vrijdag 20 juni 2008

WIE REDT EUROPA?

door Tom Zwitser

Al sinds het begin van de 19e eeuw wordt er in heel Europa een toenemende onrust gevoeld. Voor de Eerste Wereldoorlog en voor de
Tweede Wereldoorlog schakelt het steeds een versnelling hoger en sinds de jaren ’70 is het niet meer te overzien. De vraag “wie zal Europa
redden?” is onvermijdelijk geworden, net als de conclusie dat ze in haar huidige gedaante niet te redden is. Schijnbaar kan Europa zichzelf
niet meer redden en dat bleek ook tijdens deze twee wereldoorlogen. Op 11 september wordt de slag bij Wenen van 1683 herdacht. Toen
kon Europa nog van de Turkse veroveraars gered worden. Maar in de nu volgende terugblik op de slag bij Wenen wordt deze zege van haar
schijn ontdaan. Daarachter wordt een veel grotere vijand zichtbaar. Niet alleen de vraag “wie redt Europa?” staat hier centraal, maar
vooral: “waarvan moet Europa gered worden?”

Een vorige grote beschaving op Europees grondgebied – namelijk de Romeinse – kende een verval dat enige eeuwen duurde. Misplaatst
zelfvertrouwen en decadentie maskeerden (en tekenden wellicht) de werkelijkheid van desillusie en ondergang. Augustinus schrijft daarom
zijn boekwerk over de stad Gods. Hij scheidt het aardse koninkrijk van het hemelse koninkrijk en denkt zo een oplossing te bieden aan de
grote twijfel onder christenen die hun hoop op Gods koninkrijk zagen vervliegen met de val van het Romeinse Rijk. Men moest volgens
Augustinus de hoop richten op een koninkrijk dat “niet van deze aarde was” en derhalve ook niet op aarde gevestigd kon worden.

Nu is duidelijk dat Augustinus zich had vergist en een dwaalleer in omloop bracht die nu nog doorwerkt. De horden van de Hunnen
maakten Rome niet alleen met de grond gelijk, ze redden ook het Christendom uit de handen van een verdorven elite en legden zo de basis
voor een Europa dat zowel het hemelse als het aardse koninkrijk verenigde. Het Heilige Roomse Rijk zou in de 9e eeuw gesticht worden en
pas door Napoleon ten val worden gebracht. Duizend jaar duurde haar regering waaronder Europa gekerstend werd. Duizend jaar lang
behoefde Europa geen redding van buitenaf.

Rijk en Stad

In dezelfde eeuw werd Venetië gesticht op moerassige gronden van een lagune. Binnen een eeuw werd ze een onverslaanbare stad. Deze
stad bouwde, eerst onder protectie van Byzantium, een rijk op dat het Romeinse in rijkdom overtrof. Maar ze regeerde vooral de zeeën,
waar Rome het land overheerste. In de loop der eeuwen vestigde ze in Europa een rijk van grootsteden waartegen het Heilige Roomse Rijk
uiteindelijk niet was opgewassen. En zoals Byzantium in 1453 door dit uit de kluiten gewassen kind werd verraden en ten val gebracht, zo
werd Venetië zelf ook door haar eigen kweek omgebracht. Napoleon beëindigde in 1806 de soevereiniteit van een stad die duizend jaar
zichzelf geregeerd had. Maar het kwaad was toen al geschied. Venetië is de stad waardoor Europa zich zogenaamd uit haar duistere
Middeleeuwen bevrijd had. Venetië is de hoofdstad van het moderne Europa. Voor velen tot bron van het moderne licht, maar in feite het
begin van het einde. Op de plaatsen waar de Venetiaanse cultuur voet aan de grond kreeg, werd politiek teruggebracht tot handelsbelangen
en contractdenken, ging in de kloosters een schaamteloze zelfverrijking hand in hand met ascetisme en werd het volk een economisch
inzetbare entiteit. Maar het belangrijkste is dat de groei van Venetiaanse steden tot nu toe een onomkeerbaar proces is gebleken.

De Renaissance en de moderniteit begonnen in Venetië en breidden zich via de moderne stedelijke cultuur uit over Florence, Vlaanderen,
Holland, Engeland en verder. De geschiedenis van Europa is die van de ondergang van het Heilige Roomse Rijk ten gunste van de cultuur
van Venetië. Venetië staat voor de zeevarende, ongrijpbare handelaren en het Rijk staat voor een structuur van verwortelde en kleinschalige
boerengemeenschappen en daar tussen een netwerk van stadjes dat hooguit drie procent van het burgertotaal besloeg. Het Rijk kende door
de tijd heen een aantal keizerlijke steden. Maar deze waren verre van dominant te noemen, noch hing van hen de welvaart van het gehele
Rijk af, want de welvaart kwam van de akker. Venetië kende al vanaf het begin een min of meer democratisch burgerdom en het Rijk
kende een aristocratische gezagsstructuur en een vitaal volksleven. Venetië bloeide door de handel en bestond van economische schaarste
en het drukken van de kostprijs en het arbeidsloon. In Venetië ontstond ook het eerste Europese industrieterrein. Het Rijk daarentegen
kende met zijn boerengemeenschappen alleen maar de overvloed die het land bracht; de zegen van de akker. De rest was marginale luxe en
handel bleef bijzaak.

Zeeslag versus veldslag

Alhoewel het duizendjarige Roomse Rijk en de duizendjarige stad Venetië als historische machten in Europa tegenover elkaar staan, was
de werkelijkheid diffuser en had men veel belangen over en weer. Zo is de zeeslag bij Lepanto in 1571 vooral op het conto te schrijven van
Venetië, maar werd er voor de gelegenheid samengewerkt met meerdere Roomse vorsten. Het was vooral de Venetiaanse vloot die de Turken voor het eerst in hun opmars stuitten. Omdat het een zeeslag is, ligt de nadruk van deze slag op de handelsbelangen. Venetië had
last van Turkse tegenstand in ‘haar’ Middellandse zee en de door- en aanvoerroutes via Egypte. In de geschiedenis is de slag bij Lepanto
echter bijgebleven als Europa’s eerste zege op de Turken. Memorabel natuurlijk, maar wel met bijsmaak. Anders dan zeeslagen zijn
veldslagen veel complexer van aard. Dat blijkt wanneer Wenen bedreigd wordt in 1683. Europa is op land namelijk nog niet in staat
gebleken om de Turken te stoppen. Uiteindelijk mobiliseren de Poolse en Litouwse vorsten hun halfgekerstende ridderleger tot één grote
supermacht en dezen slagen erin om op 11 september de Turkse overmacht bij Wenen terug te drijven. De Poolse koning drijft hen daarna
nog een heel eind terug. Europa is gered door horden die voor halve heidenen doorging.

Dit Polen en dit Litouwen waren toen gigantische rijken waarin stam- en boerengemeenschappen het landschap bepaalden, met daartussen
kleinstedelijke culturen. Het waren landen met uitgestrekte oerbossen, graanvelden en bloeiende hofstadjes van de talloze rauwe, adellijke
families die hun gemeenschappen in berenvellen en bontmutsen leidden. Simon Schama schrijft in zijn Landschap en Herinnering dat zij de
riddercultuur hoog hielden, dat de edelen zelf hun vorst kozen en geen enkele wet rechtsgeldigheid had wanneer een van hen tegenstemde.
De zestiende en zeventiende-eeuwse Europese bureaucratische natiestaten werden door hen met minachting bekeken.

Het waren ook deze volken die al in de 15e eeuw de Nederlanden van graan voorzagen, waardoor een wederzijdse welvaart ontstond. Het
Middeleeuwse Hanzeverbond liep dood op de graanalliantie tussen Holland en het Baltische gebied. Nu nog is zichtbaar dat de Polen de
welvaart van de Nederlandse graanhandelaren kopieerden: eenzelfde cultuur werd geïmiteerd, eenzelfde stadsarchitectuur ontstond. Maar
zonder het gigantische Baltische gebied zou er van Holland weinig geworden zijn.

De uitgestrekte Poolse wouden huisvestten halfgekerstende stammen die nog niet losgeweekt waren uit hun wouden en kleine akkers. Het
waren de laatste grote gebieden van Europa die nog niet volledig gekerstend waren. Daar liepen heidendom en christendom door elkaar en
stond men toch onder de invloedsfeer van het grote Heilige Roomse Rijk. Ze behoorden uitdrukkelijk tot het christelijke Europa.
Kerstening laat de heidense wortels intact.

Kerstening is altijd half werk. De vorst bekeert zich tot het christendom en het volk verhuist met hem mee en wordt christelijk. De oude
wetten worden zonder al te grote veranderingen christelijke wetten en er komt een kerk en een klooster. Christendom wordt een van de vele
polen van het volkse bestaan. De orde van het bestaan daarentegen – zeker die van de Germaanse stammen – wordt niet heel veel anders
dan dat zij in heidense toestand was. Christelijke terminologie, verhalen en vertellingen mengen zich met de plaatselijke. Waar recht en
orde al heersen hoeft het christendom ook niet meer te zijn dan een van de vele polen, of zij neemt de (heidense) polen langzaam in zich op,
zoals de Kerk van Rome dat eeuwenlang deed.

