krijsen om aandacht en ouders
zullen minder gejaagd zijn, omdat ze zonder lawaai niet meer opgejaagd zullen worden.

Verzetsgroep Neeltje realiseert zich dat Utopia niet weggelegd is voor deze aarde, maar ze beseft ook dat de aarde niet om die reden een
Anti-utopia hoeft te worden. In deze een balans van goede gewoontes aanbrengen is de doelstelling van verzetsgroep Neeltje. Het zal de
helderheid in de wereld ten goede komen - in feite zoals het ook ooit was.

Lees verder...

zaterdag 15 april 2006

BRO HENK

een column, door Tom Zwitser, 15 april 2006

"...Maar we zijn er nog. Yes, we bestaan nog. Vandaag zijn we bij elkaar rond het thema Ongelooflijke Vrijheid..."
De persoonsanalyse van deze week treft de 63-jarige Henk. Hij is als leidend evangelicaal een uitermate interessant studieobject. U treft
een deze week gepubliceerd essay over de evangelicale beweging en het ontstaan daarvan aan op deze webstek, [1] maar Henk kwam
daarin niet voor. Wanneer u geïnteresseerd bent geraakt in evangelicaal Henk, wordt u van harte uitgenodigd verder te lezen. Dat zouden
wij erg fijn vinden.

Henk op zondag

Op zondag is Henk de joviale opa die voor ieder kind een lach en een vriendelijk woord over heeft. Ook voor evangelische kinderen van 30
jaar en ouder. Iedereen is immers een kind. Althans, iedereen zou een kind moeten zijn. Daartoe dient de aansporing “wordt als de
kinderen, anders kun je het koninkrijk Gods niet binnen gaan”. En wees eerlijk: wie wil nu niet het Koninkrijk Gods binnengaan? Met de
kindwording is infantiliteit tot norm verheven. En Henk is de hoeder van deze norm. De aansporing is een vaste formule geworden. Een
toverformule. Wanneer hij op zondag temidden van de kinderen en van de broeders en zusters het welkomstwoord tot de gemeente mag
richten, zegt hij:

‘Ja lieve kinderen, lieve moeders, en lieve mannen-kerels (wij mannen mogen dat wel eens tegen elkaar zeggen) een hele week lang hebben
we dit moeten missen. Op woensdag hebben enkelen in kleine groepen uit het geweldige bijbelboek Job heerlijk lessen mogen leren en op
vrijdagavond hebben heel veel kinderen fijn liederen met elkaar gezongen tijdens de sing-in. En uiteindelijk zijn we nu weer met z’n allen bij
elkaar en dat is al weer een week geleden. Maar we zijn er nog. Yes, we bestaan nog. Vandaag zijn we bij elkaar rond het thema
Ongelooflijke Vrijheid. En dat willen we toch niet missen! Wanneer straks de kinderen naar hun zondagsschool gaan - nadat we drie
liederen met elkaar hebben gezongen - hoop ik dat we hen met liefde uitzwaaien. We mogen ze gerust een zoen of knuffel meegeven omdat
we van hen houden. Want laten we niet vergeten dat we moeten worden als de kinderen. Laten zij een voorbeeld voor ons zijn. Anders
komen we het koninkrijk der hemelen niet binnen. Laten we ons bevrijden van onze regeltjes, onze vooroordelen en laten we worden als de
kinderen: ongelooflijk vrij!'

De lezer zal misschien - anders dan de lieve gelovigen in de kerk - bij deze woorden geen oprechte glimlach om zijn mond hebben, hij zal
zich niet warm en welkom voelen. Als het goed is zal hij ook de rol van Henk doorzien. De rol van Henk steunt op de rol die de gemeente
(terug)speelt. Men bevestigt elkaar in het rollenpatroon. Dit proces zou men "Evangelische Dialogen" kunnen noemen. Henk is een expert
in de Evangelische Dialoog. Zolang hij er steeds bedrevener in wordt anderen een aangenaam gevoel te geven, geven die anderen hem dat
ook terug met een glimlach, een zegenwens, een warm blijk van medeleven of een dankwoord voor zijn warme woorden. Het werkt
allemaal bij Henk. Alles in dienst van die lange levensmars richting het grote koninkrijk der hemelen. Zelf groeien door anderen heeft hij
tot zijn persoonlijke project bestempeld. Zo valt er voor hem ook nog wat te groeien in het geloof. Groeien om te worden als een kind. Niet
kinderlijk, zelfs niet kinderachtig, nee: het infantiele, het kindse. Of kunnen we, gezien de leeftijd van het evangelicalisme beter zeggen; blind
voor de eigen seniliteit, rotting en versterving? Hij mist zowel de onbevangenheid van het kind als de wijsheid van de bejaarde die na een
lang leven niets meer gelaten wordt dan zijn eigen dood te sterven. Neemt de evangelische beweging nog in aantal toe, de inhoud rot weg
als sneeuw voor de zon.