Dit Europa behield haar uitgestrekte gebieden waar de heidense wortels konden overvloeien in het christelijk geloof. Pas toen de revolutie
vanuit Frankrijk een einde maakte aan het Rijk in 1806, werd ook een einde gemaakt aan het latente heidendom dat nog her en der in
Europa voorkwam. Het werd illegaal of een museumverschijnsel.

Het postheidense Europa werd een feit met Napoleon. En na Napoleons nederlaag werd het postchristelijke Europa een feit. Het een vloeit
uit het andere voort. Frankrijk, maar ook Engeland waren de voortrekkers van de seculiere staat, ondersteund door Pruisen en het Russisch keizerrijk, dat sinds Peter de Grote van hetzelfde zoniet groter kaliber was dan de eerste drie. De fundering van Sint-Petersburg
in 1701 is hiervoor de peildatum. Maar dat Ruslands keizerrijk totaal anders is dan de Europese seculariserende staten wordt in de 19e
eeuw duidelijk. Uit de 19e eeuw stammen namelijk de Russische kruistochten in de vorm van de zogeheten Russisch-Turkse oorlogen.
Ondanks dat zij op de Krim werden uitgevochten en de Turken ondersteund werden door Engelsen en Fransen, was het de Russen om de
Heilige plaatsen in Palestina te doen. Maar de Engelsen waren totaal niet geïnteresseerd in het lot van de Heilige Plaatsen, maar waren
alleen bang voor een te groot Russisch machtsbolwerk in de Middellandse Zee. Zij wilden in de eerste plaats de machtsbalans in het eigen
voordeel laten kantelen en verdedigden de eigen handelsbelangen, een Venetiaans trekje.

Kruistochten versus volkskracht

De kruistochten vanuit Europa werden ver voor de Russische gehouden: vanaf 1096 tot 1272. Ze kwamen op gang toen bleek dat
Byzantium de Heilige Plaatsen in Palestina niet meer kon verdedigen tegen de Islamitische horden. De macht van Byzantium taande en de
oostelijke Turken drongen steeds verder naar het westen. Ze sneden niet alleen de routes naar Palestina af, maar ook de handelsroutes
waarmee Constantinopel haar ongeëvenaarde welvaart op gang hield. Alhoewel in Europa zowel vanuit kerk als door de adel alarm
geslagen werd en tal van ridders naar het Heilige Land afreisden, volgden in hun voetspoor de half gekerstende horden uit heel Midden
Europa. Europa moest in een open verbinding blijven staan met het Heilige Land. Zoals deze halfgekerstende horden wortelden in hun
heidendom, begrepen uitgerekend zij dat het christendom wortelde in het bezit van de Heilige Plaatsen. Zij vochten voor het christelijke
Europa en tegelijk voor het heidense Europa. Daartussen bestond geen scheiding. Net als dat men in die tijd heiden en christen tegelijk kon
zijn.

Uiteindelijk konden de Europese ridders, net als die van Byzantium, geen stand houden tegen de Islamitische horden in het Heilige Land.
Dat heeft een reden. De gigantische mobilisatie van de half gekerstende horden verbruikt de in het volk aanwezige reserves. Een lange
strijdtocht doet een beroep op de voedselvoorraden, de familieverhoudingen en de economische structuren. Eenmaal terug in eigen land is
alle veerkracht van de strijdbare mannen weg en blijkt de thuissituatie grondig uit evenwicht te zijn. Dat vraagt om een hersteltijd. Niet om
uit te rusten, maar om de gaten te dichten en de verhoudingen weer in evenwicht te brengen.

Degenen die op het veld van eer hun leven laten, laten tevens halve families achter, de akkers zijn lange tijd half of niet bebouwd geweest en
het land is overgelaten aan degenen die achterbleven: handelslui, ouden van dagen en vrouwen en kinderen. Een oorlogseconomie treed in
werking, die voor bepaalde mensen gunstig is en hen rijkdom en macht bezorgt ten koste van de oude machthebbers die zich opofferen op
het veld van eer. Na de slag moet het land weer terugzakken in de normale economie van de boerengemeenschappen en de gezinsvorming
moet weer op gang komen. Maar wanneer bij terugkomst de balans in de politiek, de economie en het recht weg is, dan is er geen
hersteltijd. En daarmee verdwijnt ook het Rijk en de haar kenmerkende volkskracht.

Zonder de gigantische mobilisatie, die voor de kruistochten en de redding van het christelijke Europa nodig is geweest, had de stedelijke
cultuur van Venetië zich nooit op het Europese vasteland kunnen vestigen. Zonder de met kruistochten gepaard gaande uitputting van de
volkskracht, hadden burgers Europa niet veroverd. De overwinning van het kapitalistische burgerdom betekende echter de definitieve heerschappij van de Venetiaanse cultuur. Haar ankerplaatsen zijn achtereenvolgens Brugge, Antwerpen, Amsterdam en Londen. Frankrijk
volgt slechts gedeeltelijk in hun spoor naarmate zij zich uit het Heilige Roomse Rijk heeft losgemaakt, maar is als volk langer weerbaar gebleven dan alle andere volken.

Supermobilisatie en burgerdom

De eerste kruistocht in 1096 was grotendeels bezet met Vlamingen. De matheid bij terugkomst zorgt ervoor dat de burgercultuur daar een
voet tussen de deur kan krijgen en niet veel later ontstaan daar de eerste connecties tussen West-Europa en Venetië.
De burgercultuur ontwortelt boerengemeenschappen: ze maakt graan waardeloos (want importeren is goedkoper), installeert haar
weefgetouwen in de huizen van de boeren en scheept hen af met net genoeg geld om niet dood te gaan. Het werd een bijverdienste in de
winter voor boeren die met hun boerenwerk ook al weinig meer verdienden. De boeren die eerst de steden voorzagen van voedsel vanuit de
rijkdom van het boerenleven, onttrekken nu hun voedsel uit de steden in ruil voor het geld dat zij ontvangen voor wolweverij, volderij en
andere manufacturij. De lakenindustrie brengt Vlaanderen zogenaamd welvaart, maar de rijkdom gold slechts een klein gedeelte.

Burgercultuur reduceert het bestaan van het volk tot arbeid en productiviteit. Zo ontstaan al in de 13e eeuw in Vlaanderen manufacturen,
met arbeidsdeling, uitbuiting en een algemene staat van honger onder de boerenarbeiders. Bovendien maakt die burgercultuur zich steeds
meer los uit het Heilige Roomse Rijk. Burgers zijn keer op keer in staat hun arbeidende boeren op te zetten tegen de aanspraken van de
roomse adel uit het Rijk. Dat is de aanzet tot staatsvorming. De adel uit het Rijk is in alles het tegendeel van de elite burgers. Het Rijk en
haar Roomse adel kende tot aan haar einde in 1806 relatief lage belastingen, een klein ambtenarencorps en een welvarend boerenleven,
maar de burgerstaat kent een gigantische belastingdruk en een harteloze en uitdijende elite.

Een gezonde adel kon een volk nog tegen mobilisaties beschermen, maar waar de burgercultuur voor de deur stond, werd het volk massaal
naar de slagvelden geleid en voortdurend tegen een denkbeeldige vijand opgezet. Het gebrek aan strategie binnen het Rijk resulteerde in een
Europa van kleine oorlogen en veldslagen maar richtte zich vooral op het Goede Leven. Waar de burgercultuur staat te dringen, ontstaan
gigantische oorlogen waarin halve volken ten onder gaan en de rest definitief getemd is. Hen wacht honger en slavernij.

Dat neemt niet weg dat het Heilige Roomse Rijk vreemde elementen in zich had. Het Rijk met haar uitgestrekte gebieden offerde niet
alleen de halfgekerstende horden op om haar eigen grenzen te beschermen, maar deed weinig om de in de strijd geofferde reserves weer in
rust te laten herstellen. Daarbij zette ze haar volken en stammen aan om de Heilige Plaatsen te bevrijden, wederom zonder deze volken en
stammen hersteltijd te geven en de rust bij thuiskomst te garanderen. Ze leverde hen uit aan de burgercultuur. De vraag mag gesteld
worden of deze supermobilisaties van kruistochten tot reddingsacties niet het einde van een vitale Europese bevolking zijn geweest en in
feite opgezet zijn om de eigen bevolking af te matten.

Frankrijk

De Franse koning Lodewijk IX had er een handje van om keer op keer zijn volk op te laten draven tegen de ongelovigen in het Midden
Oosten. Het toont eerder de veerkracht van het Franse volk dat ze de vele kruistochten konden opbrengen, maar ze is uiteindelijk – erg
moeizaam – wel getransformeerd tot een burgervolk. Naast alle speculaties over oorzaken en toedrachten van het fenomeen
supermobilisatie is het enige dat hier met zekerheid van te zeggen valt, dat een supermobilisatie duidt op een gezond volk dat over reserves
beschikt die haar vanuit de wortels worden aangereikt. Deze reserves kunnen echter opraken bij een langdurige ontworteling (zoals een
kruistocht) en dat heeft kwalijke gevolgen voor een volk. Dit hangt hoe dan ook met elkaar samen. De reserves vallen samen mét, of
zorgen voor het in standhouden van de wortels, maar een langdurige supermobilisatie kan de reserves blijvend opeisen of zodanig uitputten
dat het volk bij thuiskomst niet meer in staat is de veranderde verhoudingen zoals de oorlogseconomie recht te zetten. Herworteling blijft
uit en daarmee worden ook de heidense wortels van een volk doorgesneden. De reserves die ieder volk in rust automatisch aanlegt, vloeien
direct weg ten gunste van de koopmansklasse die de macht van de ridders heeft overgenomen. Een losgeweekt volk is een controleerbaar
volk dat voor alles in te zetten is.

Spanje

Eenzelfde voorbeeld van de matheid na zo’n supermobilisatie is Spanje. In de Middeleeuwen is het een confederaal en zelfs verbrokkeld land
dat zich uiteindelijk moeizaam verenigt om in 1492 de Moren van het Iberisch schiereiland af te jagen. Deze verdrijving geldt als het begin
van Spanje. De verdeeldheid slaat op dat moment om in een vereniging, maar de riddercultuur is na de slag in een klap verdwenen en doolt
met Don Quijote nog steeds rond in een ontwerkelijkt Spanje. Het rijke Middeleeuwse leven is dan voorbij en wordt ingeruild voor een
burgerlijk leven van handel, machtige koningen en een even machtige clerus. Er ontstaat een professioneel leger, grotendeels gevuld met
huurlingen. Het volk is een entiteit in de marge geworden waar allerlei primaire taken van afgenomen worden. Er is veel voor te zeggen dat
de verdrijving van de Moren de laatste grote ridder-eruptie is geweest die tegelijk het einde van de riddercultuur betekende. Niettemin volgt
de Spaanse wereldexpansie pas na 1492. Maar dat is al niet meer de expansie van ridderethos en boerenverstand, maar een van haar
heidense wortels ontdaan en ascetisch wordend christendom, gepaard met handelsgeest. Deze formule is vooral in de protestantse wereld
doorontwikkeld, maar begint in het Roomse Europa.

Spanje valt na een geweldige eruptie van slagkracht terug in provincialisme. Provincialisme is een toestand van een matte periferie die zich
volledig laat dicteren door de rijke handelscultuur van de grootstad. Spanje speelt geen voortrekkersrol meer in het Europa dat zij gered
heeft. Dat kan ook niet, omdat dit Europa in grote mate een Europa van burgers is geworden in plaats van boeren en ridders.
Polen

Zo ook met de Poolse ridders na hun geweldige overwinning op de Turken in 1683 bij Wenen. Terug in eigen land was het met de ridder-,
stammen- en familiestructuur gedaan. Simon Schama: “Hoe spectaculair de overwinning in Wenen ook was, zij betekende niet de
bestendiging, maar het einde van de Pools-Litouwse riddermacht.” Bij terugkomst bleek een burgercultuur die van de ridders te hebben
verdreven. Hun macht was stilaan afgebrokkeld tijdens hun lange afwezigheid en het land was leeggeroofd. Het rauwe volk, de ridders en de vrije boeren vervielen in dezelfde matheid als de Franken, Germanen en andere West-Europese stammen die in de Middeleeuwen aan de
kruistochten hadden meegedaan.

Deze boeren en ridders zijn na hun slag niet meer in staat de handelsheerschappij het hoofd te bieden. Zij hebben de dreiging van buitenaf
uitgeschakeld, maar daarvoor in de plaats is de dreiging binnen Europa groter geworden. Anders gezegd: een supermobilisatie, ingezet
door staat, kerk, kapitaal of wat dan ook, gebruikt de reserves van een weerbaar volk om een vijand van buitenaf te vernietigen, maar
vooral om daarna haar eigen macht te vergroten ten koste van de kleinschalige gezagsverhoudingen. Wanneer er na de slag niets gedaan
wordt, wanneer de oorlogseconomie terugtreedt en het volk zich weer kan herstellen is er niets aan de hand. Maar in Europa is dat nooit
gebeurd.

Het volk liet zich daarentegen keer op keer een nieuwe vijand voorzetten. De Europese volken verloren keer op keer haar militaire kant en
een professioneel leger verving telkens en in toenemende mate de strijdbaarheid van het volk. Burgercultuur gaat altijd samen met de
sluipende vernietiging van het holisme. Het leven van het volk wordt teruggebracht tot werken, tot arbeid. Arbeid wordt primair en tot de
essentie van het bestaan gemaakt. Zoals wij weten ontbreekt het de arbeiders, geleid door een intellectuele elite, nu aan de wil om weer een
volk te worden en moeten arbeiders vooral een economisch factor blijven. Hun geschiedenis toont alleen nog de strijd om economische
bestaansvoorwaarden. Vanaf 1815 hebben ze zelfs niets anders meer dan enkel hun arbeid, de rest is hen langzamerhand ontnomen en ligt
afwisselend in de handen van supermachten als staat en kapitaal.

Tot nu toe zijn de Poolse en Litouwse gebieden hoofdzakelijk overheerst door buitenlandse naties. Zelfs na hun verzelfstandiging tijdens de
regering van Gorbatsjov zijn de Balten (en Polen) binnen 20 jaar weer opgegaan in de Europese superstaat. Er is veel voor te zeggen dat ze
(de Balten) na hun supermobilisatie in 1683 nooit meer zelfstandig zijn geweest, noch werkelijk voor hun eigen onafhankelijkheid hebben
kunnen vechten. De matheid die na een supermobilisatie optreedt is zelf al een teken van ontworteling en deze ontworteling is blijvend
wanneer het herstel van de mobilisatie niet plaats kan vinden. De prestatie was te groot om de kapitalisering te weerstaan die voordien
door de halfgekerstende stamfamilies in de perken gehouden werd, maar daarna het volk van overwinnaars overwoekerd heeft.

Het nieuwe Europa

Zonder de gigantische mobilisaties die voor de kruistochten en de redding van het christelijke Europa nodig is geweest had de stedelijke
cultuur van Venetië zich nooit op het Europese vaste land kunnen vestigen. Dan stuit zij namelijk op het verzet van een weerbaar volk.
Burgers daarentegen ontstaan uit een afgemat volk.

Uiteindelijk bleek het offer, in de kruistochten en veldslagen door het volk gebracht, te groot om de oude weg van boerengemeenschappen
en familiecultuur voort te zetten. De luis aan de Europese zuidkust, Venetië, profiteerde daarvan. Voor Frankrijk betekende dat al direct in
de 12e eeuw afhankelijk te worden van haar handelskaravanen richting Brugge, waar ongekende welvaart gepaard ging met ongekende,
nog grotere armoede. Later betekende dit voor Polen en Litouwen de stagnatie van de graanproductie en de handel met Holland; er is
immers een beter leven mogelijk voor de redders van Europa dan graanboer te spelen voor Holland. Bovendien had de slag bij Wenen de Poolse en Litouwse akkers beroofd van haar vlijtig boerenvolk. Voor Holland betekent dit het einde van de Gouden Eeuw en tevens het
einde van de welvaart die al sinds de 13e eeuw in Brugge begon en al nasudderend verschoof naar de noordelijke Nederlanden.

Daarna breekt definitief de macht aan voor de Europese supermachten die in navolging van Venetië, Vlaanderen en Holland hun naties
vestigen rond handelsbelangen, imperialisme en burgercultuur. Deze ingrediënten zijn genoeg voor een politisering van de massa’s. Met dit
Europa van natiestaten waarvoor de burgerlijke Thomas Hobbes siddert van angst voor hun onderlinge confrontaties, is een einde
gekomen aan het Rijk en het verenigde katholieke Europa dat zich verbonden wist met, zowel haar heidendom als met het Oost-Romeinse
Byzantium en de heilige plaatsen.

Het christendom heeft zich niet alleen van haar wortels ontdaan, maar, nog belangrijker: ook van haar heidendom en dus van zichzelf. Een
ontworteld christendom kan niet anders dan seculariseren tot een sociaal-liberaal ascetisme dat haar banden met de akkers en de wouden
verloren heeft. Dit afgesneden christendom is de grootste oorzaak van de scheiding tussen kerk en staat. Had ze het volk en haar
heidendom gekoesterd, had ze het volk haar reserves weer laten opbouwen, dan was dit niet gebeurd, maar hoefde ook de vraag niet
gesteld te worden wie Europa (waarvan) zal redden.

Rusland

Intussen is er nog een christelijke macht met een half heidens volk over die over half- en ongekerstende horden beschikt. Vanuit het
islamiserende Byzantium is het centrum van de orthodoxe kerken min of meer verschoven naar Moskou. De Moskovitische Patriarch werd
na de val van Constantinopel in 1453 stilaan de belangrijkste van de orthodoxe patriarchen.

Stam- en familiegemeenschappen bevolken de Russische vlakten en wouden. Aan het einde van de Hollandse macht in de 17e eeuw
verschuiven de centra van de macht naar Engeland en naar Rusland. Symbolisch voor deze verschuiving is de leertijd van Peter de Grote in
Holland. Terug in Rusland, past hij alles toe wat hij in de Nederlanden geleerd heeft. Hij verruilt het Moskovitische Rusland voor een
keizerrijk. En een keizer heeft geen feodale onderdanen, maar een inzetbare massa die dient te gehoorzamen aan de absolute macht van de
keizer. Peter gebruikt zijn volk dan ook. Eerst wil hij Sint-Petersburg bouwen, al gebruikte hij daarvoor merendeels Zweedse slaven, maar
deze reuzenstad moet ook bevolkt worden. Al gauw ontdekken de Russische tsaren dat een volk in meerdere opzichten bruikbaar is.