Henk door de week

Wanneer de inhoud er niet meer is, mag men zich in alle ernst afvragen wat men nu werkelijk met elkaar deelt behalve dit rolbevestigende
gevoel? De jeugd (12 - 40 jaar) heeft op vrijdagavond met elkaar liedjes geblèrd in de grote zaal waar voor de sfeer wat discobollen zijn
opgehangen (die wel makkelijk te verwijderen zijn, voor de zondag). Drie gekleurde lampen cirkelen hun lichtbundels in de zaal rond en
men doet met veel inzet hun best om op eigentijdse wijze de kinderen bij de kerk te behouden. Ze ‘mogen’ zelf hun eigen vrijdagavond
invullen. Al is er wel iemand aanwezig van het kader van leidende broeders om er een oogje op te houden. Voor al het overige zijn er drie
jeugdwerkers die zich bijvoorbeeld bekommeren om de ongelovige vrienden die van de straat worden meegenomen en waar er altijd twee,
hooguit drie van aanwezig zijn. Het is op zo’n moment gebruikelijk deze mensen heel vanzelfsprekend te ontvangen, maar de handdruk is
dan net even hartelijker dan gebruikelijk, de welkomstglimlach net even breder en wanneer de jeugdwerker er mee aan de praat raakt,
wordt er snel door twee of drie anderen het initiatief genomen om in een kamertje ernaast voor het verloop van het gesprek te bidden. Het
resultaat ervan wordt voor de zondagdienst doorgespeeld aan Henk, zodat hij in de dienst kan danken voor de goede dingen die er weer
gebeurd zijn - en uiteraard nog staan te gebeuren.

Henk is, behalve tijdens een beperkt optreden op zondag, vooral de grote man achter de schermen. Hij neemt bijvoorbeeld zorg voor alle
cursussen die er gegeven worden. Bijvoorbeeld de Alfacursus en cursussen als De bijbel open, De bijbel door en De bijbel dicht. Van Genesis
tot openbaring, alle cursussen hoe gek ook, bestaan in de evangelische wereld. Het is de wereld van deelcertificaten en stapsgewijze
promotie. Wanneer je er enkele gedaan hebt en je bent gegroeid, mag je zelf een Alfacursus gaan leiden. Henk zit in een comité dat al die
cursussen uitdenkt, of hij is iemand die dat comité aanstuurt. Henk houdt van zijn rol en speelt die dusdanig dat hij er zelf best in gelooft.
Niet altijd, maar tijdens het spelen van zijn rol kan hij het niet laten er zelf van harte in te geloven. Het drama dat hieruit voortkomt begint
al met dat Henk geen rollen kan spelen. Hij is net als Andries [2] een slecht acteur.

Behalve het proletarisch gezang heeft men ook de gezamenlijke cursus als bindende factor. Het netwerk van "een cursus geven en twee
andere volgen" is ontzettend hecht, ook de status die erbij komt is belangrijk - en natuurlijk de verantwoordelijkheid. Een goede betrokkene
van het cursusgebeuren staat met twee benen in het leven: met het ene been weet hij heel goed wat er in de wereld te koop is en wat er in
jongeren omgaat, en uit de andere spreekt een soort innerlijke bezinning. Hij kan in ieder geval uitstekend ernstig staren. Dan zegt hij
zoiets als ‘maar natuurlijk zijn er altijd te weinig cursussen en er kunnen altijd meer mensen bij. Gods koninkrijk is nooit te vol.’
Henk in het koninkrijk der hemelen

Uiteindelijk marcheert men Gods koninkrijk binnen met discobollen, draaiende lampen en ver voor de stoet uit een glimmende Henk.
Lachend wijst hij op de schare jeugd achter hem: "We hebben ze behouden hoor! We moesten zelf ook als kinderen worden, en dat was
moeilijk maar we hebben het gered." Dit moment is de droom van Henk. Zijn triomftocht. Intussen doet Petrus z'n best aan de poort,
maar hij verliest het ook van deze overmacht aan schreeuwerige infantiliteit en gekerstend hedonisme. De stroom is niet te stuiten. Wij
wisten dat natuurlijk allang en hadden het hem al veel eerder kunnen vertellen, zij het dat Petrus op zijn oude dag wat doof geworden is.
Ach hemelpoort... Voor de evangelische beweging is er geen poort nodig. Waarom ook? iedereen is toch van harte uitgenodigd? Wij zouden
het erg fijn vinden als er niemand buitengesloten wordt. En Petrus? die laat men z'n gang nog een beetje gaan. Uiteindelijk is hij gewoon
een oude traditie, een fossiele gewoonte waar men in het koninkrijk nog een beetje clementie mee moet hebben.