Het Russische keizerrijk is door haar grootte en door haar vele inwoners nog in staat om Napoleon te verjagen. Engeland en Pruisen
strijken met de eer nadat de kracht van Napoleon door zijn Russische veldtocht in 1812 sterk was afgenomen. Hun ondankbaarheid blijkt
later nog eens als, later in de 19e eeuw Rusland oorlogen tegen Turkije voert, omdat Rusland het niet eens is met het beleid over de heilige
plaatsen in Palestina. Omdat Engeland bang is dat Rusland de Turken verslaat en zo teveel macht krijgt in het Middellandse Zeegebied,
waar het Albion op dat moment welgevallig haar oog op laat rusten en met haar handen in graait, steunt ze actief de Ottomanen. Rusland
ziet op dat moment van verdere oorlogsvoering af, maar Turkije en Engeland gaan gewoon door op de Krim.

Het is niet de enige ellende die Engeland daar veroorzaakt. Saillant detail van deze Krim-oorlog (1854) is namelijk dat voor het eerst een vrouw het slagveld betreed. Florence Nightingale doet wat nog geen andere vrouw deed. Naast deze schanddaad in de oorlogsvoering
maakt zij tevens de weg vrij voor het Rode Kruis en de Geneefse Conventie. Het moderne fenomeen van de scheidsrechter doet haar
intrede. Het denken in zogenaamd onafhankelijke scheidsrechterlijke instanties is een van de grootste plagen van de moderne tijd. Niets
mag nog eervol uitgevochten worden, maar de oorlog moet volgens vooropgestelde protocollen verlopen. Een kwestie van doorgestoken
kaart natuurlijk. Want een vooropgesteld protocol voorziet in een vooropgestelde uitslag.

De half gekerstende horden echter, vochten door de eeuwen heen niet onder toezicht van een internationale scheidsrechtersinstantie. Die
vochten voor hun familie, hun grond, hun geloof en voor het geloof van hun vorst. Voor de gewone vijand had men eerbied, omdat ook zij
hun eer verdedigden. Dat werd aan beide zijden gewaardeerd. Ieder mens had immers zijn eer. Deze horden discussieerden niet over het
eventueel terugtrekken van hun militairen zodra er een dode viel. Wanneer hun orde aangetast werd, trokken ze ten strijde en wanneer die
niet in het geding was, bleven ze thuis. Waar orde heerst is geen strategie nodig.

Niettemin; de Russen werden verslagen door de Turken en de Engelsen. Ze moesten gebieden in de Balkan afstaan. Deze vielen toe aan de
Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Het Sint-Petersburg van Peter de Grote is het einde van het tsarendom geworden. Vanwege
Sint-Petersburg is het Russische volk opstandig geworden en vanuit deze stad hebben opstandelingen uiteindelijk het tsarisme omver
geworpen.

Daarmee wordt ook de vreemde situatie van het Russische keizerrijk duidelijk: Sint-Petersburg vertegenwoordigt de Venetiaanse
burgercultuur, op het moment dat Rusland nog vele elementen bezit die het Heilige Roomse Rijk ook had. Aan de ene kant kon het
kruistochten houden; maar het kon anderzijds ook de Europese elite kunst en de burgerlijke cultuur domineren. De gespletenheid van
Rusland in aan de ene kant Slavofielen en aan de andere kant Eurofielen heeft onder andere deze oorzaak. In Europa is een veel duidelijker
strijd te zien geweest tussen Venetië en het Heilige Roomse Rijk middels schuivende scheidslijnen en afgebakende territoria. Maar in
Rusland vindt deze strijd plaats bínnen het rijk. De bouw van de burgerstad Sint-Petersburg plaatst de crisis tussen burger- en
familiecultuur in het hart van het rijk.
Het belangrijke verschil tussen Europa en Rusland is dit: de burgercultuur kon in Europa alleen maar groeien op plaatsen waar het volk
haar reserves in de strijd geofferd had. Peter de Grote heeft de burgercultuur in Rusland geïmporteerd zonder dat het volk tot dan toe een
grote en afmattende mobilisatie had ondergaan. Het is een grote fout van hem geweest, want deze stap heeft Rusland het tsarendom
gekost. Het Russische volk was op dat moment nog een vitaal volk en beschikte over reserves en wortels. En een vitaal volk verzet zich
tegen een opgedrongen burgercultuur.
Het verzet van het Russische volk tegen Sint-Petersburg toont dat een gezond en weerbaar volk de burgercultuur als grootste bedreiging
voor haar voortbestaan ziet. De interne strijd in Rusland hield zelfs niet op toen de 1e en 2e wereldoorlog haar miljoenen Russische
slachtoffers eiste in de strijd, maar het verzet brak pas toen Stalin zelf het volk begon te breken in de Goelag en de dreiging die daarvan
uitging. Stalin staat, tenminste wat het volk betreft, in rechte lijn met Peter de Grote.

Het Russische volk heeft haar matheid openlijk aan haar eigen leiders te danken, terwijl de reserves van de Europese volken altijd nog
onder het mom van een reddingsmobilisatie zijn verbruikt. Niettemin verkeert Rusland nog steeds niet in dezelfde matte fase als de
Europese volken. Er is meer blijven hangen van de Russische ziel van voor de mobilisaties. Dat is immers kort geleden. Familievorming en
volksleven zijn de diepste drijfveer van de mens. Daar ziet zij zijn reserves liggen, haar overleving en voortleving. Waar nog mensen over
zijn, ligt dus de mogelijkheid tot herstel, ongeacht de matheid van nu. Alleen: wat is er voor nodig om te herstellen?

De redding van Europa?

Tijdens een strijd of oorlog is een belangrijk deel van het volk afwezig. De geschonden banden en structuren zorgen voor een vrije ingang
van de burgercultuur uit Venetië en het economische model van schaarste, uitbuiting en het voortdurend inspelen op menselijke zwakte. Na
een oorlogsmobilisatie en in de roes van de overwinning is een volk op haar zwakst want juist dan verwacht ze niet de dolk in haar eigen
rug, en keer op keer heeft ze de doodsteek niet eens zien aankomen. Zo werd het volk gestimuleerd om de heidense wortels af te leggen in
ruil voor de burgerlijke levenswijze die het niet nodig had om heidens te blijven en aan de familie, de akker en het woud verklonken te
blijven. Burgers zijn per definitie niet-heidens en niet-volks.

De naties die Hobbes in de 16e eeuw met angst en beven had zien ontstaan toen het volk en haar volksleven nog redelijk intact waren,
waren haast noodzakelijkerwijs uitgegroeid tot de totalitaire staten van de 19e eeuw. Iedere staat is automatisch een machtsimperialist die
altijd meer macht wil en iedere gelegenheid zal aangrijpen om dat te bereiken. De staat heeft daartoe een aantal instrumenten uitgevonden
en toegepast. En dat proces is de eigenlijke mobilisatie: een volk verhinderen haar reserves weer aan te vullen middels een terugkeer naar
de wortels. Steeds grotere delen van het volk werden in die maalmolen opgenomen en gemobiliseerd. Het volk werd een politieke entiteit die
aan de oppervlakte door de staat werd uitgespeeld tegen de dictatuur van het kapitaal. Meer dan ooit houden deze twee elkaar in een
houdgreep, maar wat daaronder gebeurt – de ontworteling van het volk – dat is het belangrijkste waar zowel staat als kapitaal belang bij
hebben.

Nadat Napoleon verslagen was in 1815, grepen de Europese vorsten de gelegenheid om een verdere modernisering door te zetten die
Napoleon begonnen was. Wanneer de Fransen in 1806 een einde maken aan de duizendjarige zelfstandigheid van Venetië, is min of meer
duidelijk dat heel Europa een groot Venetië is geworden, waardoor een autonoom Venetië overbodig en zelfs lastig is geworden voor de
vorming van een Nieuw Europa. Met het einde van Napoleon wordt Europa herverdeeld en de contouren van dit Nieuwe Europa rijzen uit de
as van de oude rijken. Vanaf dat moment is iedere overwinning in een grote Europese oorlog erop gericht nog meer resten van het Oude
Europa te vernietigen. De laatste twee eeuwen zijn een grote zuivering van oude elementen en eliminatie van volkskrachten geweest.

Engeland en de Nederlanden hadden al nooit hun best gedaan om gekoloniseerde volken te kerstenen. Om ‘volk’ gaven zij niet, noch om het
eigen, noch om het koloniale volk. Bij uitstek in Engeland en in de Nederlanden heerste de macht van het geld ver boven de belangen van het
volk. Niet alleen richtte de expansie zich over de aarde, maar vooral ook naar binnen. De eigen massa diende voor eens en al onderworpen
te worden aan de staat. Iedere burger moest gepolitiseerd worden en deel uitmaken van de staat in plaats van familie of volk. Deze mens
wordt al vroeg geleerd zichzelf als probleem te beschouwen en zijn leven in te vullen met streven. Streven naar welvaart, streven naar
zelfbevrijding, streven naar emancipatie, streven naar meer democratie en nog meer veiligheid, streven naar minder rechten en minder
vrijheid en ten slotte, streven naar volledige gelijkschakeling met het abstractum ‘alle wereldburgers’. Staat en kapitaal zijn de grote
manipulatoren en profiteurs in deze ontwikkeling. De mens wordt in een illusie gehouden van louter streven. Hij heeft niets meer, geen
kinderen, geen rechten en geen familie. Iedere weerstand wordt direct gebroken. Hij heeft alleen nog zijn streven.
Een lijst met voors en tegens

Wat gebeurt er en wat moet er gebeuren? Een rijtje met voors en tegens: Zolang het niet duidelijk is, of niet duidelijk mag zijn wie de
parasieten van het volk zijn, is de vraag naar de redding van Europa een strikvraag. Er ligt een nieuwe mobilisatie in besloten, een nieuwe
kruistocht, gevolgd door meer matheid en een nieuwe ontgoocheling met, daaropvolgend grotere en loggere machtslichamen en meer
staatsmacht. Steeds opnieuw bleek iedere postmobilisatie de echte mobilisatie, de echte ontworteling, te zijn. Vrijwel iedere poging om het
volk te redden van haar matheid en uitputting eindigt in een sterkere staat, een machtiger kapitaal en een nog uitgeputter volk. Strijd tegen
de Islam heeft geen enkele zin. De strijd tegen de fundamentalistische Islam loopt uit op concrete maatregelen tegen orthodoxe christenen.
Gaat u allen rustig slapen; de staat waakt.

De bedreiging is niet een vijand buiten of binnen het volk, maar de vijand van het volk is al eeuwen lang haar politieke burgerelite die keer
op keer het volk een virtuele vijand opdringt om haar te verzwakken en zichzelf te versterken. De parasitaire elite groeit inmiddels boven
zijn slachtoffer uit en houdt hem met kunstgrepen in leven, om zichzelf in leven te houden, maar blijft wel die ledematen afsnijden die nog
een beetje tegenspartelen. En ook het kapitaal dat de volksmens reduceert tot een arbeider met louter economische belangen is een
bedreiging. De supermobilisatie en de burgercultuur en de staat moeten worden stopgezet. Wat moet een volk doen? Ver voor de
mobilisatie uitrennen, zich daarna omdraaien en tegen de mobilisator stelling nemen? Een contradictio in terminis die alleen maar door
een voorhoede kan worden uitgevoerd. Er moet een mobilisatie tegen de mobilisator plaatsvinden en dat is vrijwel onmogelijk.

Eigenlijk weet iedereen het al. Europa kent een spectrum van mogelijkheden tussen twee extremen: Aan de ene kant kan men alles wat nu
aan de gang is uit laten razen tot er niets meer van volk en vaderland over is en aan de andere kant kan er een staatsgreep gepleegd
worden door een voorhoede waarna de staat volledig afgebroken zal worden. Een staatsgreep in een land met een volk dat al eeuwenlang
kunstmatig in een afgematte toestand wordt gehouden en ondertussen is aangesloten op een globaal infuus, is een moeilijke zaak, maar
geen hopeloze zaak. Maar wat wil je met een staatsgreep als de rest van de wereld doorraast? Is er dan iets gewonnen? Nee, dan weet je
dat die orkaan vroeg of laat toch weer komt binnenwaaien. Een staatsgreep mag dus alleen het begin zijn en geen oplossing.

We zien immers steeds de crisis en de ondergang en de uiteindelijke vernietiging naderen, maar niemand weet hoe lang die op zich laat
wachten, zeker niet wanneer je het van het wachten laat afhangen. Niemand wil weten hoe Europa er dan uitziet. Voor wat het
toekomstbeeld van de vernietiging betreft blijft ons, afgezien van een onvoorziene goddelijke ingreep in de globale gang van zaken, alleen
het uit laten razen van de razernij over, in de hoop dat wij mensen er dan zelf nog zijn. Aan het einde van de razernij moet er een tijd
aanbreken van onbeduidend leven – hopelijk niet het provincialisme dat door de grootsteden gedomineerd zal worden.

Nu zijn we zo blij als een kind wanneer de waan van de wereld maar aan ons deurtje voorbijgaat, maar komt deze via de achterdeur gewoon naar binnen. En misschien hoeft zij niet eens binnen te komen, maar begint zij inmiddels wel in ons eigen huis of in mijn eigen
hoofd. Menige conservatief trapt in deze val. En ook de geschiedenis heeft laten zien dat wie zich van de razernij uitsluit, deze uiteindelijk
dubbel en dwars terugkrijgt, zolang de razernij zelf niet vernietigd is. Je helemaal afsluiten voor razernij is op dit ogenblik dus een
ascetische misstap. Er zal pas iets zijn gewonnen wanneer de wereld hier niets meer te winnen heeft en niet alleen voorbij trekt aan onze
Nederlanden en aan ons Europa, maar wellicht ook aan de aarde. Dat betekent dat alles in alle opzichten leeggeroofd en kaalgeplukt zal
zijn.

Maar de revolutie keert zich uiteindelijk altijd tegen zichzelf en dus doemt aan de andere kant van het spectrum de staatsgreep op. Een
toekomstbeeld van de ondergang mag nooit een argument zijn om de boel nu af te kappen. Daarvoor moet de ellende nu gaande zijn. En
dat is ook zo. Wij worden nu in een kunstmatige ontworteling gehouden en dat had al veel eerder moeten stoppen, of beter, het had nooit
mogen plaatsvinden. Voor zover wij de aarde, ons volk en onze goden weer willen leren kennen, zal het hoe dan ook moeten stoppen.
De pragmatische conservatief die nu echt iets ‘wil’ doen aan de crisis in Europa en deze wil doordrijft, begint zijn gang door de bestaande
instituties als protectionist, maar ziet na verloop van tijd dat hij niets blijvends achterlaat en voelt zijn energie ins Blaue hinein weg vloeien.
Hij rekt daarentegen alleen maar nodeloos het sterfuur van Europa, of houdt het sterven als status quo zelfs vrolijk in gang. Dus eindigt
hij uit humane overwegingen als links-liberaal die flink meehelpt om de laatste resten van Europa in de uitverkoop te doen totdat er niets
meer van over is.

Afgezien van de onbezonnenheid van deze pragmatische conservatief is het maar de vraag of er op het eindpunt van de uitverkoop nog
Europeanen overgebleven zijn. Dat is in ieder scenario van de toekomst de grote vraag. In het meest positieve geval zijn we er nog, hebben
minstens één burgeroorlog achter de rug en rest ons niets meer dan onbeduidendheid, nog minder dan het kleinburgerlijke, of zelfs het
volledig armoedige leven zonder winstbejag, te midden van de familie, dieren en wat werktuigen. Dat zou winst zijn voor een geworteld
volksleven die eindelijk haar reserves ziet groeien en aangevuld worden in plaats dat ze deze ziet wegvloeien naar haar parasieten, maar
veel is het ook weer niet. Die mensen zijn aan de vernietiging ontsnapt en dat is alles.
De Grote Zelfvernietiging van de moderniteit blijkt dus een zelfvernietiging van lik mijn vestje te zijn. De mensen die hopen de dans te
ontspringen hopen dat de Grote Zelfvernietiging niets vernietigt, terwijl we zien dat hij het wel doet. Hij begint alleen niet met de bijl, maar
met oogkleppen op hun hoofd. De hoop dat de zelfvernietiging weinig tot niets zal vernietigen is struisvogelconservatisme. Daarom komt
uit het bovenstaande web van voor- en tegenargumenten de staatsgreep uiteindelijk als beste inzending uit de bus. Maar de jury kan deze
vooralsnog niet tot winnaar uitroepen. De greep naar de staat is nu nog een greep vol lucht. De jury schrijft daarom een volgende
prijsvraag uit over de grijpbaarheid van de moderne parasieten. Meedenkers, inzenders en strategisten mogen opnieuw hun best doen.
Zolang het nadenken over een staatsgreep niet verboden is, moet dat gebeuren en wanneer dat wel verboden wordt, moet deze
plaatsvinden.

Opmerking

Dis essay is oorspronkelijk verschenen in bitterlemon magazine nummer 5 en opnieuw gepubliceerd in TeKoS nr. 130 onder dezelfde titel.


Lees verder...

vrijdag 6 juni 2008

NAAR EEN VROLIJK RECHTS

bitterlemon.eu - Simplicissimus 6 juni 2008 *

Satire NAAR EEN VROLIJK RECHTS

door Tom Zwitser en Erik van Goor

Opinio is van ons heengegaan. Daarmee begraven wij onze laatste illusies. Wordt rechts zichtbaar met veel geld? Is
conservatisme te koop? Zelfs het linksconservatisme is niet te koop. Integendeel, het is failliet. Duizenden abonnees
staan nu op straat in grote verwarring. Wat is dezer dagen nog rechts en wat is nog links?

Rechts is de laatste jaren synoniem geworden aan zaken als de verbeten trek om de mond en gebiologeerd staren naar een links object.
Rechtse mensen zijn derhalve erg zichtbaar. Links is ook zichtbaar; dat is het voorwerp waar vrijwel altijd een aantal rechtse mensen
verbeten naar staart, soms met medeneming van een spandoek dat ook tegen het linkse object is gekant. Dat linkse object is dikwijls niets
meer dan het luchtledige zelve omdat menige verbeten rechtse demonstratie tegen het luchtledige is gekant. Met recht kan men zeggen dat
links niet heel veel voorstelt.