Maar, anders dan destijds in Hamelen, zijn het niet alleen de kinderen die de stad uitgelokt worden, maar lopen ook de ouders enthousiast
zingend mee: "Met z'n allen voor Gods troon..." Henk, als professionele rattenvanger die weet wat er in de wereld te koop is, heeft de
kinderen meegelokt en gekocht. En de ouders in een koop erbij. De juiste deun, een glanzende discobol en de jeugd blijft heel eigentijds kerk
en koninkrijk trouw. Toverwoorden zijn "geloof van het hart", "bewogen zijn met de mensen" en de immer vloeiende genade doet de rest.
Dat men zoals vroeger een vervelend kind in de kerkbank rustig een draai om de oren gaf om het eerbied voor het onbegrijpelijke en heilige
bij te brengen, is he-le-maal uit de tijd. Er moet tegelijk getoverd en onttoverd worden.

Hemelen of Hamelen?

En Hamelen? Dat is leeg en verlaten: geen ratten, geen kinderen. Er is geen mens meer op straat, behalve wat bejaarden die niet met de
muziek mee konden. (Die ook niet met de muziek mee wilden.) Dit lege Hamelen is de Hemelvaart van Henk. Onder begeleiding van zijn
toverfluit, de vaste formules en de discobol lokt hij iedereen de stad uit. Waar hebben de mensen het aan verdiend?

Wat houd je nu over wanneer Henk zijn rollen verliest? Wie is hij eigenlijk? Henk heeft rechten gestudeerd en heeft weet van drogredenen,
onechte argumenten en misleiding. Dat moet ook wel als je geacht wordt te weten wat er in de wereld te koop is. Henk is helemaal niet zo
naief als zijn rol hem laat schijnen. Daarbij is hij ook superieur in de vergaderingen met de andere leidende broeders, zonder dat deze
doorhebben waarmee hij hen belazert. ‘Belazeren? Kom op! Henk heeft visie en visie hebben we nodig'. We hebben iemand nodig die de
koers kan uitstippelen en Henk kan dat. Maakt het voor Het Aangename Gevoel nu werkelijk uit hoe dat veroorzaakt wordt? Het gaat er
immers om dat men elkaar aangenaam doet voelen. Compassie, daar gaat het om. Wederzijdse compassie is pas werkelijk vrij zijn.

Visie? Koers? Compassie? Henk is niets meer dan een manager. Hij is een procescontroller. Het gaat hem niet om het betoveren van de
ratten, het gaat hem om het betoveren van de mensen. Hij is getraind in het ontwikkelen van beleid - ook zo'n toverwoord - en wil het
proces beheersen. Daarvoor hanteert hij vaste formules waar niet vanaf geweken mag worden. Iedereen speelt zijn rol met verve en daar
ziet hij op toe. Men behoudt de jeugd, men behoudt het koninkrijk der hemelen, men behoudt elkaar, men behoudt de Bijbel. Men behoudt
wat er is [3] en kient de groei zorgvuldig uit. Henk heeft alleen wat toverwoorden en zijn toverfluit nodig. Hij zou een goede leraar van
Harry Potter zijn. De evangelische beweging lijkt daarbij op een Zwijnstijn waar men op bezems door de lucht zweeft en waar in de kelder
het grote schaakspel tegen het Kwaad aan de gang is. Een hele heisa van bovennatuurlijke krachten waar geen fatsoenlijk mens iets mee
van doen zou moeten hebben, maar zo niet Henk. Hij neemt vrijmoedig wat zetten voor zijn rekening. Deze vrijmoedigheid getuigt immers
van grote compassie.