Daarom is het goed dat rechts zich dat eens indenkt: links is lucht. Spandoek is niet nodig, laat staan de dragers voor de spandoeken. Men
zou eens gaan denken dat rechts links is geworden. Demonstreren is immers ontzettend links (eigenlijk) en links vermocht destijds flink te
marcheren richting het Grote Nergens. Inmiddels verdwijnt die linkse mars ver uit zicht – wij vermoeden dat zij inderdaad Daar
aangekomen zijn – maar ontstaat nu het gekke fenomeen dat rechts links achterna marcheert. Wederom naar Nergens.

In dat hiernamaals van de demonstranten zullen de rechtse demonstranten het links dat Daar al gearriveerd is gewillig dienen. Links heeft
dat hiernamaals namelijk alreeds bezet. Van Buddha, tot Hegel en Marx, heeft iedere linksert van naam zijn plekje in dat grote niets en
reïncarneert zich daar wellustig in de rondte. Wij vragen ons af waarom ook de rechtsen zo naar dat luchtledige verlangen. Tenzij links in
rechts is gereïncarneerd waardoor rechts ook aan zijn mars is begonnen, snappen wij daar vrij weinig van.

Links is vlees geworden (en woont onder ons) – hetgeen een adequate vertaling van reïncarnatie betreft. En die gewaarwording heeft ons
geschokt. Links begint iets voor te stellen; het krijgt een gedaante. En wel die van ons. Wanneer de verbeten rechtsen weer eens
gebiologeerd naar het linkse luchtledige staren, demonstreert links dus tegen zichzelf. Zo blijkt dat de kinderen van de revolutie zichzelf
opeten. Eindelijk. Helaas richt deze laatste maaltijd een grote slachting aan onder rechts.

Rechts verzuurt zijn humeur met demonstraties voor vrije meningen en tegen mensen die hun geloof boven de
samenleving-die-geen-grenzen-kent stellen. Kostbare vrije tijd gaat verloren aan voorbereidingen als spandoekschilderen,
slogan-brainstormen en drukte om wat linkserts en gelovigen zeggen – veel drukte om niets of drukte om de drukte. Want de meningen
schreeuwen wij tegen elkander en de demonstraties richten wij tot onszelf. Zo overtuigen wij ons van onszelf en heeft verder niemand last
van onze hobby.

Wanneer de linkse duivel in onze persoon onder ons is, vanwaar moet het rechtse heil dan komen? Van mensen met geld? Die vinden zich
rechts om het geld te beschermen. Of van mensen die rechts zijn omdat ze graag met de Cadillac van de rijke baas uit rijden gaan. Het
geldgevoel en het Cadillac-gevoel hebben de zaak bedrogen. Althans waar mensen zo dom waren om bij dit gevoel in te stappen.
Baas Pieper en toeter Vink konden ons beiden niet vertellen waarvan het heil komen moet. Baas Pieper is hem gesmeerd, de plaat gepoetst
richting Riviëra met medeneming van zijn vrouw, belastinggeld en het faillissement. Voor toeter Vink brengt Opinio te weinig chicks op. De
basis van de Roze Cadillac blijkt te smal voor het vervoer van zeventig chicks.

Echter, de zeventigen wilden ook niet opdagen zodat een en ander niet te pas kwam: Cadillac te leeg en voor de ideologie te smal. Terwijl
toeter Vink nog naar een nieuwe Cadillac met bredere basis zoekt, is baas Pieper het grote geld aan het genieten. Waarschijnlijk dient de
brede basis voor een hele grote chick in plaats van zeventig kleintjes. Vink wil een zwaar wicht. Die zijn er niet in Finsterwolde en
Scheemda. Daar valt met een grote Cadillac geen eer te behalen. Wij raden hem de kermis aan. Daar is altijd een zwaar wicht te
bewonderen – voor weinig geld ook.

Dat brengt Opinio niet terug – van wat voor snit deze ook was. Opinio blijft heengegaan en dient de meningsuiting van het hiernamaals.
Tegen de nabestaanden zeggen wij: kop op, blijf niet bij de puinhopen zitten, werp de linksconservatieve last van u af en wees vrolijk! Laat
ons niet bedrukt meer zijn. Zonder onze vrolijkheid zal Opinio zich in korte tijd reïncarneren als Oibibio – een zuurderig weekblad voor
reïncarnerenden. En Vink blijft mee-reïncarneren totdat ook hij geld genoeg heeft voor Cadillac, chicks en Riviëra. Vanaf die tijd doet de
Islam en de mening er niet meer toe. Eerst moet eraan verdiend worden. Wie vrolijk blijft zal er niet door getroffen worden. En dat gold
eigenlijk ook de vorige versie. Alles verandert, maar blijft hetzelfde.

Lees verder...

woensdag 30 april 2008

KELDERSEKS

BL Commentaar 30 april 2008 * Column

door Tom Zwitser

Er zijn nieuwe records te melden: Nederland is gestegen tot het domste land ter wereld, Amerika is al enige jaren het land van de highschoolmassamoorden en Oostenrijk stijgt nu boven Belgie uit als het land van de keldersekshorror.

Wat eigenlijk alleen gekelderd is, is de wereldwijde koers van de familie.

Neem nu het voorval van afgelopen week in Oostenrijk: de 72 jarige Josef Fritzl heeft 24 jaar lang zijn eigen dochter in een atoomkelder
gevangen gehouden en 7 kinderen bij haar verwekt. Een prestatie die lange tijd onopgemerkt voorbij is gegaan. Maar nu de omvang van de
prestaties langzamerhand bekend raakt, duikt, zoals bij elk wereldrecord het geval, de pers en masse op het onderwerp. De kersverse
houder van het wereldrecord is voorwerp van diepe bewondering.

Voor het eerst drukt de pers zich niet uit in superlatieven van afschuw en distantie. Nee, niets van dat al. Men vindt het niet meer nodig om
de oeverloze kloof tussen de misdadigheid van dader en de verhevenheid van de pers zo breed mogelijk te etaleren. Slechts de prestaties zijn
onderwerp van bespreking. En die prestaties dwingen die pers blijkbaar in meerdere opzichten tot bewondering. Want als men alles
afweegt: wat heeft de man nu ook eigenlijk gedaan dat de oprechte, absoluut non-hypocriete en onversneden afschuw van de pers zou
verdienen? Inderdaad: bitter weinig.

Fritzl heeft al die jaren namelijk gezegd dat zijn dochter die hij 24 jaar gevangenhield, lid van een sekte was en zo nu en dan haar
pasgeborenene bij haar ouders op de stoep te vondeling legt. Dit was gedurende 24 jaar volstrekt geloofwaardig bij al die keren dat het
echtpaar Fritzl voor de voogdij aangewezen werd en het zou ook nu nog geloofwaardig zijn, ware het niet dat een van de gevangen kinderen
in de kelder in levensgevaar verkeerde en door haar ziekenhuisbezoek de zaak aan het rollen bracht.

Waarom zou een sekte of commune – het komt in deze tijd op hetzelfde neer [1] – wel een volledig normale reden zijn voor de bizarre
verdwijning van 18-jarige meisjes en de even bizarre verschijningen van babietjes op de stoep van grootouders? Alleen omdat dit soort
dingen nu eenmaal gebeuren? Men heeft nooit naar de dochter van Fritzl in welke sekte dan ook gezocht. Dat alleen is al vreemd, maar het
feit dat die sektes er ueberhaupt zijn is vreemder.

Overal in de wereld en zeker ook in Oostenrijk zijn er de meest bizarre sektes [2] en communes geweest waar de meest bizarre seksuele
uitwassen getolereerd en gepropageerd werden en worden. Vrijwel iedere ‘vrije’ sekte c.q. commune gaat op seksueel vlak als eerste
onderuit en iedereen vindt dat nog steeds normaal. Fritzl heeft van de wijd verbreidde acceptatie van sektes en communes gebruik gemaakt
om een dubbelleven op te zetten waarvan de stille zijde niet veel verschilde van zo’n sekte.

Daarom is enkel het feit dat Fritzl zo lange tijd in stilte is doorgegaan de reden dat de wereldpers massaal naar Oostenrijk is uitgerukt.
Seks en incest zijn al lang geen taboe meer, en ook niet het dubbelleven en heel wat andere perverse zaken. Menige sekte en commune kan
er openlijk een agenda van vrije seks en incest op nahouden zonder dat hen ooit verontwaardiging van pers’ wege ten deel valt. Evenzo het
dubbelleven van vele politici. Wat opiniemakers hooguit erg kunnen vinden is de vrijheidsberoving die Fritzl op zijn dochter pleegde. Vinden
ze de rest ook erg, dan zouden ze hun keeltjes ook open zetten bij al die enge sekscommunes.

Maar nee, dat vindt men juist niet erg. Sektes en communes waren zo cool omdat in die communes alles wordt aangegrepen om bevrijd te
worden van afkomst en opvoeding. Allerhande (pseudo-)freudiaanse technieken en middelen worden ingezet om letterlijk zo losbandig
mogelijk met elkaar samen te kunnen leven. En omdat mensen niet zomaar hun banden kunnen loslaten, werd die losbandigheid ingekleed
als een psychotherapie. Daar zijn inmiddels de horrorverhalen over bekend, maar afgezien van een verdwaalde reportage over
kindermisbruik in sektes kijkt niemand ervan op: vrouwen laten zich met drugs verdoven of dronken voeren zodat ze niet hoeven zien dat
hun pas geslachtsrijpe dochtertje door de communeleider bevrijd (ontmaagd) wordt terwijl er nog een grote kans is dat hij ook haar eigen
verwekker is.

Door onderling seksagenda’s uit te wisselen, en alles gemeenschappelijk te hebben; seks, vrouwen en kinderen (want daar komt het dan op
neer) doodt men elke zenuw die met het normale leven te maken heeft. Men denkt van de familie af te komen door de mogelijkheid te
creeren om a la minute een familie op te richten en deze een moment later weer op te heffen door een volgende op te richten. Incest bestaat
bij de gratie van de familie en wanneer die laatste niet meer bestaat, bestaat incest ook niet meer. Waarschijnlijk is de commune daarom
nog steeds een volledig geaccepteerde wantoestand. Nogmaals; dit soort sektes en communes mogen er wel zijn in Oostenrijk. Fritzl kon
deze maskerade 24 jaar achtereen rustig ophouden, ook toen er nog drie keer een kind tevoorschijn kwam. Nu blijkt dat hij zelf degene is
die deze sekte gerund heeft, is er sprake van een misdrijf.

De willekeur van het recht en de media kennen geen grenzen want het ligt nooit aan hen. Als het land, de staat, het recht en de pers buiten
alle kwaad zijn gesteld, dan mogen zij immers alles. Ze zijn heel veel handen op een grote buik. Wie wel voortdurend onder alle kwaad en
verdenking staat zijn degenen waar het nieuws, het recht de politiek en de sociale agenda zich op richten; de weerloos gemaakte burgers.
Alles wat de burger doet en laat is reden om hem nog weerlozer te maken en hem nog meer te ontzeggen. Als een journalist iets fout doet,
dan komt dat vrijwel altijd omdat hij zich niet aan de protocollen en gedragsregels of richtlijnen heeft gehouden, want de journalistiek
staat boven iedere twijfel. Het volk kan ook niets fout doen want dat bestaat niet meer, dus de enige die iets fout doet is de familie. Als een
vader of broer iets fout doet, komt dat niet omdat hij de regels en protocollen van het familieleven heeft overtreden, maar omdat hij lid
van een familie is en dat is sowieso een strafbare categorie.

De familie is nog steeds de voortdurende bron van alle ellende. Willen we ‘dit soort situaties’ in de toekomst voorkomen, dan is de conclusie
helder; weg met de familie. Ooit heeft men communes aangemoedigd om de familie te vernietigen en men zal nu even gemakkelijk de
communes aanpakken om de laatste herinneringen aan wat familieleven heette met schuld te verzwaren, want, dat blijkt nu wel, de
commune was een soort tussenvorm die nu alweer op haar retour is; in iedere kelder en op elke straathoek leeft wel een gezinnetje volgens
de anti-regels van de communes: vrije seks met iedereen, ook met je eigen kinderen. Het had enige tijd nut om de familie af te breken, en
nu dat gelukt is pakt men communes aan zoals in Texas, maar alleen om de familie nu helemaal af te schaffen.

Aan het land en de staat mag het niet liggen."Amerika is niet het land van de highschool massamoorden, ook wanneer dat daar altijd weer
voorkomt en Oostenrijk is niet het land van de kelderhorror." En Nederland is dus ook niet het domste land ter wereld. Want: "dat is
allemaal toeval." Maar wat geen toeval is: “er zijn overal sociaal-pathologische toestanden in gezinnen die vaak tot levenslange
martelingen leiden” [3]. Elk probleem wordt gepromoveerd tot een familieprobleem. En de familieproblemen zijn zo universeel verbreid,
dat dit laatste instituut der instituten binnenkort door de VN failliet wordt verklaard. De familie is het enig overgebleven schandaal
temidden van vrije seks, geinstitutionaliseerde incest en openlijke haatcampagnes tegen huwelijk en gezin. Willen mensen zich aan deze
agressie onttrekken, dan moeten ze de kelder in om nog als familie te kunnen leven. En als iemand de kelder ontdekt dan staat de
wereldpers voor de deur en wordt iedereen afgevoerd; weer een familie ontdekt.

Noten

[1] http://www.trouw.nl/laatstenieuws/ln_buitenland/article977854.ece/Ruim_helft_sektemeisjes_Texas_zwanger
[2] http://www.vpro.nl/programma/zomergasten/afleveringen/28831308/items/29490370/
[3]citaten uit: http://www.kurier.at/interaktiv/kommentare/153027.php

Lees verder...

maandag 14 april 2008

OLYMPISCHE SPELEN

BL Commentaar 14 april 2008 * Column

door Tom Zwitser

De kranten schreeuwen, de blogosfeer draait overuren en de mensenrechters van de wereld hebben hun toverdrank tot
zich genomen om de Chinese barbaren te verslaan. De helden doven overal ter wereld olympische fakkels en spreken
bezwerende soera's uit, want... China organiseert dit jaar het olympisch koekhapfestijn terwijl er geen vrijheid van
meningsuiting heerst.

Sporters mogen dus sporten, maar nergens hun mening over geven. Laat staan dat ze zich tegen het regime mogen verzetten. En juist dat
laatste, verzet, is heus echt waar geboden want in China gaan er zaken anders dan bij ons.

De strijd tegen de Chinese barbarij wordt niet aangevoerd door onze gestaalde en getrainde koekhappers, maar moet volgens de
intellectuelen juist worden gevoerd door hen uit China weg te houden. Strijden door niet te strijden, de competitie te vermijden en zo de
tegenstander bij voorbaat tot misdadiger te bestempelen. Het geloof in de sportieve overwinning van de ene op de andere ideologie, zoals
die in de Koude Oorlog heerste, is voorbij. Wij willen pas onze sportieve superioriteit komen tonen, wanneer de morele superioriteit al
erkend is. Wij willen alleen strijden als wij bijvoorbaat al gewonnen hebben.

Er zitten in China bijvoorbeeld idioten in de cel die, ondanks dat ze wisten dat ze bepaalde zaken niet openlijk mogen aanroeren, het toch
gedaan hebben, vaak om bekendheid en roem in het Westen te krijgen. Dat is vrij dwaas nietwaar? Zij zijn nu bij Amnesty International de
held van de dag. Hun foto’s en hun met straf bekroonde woorden prijken in iedere mensenrechtenbrochure en verschijnen als advertenties
in iedere goeie krant, want de activist moet wel geld opbrengen. Helden moet men adverteren. Wat is nu een held zonder publiek dat hem
vereert en betaalt? Als er genoeg geld door hem is opgebracht ontvangt hij nog eens de Nobelprijs voor de Vrede. Het toppunt van moed en
strijdbaarheid. Durf eens iets aan de kaak te stellen dat niet correct is en maak kans op… de Nobelprijs!

China herbergt meer dan 50 volkeren en moest als 3000 jaar oude beschaving tijdens en na de Tweede Wereldoorlog eerst een
communistische vernietigingsfase doormaken, die er zonder de grote steun van Amerika niet was gekomen. Nu het Oude China met succes
vernietigd is, moet China ook weer met geweld uit deze fase gehaald worden om helemaal mee te kunnen in ’s werelds woeden. Dezelfde
helden die de wereld overvlogen om overal de anti-globalist uit te hangen, auto’s te molesteren en stenen te gooien tegen de ordepolitie uit
neomarxistische motieven, doven nu uit naam van de westerse waarden de communistische, pardon, olympische fakkels. Westerse en
neomarxistische waarden zijn dus hetzelfde tenzij de relschoppers schizofreen zijn (maar waarschijnlijk allebei). China is nog niet links
genoeg en moet nog linkser worden. Want ieder links dat nog niet links genoeg is, is de grootste barbarij van de planeet. Er moet
voortdurend verlinkst worden.

Wat is er uit westers oogpunt mis met China vraag ik mij af? Ze hebben daar ook homo’s, ze aborteren hun kinderen op grote schaal en
ook de euthanasie op het voorgeslacht zal daar van staatswege vast veelvuldig toegepast worden (het laatste is een gok). Homo- en
heteroheren hebben daar in twee opzichten gelijke rechten: beiden mogen even weinig kritiek op het regime leveren, zoals men hier evenveel
kritiek mag (excuus: moet) leveren op de mensen die de fout hebben gemaakt om aan de macht te komen en ten tweede: beiden mogen
alleen met een vrouw trouwen. Vrouwen hebben daarentegen zelfs meer rechten dan mannen: de vrouw mag met een homo of met een
hetero trouwen, als het maar een man is. Dit zijn de grote drie van de westerse verworvenheden en toch roert het linkse halfrond zich dezer
dagen telkenmale in de rondte. De bijkomende duizeligheid kan de enige reden zijn dat China ineens het haasje is.