Hij draagt zorg voor het netwerk van laagdrempelige cursussen waarin alle doordeweekse (on)geloof wordt omgetoverd naar het immer
durende geloof van de compassie. Men leert niets anders dan hollen door eindeloze gangen zonder deuren. Altijd maar hollen, ieder op zijn
eigen tempo. Iedereen wordt bezig gehouden met zijn eigen groei. Wanneer iemand zich afvraagt waarom men holt, dan is het antwoord
dat hij nog meer moet groeien voordat hij "het" mag zien, en dus holt men verder. En wat is het fijn om te zien dat iedereen groeit in zijn
geloof. Inderdaad: die groei is wel vereist, wanneer men uiteindelijk moet geloven wat men allemaal ziet. Het is werkelijk ongelooflijk.

Noten

[1] Evangelisch simplisme
[2] ESPRESSO: Intellectueel 28 februari 2006
[3] Aldus is het openbaringsvers tot kunst verheven: "Ik kom haastelijk, houd wat gij hebt opdat niemand uw kroon neme", Openbaring 3:
11.

Lees verder...

vrijdag 7 april 2006

bitterlemon.eu - SOCIAAL, DEEL 2

een column, door Tom Zwitser, 7 april 2006

Na de consternaties rond mijn huisgenoot, twee columns geleden, zijn er weer vorderingen te melden. Ik ben laatst kwaad geworden toen
ik weer eens langer dan een half uur zijn immorele teksten en gedreun moest aanhoren en van de week is er daarom een vergadering
belegd met alle huisgenoten om het geheel te sussen en, vanwege de spanningen, enkele regels voor het geluid overeen te komen. Niet dat
die er daarvoor niet waren, maar opeens was daar onduidelijkheid over. Ik had die regels helemaal verkeerd begrepen en met mij nog
iemand: onze inpandige verhuurster.

Mijn huisgenoot kwam in een hemdje en sportbroek nors op de bank zitten. Een understatement. Hij was namelijk nog bloedchagerijnig.
En dat al sinds het incident. Met horten en stoten kwam er een gesprek op gang: hij vertelde dat we met z’n vieren in een huis wonen en dat
er dus compromissen gesloten moeten worden. Bovendien verweet hij me dat ik daartoe niet in staat was. Telkens namelijk, wanneer hij
mij komt vertellen dat hij wat lawaai wil gaan maken, dan antwoord ik daarop dat het prima is, zolang ik er geen last van heb.

Mijn huisgenoot vindt dit geen gesprek. Hij zei dat ik altijd hetzelfde zeg en dat er dus niet met mij te praten valt (en dat is asociaal). Nu
voelde ik de sterke neiging om hem nog eens exact hetzelfde te vertellen: ‘Ik ben heel flexibel; je mag van mij heel veel lawaai maken, zolang
ik er in mijn kamer maar geen last van heb. In de woonkamer is dat het geval en dus kan je daar heel veel lawaai maken. Wanneer ik dan
in de woonkamer kom, neem ik dat voor lief. Maar ik neem het niet voor lief dat ik in mijn kamer jouw herrie moet aanhoren. Zelfs niet
voor een half uur. Mijn kamer is de grens. Daarbuiten ben ik erg flexibel.’ Maar dit vindt hij terecht geen gesprek, en wat het dan wel is
wist hij niet te vertellen. Dat kan ik wel: hij is gewoon erg doof. Hij luistert niet, hoe vaak ik het ook zeg. Daarom wil het maar geen
gesprek worden.

Dit zei ik echter niet. Ik zei helemaal niet veel tijdens de vergadering. Zijn chagerijn nodigde niet uit om te gaan kwebbelen. Dat is immers
asociaal. Ik had er niet veel zin meer in. Maar ik ontdekte een nieuw fenomeen: wanneer je zelf weinig zegt dan gaat de andere partij ineens
veel meer zeggen. Uiteindelijk zei hij uit zichzelf dat hij zich met dat incident niet aan de regels had gehouden qua volume van de muziek
e.d. Maar dat ik er terecht iets van gezegd had, gaf hij niet toe. Want dan ben ik immers nog niet flexibel genoeg geweest om zijn
overtreding met liefde door de vingers te zien: ‘dan gun ik hem dat niet.’

Maar ik zei niet veel. Ik zei ook niets van zijn nieuw geleerde woord ‘compromissen sluiten’. Ik heb hem er zelfs niet mee
gecomplimenteerd, wat op de keper beschouwd erg asociaal is. Ik zei ook niet dat wanneer het alleen om het sluiten van compromissen
gaat, het een mooie boel zal gaan worden. Dan zet ik toch gewoon zo hoog mogelijk in om datgene te bereiken dat ik heimelijk al wilde
bereiken. Maar vervolgens gaat de ander dat ook doen en bereik ik mijn doelstelling niet, dus ga ik nog hoger inzetten om het toch te
bereiken en voila, op deze manier schijnt het te werken in de wereld.

Maar zo werk ik niet en dus zei ik weinig. Uiteindelijk werd er een nieuwe regel opgesteld: wannéér - wanneer hij voor de duur van
maximaal een half uur tot driekwartier herrie wil maken die mijn kamer kan bereiken, ga ik beneden de krant lezen of even eten. Dan
zorgt hij dat ik daar niks van zijn muziek hoor. Zo is er altijd een goede plaats in huis waar ik zijn muziek niet hoor. Ik ging er zonder
manco mee accoord, ook omdat dit bijna exact de oude afspraak was die ik ‘verkeerd had begrepen’.

Maar het vreemde was: na afloop van de vergadering voelde ik me niet socialer, flexibeler of leuker en dus een betere huisgenoot die geluk
aan zijn medebewoners schenkt en daar zelf ook warm en sentimenteel van wordt wanneer hij eraan denkt hoe goed hij eigenlijk is geweest.
Niets daarvan voelde ik. Mijn huisgenoot zat daar nog steeds nors -ietsje minder misschien, de andere twee huisgenoten zaten er opgelucht
bij en ik - ik zei weinig en had ook weinig zin om iets te zeggen. Ik was nog steeds asociaal.

Lees verder...

zondag 2 april 2006

MENZIS BEDROG

bitterlemon.eu - MENZIS BEDROG

een column, door Tom Zwitser, 2 april 2006

Een oudere vriend vertelde me onlangs dat hij voor zijn gezondheid blijvende fysiotherapie nodig heeft. Daarvoor is hij verzekerd. Bij
Menzis overigens. Hij loopt zo tegen de zestig en het gestel kwakkelt behoorlijk chronisch. In zijn polis staat de omschrijving ‘100%
vergoeding van fysiotherapie’. Het is het op een na duurste pakket en er zitten nogal wat plussen aan, vergeleken met een basispakket. En
het kost ook wat meer dan een basispakket.

Dus is de fysiotherapie in volle gang: nek, nek en nog eens nek, maar ook een deel schouderproblemen. ‘t Zit allemaal vast. En na een week
zit het weer vast en is er nu naast de fysiotherapie ook nog fitness om de boel wat sterker te maken. Dat helpt ook, maar niet zo dat hij de
fysiotherapie kan laten schieten. Nu zou dat met de omschrijving in de polis van de zorgverzekering ook geen probleem moeten zijn. En
vanuit die hoek is het ook geen probleem. De zorgverzekeraar, Menzis zorg en inkomen, heeft het vanuit een andere hoek geprobeerd: het
centrum voor fysiotherapie waar mijn vriend werkt heeft een contract met de verzekeraar en daarin staat - maar dat is geheim - dat elke
klant maximaal elf behandelingen mag krijgen. Dit terwijl de klant denkt dat hij alle fysiotherapie vergoed krijgt. Daarna mag het
fysiotherapiecentrum geen behandelingen meer geven. De klant moet gewoon na elf behandelingen de deur uitgewerkt worden.

Wanneer het centrum regelmatig over de schreef gaat en mensen met meer dan elf beurten behandelt, dan verbreekt Menzis het contract
met ze. Dat doen ze natuurlijk ook wanneer deze uitbuiting publiekelijk bekend wordt. De fysiotherapeut zit dus in de klem. En niet weinig.
In de bewuste polis staat ook dat de klant bij een niet door Menzis gecontracteerde fysiotherapeut maximaal 250 euro vergoed krijgt. Dat
lijkt mij goed voor zo’n 5 behandelingen, al weet ik de precieze tarieven niet. De klant gaat dus liever naar een gecontracteerde therapeut
omdat diens behandelingen 100% vergoed worden.

Nu mijn oudere - niet met name te noemen vriend: deze is met elf behandelingen niet genezen, en naar het zich laat aanzien, ook niet met
twintig. Het is een lange weg naar herstel, als de relatieve ouderom herstel al mogelijk maakt. De fysiotherapeut heeft tegenover hem zijn
mond voorbij gepraat en had dat niet mogen doen. Maar, zei hij, dan kunnen we een andere code schrijven. Doen we niet code nek, maar
nog eens code schouder. En dan kan ik weer elf behandelingen geven. En dan hopen dat Menzis niet al te streng controleert. Want ze
hebben ons al eens gecontroleerd.

Hieruit begrijp ik dat in de kleine drie maanden dat het nieuwe verzekeringsstelsel nu draait en mensen dus eerst elf behandelingen moeten
krijgen, Menzis al eens langs is gekomen om te kijken of de fysiotherapeut zich wel aan de elf behandelingen houdt.

Nu vraag ik u: hoe waagt een verzekeraar het in de polis te zetten dat het de fysiotherapie 100% vergoedt en tegelijk in het geheim met de
fysiotherapeut een wurgcontract afsluit waar de klant niets van mag weten omdat de klant ervoor betaalt? Alleen omdat de term 100%
niet exact hetzelfde betekent als dekt alle behandelingen? Hier kun je toch alle juridische termen, van fraude tot aan het rechtstreeks
bedriegen van klanten op los laten? Wat moeten we met deze waardeloze praktijken?

Lees verder...

woensdag 29 maart 2006

ONZE EUROPESE DWEIL

BL Commentaar 29 maart 2006 * Elsbeth Etty

door Tom Zwitser

De dweil van het NRC Handelsblad, Elsbeth Etty, heeft altijd een sopje paraat. Ook nu een Italiaanse minister met
duidelijke woorden iets over de Nederlandse euthanasiezaken heeft gezegd.

Deze meneer vergeleek het Nederlandse euthanasiebeleid met Nazipraktijken - een op zichzelf beschouwd fris inzicht en voor Etty fris
genoeg om hem een fundamentalist en extremist te noemen: “Als dat geen beledigen en haat zaaien is, dan weet ik het ook niet meer.” Hij
zou volgens haar oproepen tot vernietiging van de in ons land bestaande rechtsorde.

Daarop zeg ik: graag! en met die vernietiging, mogen ook de abortuswetgeving, artikel 1 en enkele andere destructieve wetten en
grondregels geschrapt worden. Vervolgens laten we ons door deze italiaan adviseren over de wetten die ervoor in de plaats komen.

Volgens Etty zijn de uitspraken een aanval op Europese waarden. Welke Europese waarden bedoelt ze? De nieuw waarden die we de laatste
20 jaar hebben ingesteld, of de oude waarden die vervangen zijn? Wat is er Europees aan abortus en euthanasie waar men alleen al in
Polen, Italie en Ierland van gruwelt? Wat bedoelt Etty dan met Europees? Zijn dat goed opgeleide Franse studenten die graag een partijtje
stenen mogen gooien na afloop van de colleges op het schoolplein van de Sorbonne? In de Verenigde Staten worden dit soort tuig met
onmiddelijke ingang de studiebeurzen ontzegd en de campus afgeschopt. Daar heeft men nog enig besef van hoe de elite zich dient te
gedragen.

Laten we een voorstel doen en zeggen dat Etty de nieuwe waarden verdedigt tegenover de italiaan Giovanardi die de oude (ook religieuze)
waarden verdedigt.

Waar de Nederlandse euthanasiewetgeving volgens Etty's nieuwbakken extremist Giovanardi gebaseerd is op ideeën van Hitler - welke
ideeën zouden dat kunnen zijn? Want wanneer de misverstanden in Italië over de Nederlandse kindersterfte uit de weg zouden zijn geholpen
door het kabinet (aldus het NRC-redactioneel), zou er dan nog sprake zijn van Nazipraktijken? Voor Elsbeth Etty, zoals bleek, uiteraard
niet.

Het sopje waarmee ze een katholieke overtuiging ijverig van het schoolbord sopt is - helaas voor haar - niet fundamentalisme-proof. Alles
wat de nieuwe Europese waarden in de weg staat is weliswaar beledigend, haat zaaiend en een bedreiging voor de rechtstaat, maar nu
vraag ik me af door wie de oude Europese waarden ooit bedreigd en tot de ondergang gedoemd werden. Juist: door de nieuwe. Waren die
destijds (en nu nog) ook beledigend en haat zaaiend? Wel, het waren in ieder geval de toenmalige Europese waarden die bedreigd en zo
goed als uit de weg geruimd werden in de 19e en 20e eeuw. En laat dat nu net gebeurd zijn door bijvoorbeeld secularisering, rationeel
extremisme en door liberale idioten (sorry, moet natuurlijk zijn: andersdenkenden), die zelfs het kerkelijk instituut van binnenuit hebben
leeggevroten.

Wanneer Etty’s waarden de huidige Europese waarden zijn, mag het van mij gebeuren dat ze om zeep geholpen worden, maar nu ten
gunste van de oude waarden die - gelukkig - nog her en der in Europa leven. Het oude Europa is niet dood en flakkert soms nog op, zoals in
een Italiaanse minister. En als Etty een beetje historisch besef had, dan zou ze weten dat het voor iemand uit het oude Europa niet uit
maakt of het door Hitler of door de liberale maatschappij met de totale uitdelging bedreigd wordt. Allebei zijn ze levensbedreigend voor de
Oud-Europese werkelijkheid van familie, historie en religie. Daarom moeten beide bestreden worden. Dat strekt Giovanardi tot eer!

Wanneer de oude Europese waarden werkelijk fundamentalistisch zijn, zal het oude Europa niet sterven. Waarden die sterven zijn waarden
die afhangen van publieke opinie, tendens-journalistiek en massahysterie. Hiervoor is een sopje afdoende. Deze psuedowaarden maken wel
veel kapot, maar niet alles. Om fundamentele waarden uit te wissen zijn 100 dweilen nog niet genoeg, laat staan dat de opinie in een natte
krant als het NRC er iets aan verandert.

Het is not done om met fundamentalisten en extremisten te praten, anders zou het NRC Handelsblad zich nog enigszins kunnen redden
door de Italiaanse minister uit te nodigen voor een aardig debat over de kwestie. Maar, zal Etty wel zeggen: men onderhandelt niet met
extremisten...

Links

Het kan zijn dat voor de volgende links inlogcodes vereist zijn:
Elsbeth Etty met "Ecclesia Militans" in het NRC Handelsblad d.d. 28 maart 2006
Redactioneel met "Italiaans Affront" in het NRC Handelsblad d.d. 20 maart 2006

Lees verder...

vrijdag 24 maart 2006

DIJKSMA'S RENDEMENT

BL Commentaar 24 maart 2006 * Werkende vrouwen

door Tom Zwitser

Het nieuwste speeltje van een landelijke politica is het volgende voorstel: afgestudeerden moeten werken en wanneer ze
niet werken, moeten ze net als de werkenden hun studiefinanciering terug betalen. Ze argumenteert namelijk dat de
samenleving investeert in talent, maar deze investering ook wil terugzien.

Daarmee zouden bijvoorbeeld fulltime moeders die gestudeerd hebben en waarvan de samenleving de investering niet terug zouden
verdienen, zelf voor de kosten moeten opdraaien. Aldus Tweede-Kamerlid voor de PvdA, Sharon Dijksma. ‘Want’, zo zegt ze zelf op haar
website, ‘het is natuurlijk jammer dat vrouwen, maar netzo goed mannen, hun opgedane kennis niet in praktijk kunnen brengen.’ Ze wil dat
mensen die er bewust voor kiezen om niet te werken hun studiefinanciering terug betalen.

Nu heeft Sharon Dijksma een probleem; ze weet blijkbaar niet hoe de studiefinanciering in elkaar zit, al is dat in grote lijnen vrij simpel: De
studiefinanciering is in het verleden, onder het voorwendsel dat de hoogopgeleiden het later met een goed salaris makkelijk kunnen
terugbetalen, van een studietoelage omgezet in een lening. Nu het volledig een lening is, wordt achteraf een deel in een gift omgezet
wanneer de student niet langer dan 10 jaar studeert. De rest moet worden terugbetaald, evenredig naar de eigen draaglast over maximaal
25 jaar na het afstuderen. Welk bedrag daarna nog openstaat, wordt kwijt gescholden. Met andere woorden; het wil vreemd lopen wanneer
je niet het grootste deel terugbetaalt.

Uiteraard was dit destijds voor studenten een omstreden beslissing, die alleen kon worden genomen met de verzekering dat de
afgestudeerde later naar eigen draaglast de lening moesten terug betalen. Zoals ik net al aangaf, is het hoger onderwijs niet synoniem aan
een goed betaalde baan. Wanneer de studietoelage met deze reden is omgezet in een lening, is het opmerkelijk dat de volgende stap volgens
mevrouw Dijksma moet zijn dat mensen die voor ouderschap kiezen of misschien het klooster intrekken, toch hun lening moeten terug
betalen. Dijksma’s maatschappij heeft zo niks aan hun ‘talent’.

De samenleving mag dan wel in talent investeren middels onderwijs, maar wanneer een eventuele baan niet ligt in de lijn van de studie, is er
dan wél sprake van wederkerigheid? Krijgt de samenleving dan wél terug waarin ze geïnvesteerd heeft? In financieel opzicht wel, maar niet
in de vorm van het ontwikkelde talent zelf. Wanneer Dijksma’s argument opgaat, namelijk de investering in talent, dan moet ze er ook op
toezien dat de samenleving wel het ontwikkelde talent van gepast werk voorziet en niet iets heel anders. Of mag dat ook van haar:
geschiedenis studeren en vuilnisman worden? Of zou ze dit, net als ik, een absurd gevolg van haar argument vinden waaruit gelijk blijkt dat
het haar helemaal niet te doen is om talent en opgedane kennis? Als het haar om het ontwikkelde talent te doen is, dan zorgt ze ook maar
dat iedere afgestudeerde ‘iets’ vindt in zijn vakgebied. Dan heeft de maatschappij iets aan de ontwikkelde talenten en kennis en kan de
persoon in kwestie in alle rust de lening afbetalen. Maar, uiteraard is het haar niet werkelijk om het talent te doen, noch om de in de studie
opgedane kennis, maar alleen om het geld.

Want voor een groot deel van de afgestudeerden bij bijvoorbeeld geschiedenis, maar ook vele andere studies is het niet vreemd om
genoegen te moeten nemen met iets ‘heel anders’. Bij bedrijfskundigen, juristen en medici ligt dat niet zo moeilijk. De meeste van de
afgestudeerden in deze studies hebben weinig problemen met het vinden van een passende baan, en, wanneer ze kiezen voor een gezin zijn
de financiële mogelijkheden er meestal ook wel.

Kennelijk is voor Dijksma deelname aan de economie de enige legale bijdrage aan de samenleving. Een constructieve bijdrage aan het
voortbestaan van de samenleving door een gezin te verzorgen en daar optimaal in willen investeren is blijkbaar iets wat hooguit ‘lof’
verdient, maar dat vanuit de overheid alleen maar met kinderopvang moet worden beloond. Dit ziet Dijksma als steuntje in de rug voor de
moeders. Het is zo langzamerhand wel duidelijk dat knutselconstructies voor de kinderopvang niet bepaald een constructieve bijdrage aan
een gezond gezin zijn. In plaats van investeringen in een waardeloze managerscultuur zou de overheid wel wat meer mogen investeren in
het bijeenhouden van het gezinnen. Want als er een instituut van de samenleving investering en restauratie nodig heeft, dan is het de familie
wel.

Deze voorgestelde maatregel van Dijksma is de zoveelste afbraakpoging in de afgelopen decennia van familie en het gezin. Zo
langzamerhand is wel duidelijk dat een gezonde opvoeding niet tot stand komt in de kinderopvang, maar alleen in een compleet
familieverband. En zo langzamerhand is ook wel duidelijk dat het de overheid niet te doen is om investering in onderwijs zonder meer,
maar in het winstgevend maken van de studiefinanciering. Het lijkt wel alsof het hoger onderwijs halfslachtig geprivatiseerd wordt. Nu
gaat het nooit goed wanneer een non-profit instituut moet doen alsof ze geprivatiseerd is, maar ook niet wanneer ze moet doen alsof het
heel slecht is dat ze geld kost. Door al dit gerommel met alles wat er in het hoger onderwijs besloten en veranderd wordt, wil ik voorstellen
om dan ook maar gelijk het universitaire onderwijs consequent te hervormen, deels naar Amerikaans model. Universiteiten moeten
gesponsord worden en dat geldt ook voor de studenten die allerlei studiebeurzen kunnen krijgen. Privé-fondsen en overheidsfondsen zorgen
voor studiebeurzen. Bepaalde bedrijven sponsoren bepaalde studies. Studies die weinig winstgevend zijn voor het bedrijfsleven worden door
een kleine buffer van de overheid opgevangen. Zo voorkomen we tegelijk de leegloop van academisch onderzoekstalent naar Amerikaanse
universiteiten. Minder winstgevende studies moeten met een helder en duidelijk overheidsbeleid behouden worden.

Sharon Dijksma! Wanneer het gaat om geld, zeg dat dan, en schuif het verhaal niet af op ‘ontwikkelen van talent en toepassen van
opgedane kennis’. En wanneer we het er allebei over eens zijn dat het hoger onderwijs een draak van een systeem is, wees dan dapper, bijt
op de tanden en hervorm het hele hoger onderwijs! En pak ook direct de ondoorzichtige brei van machtige bestuursmannetjes aan, die de
hele universitaire wereld in hun zak hebben

Lees verder...