De Nederlandse intellectuele bijdrage aan de wereldwijde duizeligheid bestaat uit een carnavalshit genaamd “We Gaan Nie Naa China”. En
– hoe edel – het is bedoeld “om de dialoog op gang te brengen”. In coupletten en refreinen wordt het onrecht in China luid bezongen en de
videoclip toont ons hoe de feestneuzen het onrecht bijzetten door polonaises te lopen en ronde rode nepneuzen op hun eigen kokkels te
zetten. Alle bekende grappenmakers hebben eraan meegewerkt. De dialoog is dus eigenlijk een eenmalige bijdrage van potsenmakers om
onze olympische koekhappers via de publieke opinie te verbieden naar China te gaan. We gaan immers Nie. Een behoorlijke open deur,
want de grappenmakers gingen bijvoorbaat niet. Ze hadden geen van allen de olympische limiet gehaald voor willekeurig welke discipline
van het koekhappen.

Het volk is bij voorbaat op hun hand, juist nu deze specifieke opinie in een ‘grappig’ carnavalslied verpakt is dat immers vast wel aan de
lage lusten van het volk zal appeleren. Terwijl onze getrainde koekhappers jarenlange Spartaanse trainingsschema’s gevolgd hebben om
straks op die grote Olympische Spelen de koek in grote gouden plakken te kunnen behappen, mogen ze door zo’n in elkaar geflanst
nummertje straks hun edele sport niet beoefenen op het hoogste niveau. Het reikhalend uitzien wordt niet met de koek, maar met
thuisblijven bekroond.

Men wil dat wij ons druk maken over Chinezen die niet alles mogen zeggen wat ze denken, maar overstemt daarmee onze intuitie dat “alles
zeggen wat men denkt” nergens ter wereld mag en ook nergens goed voor is. Het is weer eens luid en duidelijk: wanneer men alles mag
zeggen wat men wil, wordt die ruimte binnen de kortste keren gekaapt door idioten en dwazen. Normaal volk heeft niet de behoefte om
iedere minuut van de dag rond te schreeuwen wat ze vinden maar juist om daarvan verschoond te blijven. Wat men vindt is normaal en
wat normaal is hoeft niet de hele dag worden rondgetoeterd. Wat normaal is, is algemeen aanvaard en wordt als zodanig met een enkel
woord bevestigd. Bekvechten dient om de orde te herstellen, niet om deze voortdurend omver te werpen.

Normaal volk wil normaal leven en niet door van alles en nog wat bestolen worden en dwars gezeten worden. De staat gebruikt de dwazen
en idioten zogenaamd om “onrecht, misbruik en ongelijkheid uit te bannen” en vergroot daarmee de controle op haar burgers tot
maximale proporties.

Niemand maalt er nog om dat de staat de burger wantrouwt en dat iedere burger bij voorbaat verdachte is in een slopend strafproces
tegen het volk dat nu al tientallen jaren duurt en opgaat in een Europees gevoerd strafproces tegen de laatste overblijfselen van de oude
volken op dit continent. Onvrijheid van meningsuiting is nu de zwaarste zonde waar een land zich aan kan schuldig maken. Bij ons heerst
deze vrijheid. Wij hebben niet de vrijheid om te zwijgen met de zwijgenden en met rust gelaten te worden, maar bij ons heerst de vrijheid
om alle dwazen en schreeuwers aan het woord te laten en er ook nog naar te moeten luisteren. Want zodra je de laatste schreeuw of deun
gemist hebt, ben je een barbaar. Dezelfde vrijheid wil men China opleggen. Opgelegde schijnvrijheid, wat moet je met zo'n dubbele
dwangbuis?

En wij zitten er maar mee. Het is namelijk niet het probleem van China, maar het onze. Daarom is dit stuk zeker niet gekeerd tegen de
Tibetanen, of tegen de chinees-tibetaanse dialectiek, maar vooral tegen de wanvertoningen van onze zelfverklaarde elite. Omgaan met
schijnvrijheden die ze ons opleggen is zwaar en daartegen iets zeggen is strafbaar. Want voor je het weet heb je een proces aan je broek
wegens discriminatie en racisme, kortom de zonde tegen de gelijkheid. En dan merk je ineens wel hoe groot en machtig die staat geworden
is en dat de macht van de staat zich uitstrekt tot aan uw en mijn gedachten. Juist die gedachten mogen u en ik niet hebben omdat ze de
publieke opinie tegenhouden om u en mij van binnen af te breken. U en ik moeten daarentegen alles van de staat, de EU en alle experts
verwachten, en van al hun poppekasten, marionetten en spreekbuizen. Laat ze zelf gaan koekhappen.

Lees verder...

donderdag 6 december 2007

EXTREMISME BESTAAT NIET

BL Commentaar 6 december 2007 * Sinterklaas

door Tom Zwitser

Beste Doekle, Afshin en alle andere Hulpsinterklazen,

Pakjesavond had voor het Nederlandse volk geen verrassingen in petto dit jaar. Alle pakjes waren al open gemaakt
voordat de liedjes gezongen waren. In de pakjes zaten namelijk de liedjes die gezongen moesten worden. Wij dienden
voor die pakjes wel onze worteltjes en ons stro retour te geven. Het bleek een grote streek van Sinterklaas te zijn....

Dat ging zo: we zijn in een democratie beland die alles begint uit te sluiten om zichzelf te beschermen. Doekle Terpstra wil de democratie
beschermen tegen haar eigen implosie en de neomarxist Afshin Ellian wil de democratie juist als de Grote Woordenoorlog van allen tegen
allen beschermen. Grote woorden, nog grotere monden en verontwaardigd doen wanneer een van die Grote Woorden een Grote Daad tot
gevolg heeft. Terpstra beseft nog dat een grote mond een even grote daad oproept. Een grote mond heeft immers scherpe tanden. Maar hij
is bang voor grote daden dus fulmineert hij ook tegen de grote woorden (met even grote woorden).

Ellian weet dat iedere daad alleen maar van het collectief (de staat) mag uitgaan en profiteert daarvan door zijn tegenstanders die nog
eergevoel en godsdienst kennen voortdurend te kleineren en te beschimpen. ‘De’ democratie staat immers achter hem. Doekle ziet nog niet
dat de Grote Woordenoorlog van Ellian het soort democratie bewerkstelligt die hij zo graag wil beschermen. Die democratie waarin iedere
burger is murw gebeukt door Grote Woorden terwijl hem zijn vuisten zijn afgehakt en zijn tanden zijn uitgeslagen. Alleen zo kunnen wij
met een nieuw geloof geindoctrineerd worden. Grote Woorden temmen normale mensen en maken hen afgestompt en onverschillig. Het
houdt ons in een shocktoestand.

Doekle heeft het over redelijkheid en tolerantie maar wil letterlijk niet zien dat onze verheven redelijkheid hetzelfde is als onverschilligheid
en dat onze staat van tolerantie hetzelfde is als murw gebeukt zijn met Grote Woorden. Wie nog een restje dadendrang bezit buiten de
staat om en wie nog een restje geloof heeft in iets anders dan de democratie moet nog langer de Grote Woordenstroom ondergaan, totdat
alles van de staat is, ons geloof incluis. Pas dan zijn wij de grote cynici geworden die bruikbaar zijn voor de democratie, begrijpen wij het
zo goed, beste Afshin?

Collectivistischer kan het niet, wanneer zelfs ons geloof staatsbezit is geworden. Afshin Ellian presenteert zich als neoconservatief, maar
zijn neoconservatisme blijkt neomarxistisch te zijn en zo verloochent hij zijn Iraans-communistische afkomst uiteindelijk niet. Doekle
Terpstra dient de Bijbel eens goed te lezen. Zijn ‘christendom’ heeft hooguit drie zinnen uit het Nieuwe Testament op de maat van de
Internationale getoonzet en de rest van de Bijbel in het vuur geworpen – wat overblijft is vele malen dunner dan de Donald Duck in het
Fries. Heel typerend voor zijn Nieuwe Christendom dat al door Ter Braak is opgemerkt.

Ons advies: richt een leeskring voor Hulpsinterklazen op en gaat U beiden maar eens actuele marxisten als Michael Hardt en Antonio
Negri lezen over wat de democratie te wachten staat. Hopelijk brengen zij uw vastgeroeste collectivistische staatsdenken weer in beweging.
De constitutionele democratie is een fossiel dat feitelijk nooit bestaan heeft buiten uw eigen verbeelding. Het was decennia lang een facade.
Hoe meer de democratie gerealiseerd werd, hoe totalitairder en fascistischer zij zich manifesteerde. Het is de staat daarachter die zich nu
pantsert tegen haar eigen burgers. Het is de staat die bij de geringste tegenstand haar eigen burgers ingrijpend gaat heropvoeden en bij de
geringste opstand hardhandig op haar burgers inhakt, ook al zijn deze burgers nog stemongerechtigde 14-jarige scholieren. Zelfs achter
het IJzeren Gordijn maakte men het destijds niet zo bont.

Of gaat u de klassieken eens lezen. Niet Marx en Spinoza enzo. Nee, gaat u eens Althusius lezen of Spengler. Of denkt u eens na over de
frase van Multatuli: “democratie is de oorlog van allen tegen allen.” Ook Peter Sloterdijk kan u de ogen openen. Nergens wordt de ironie
van de moderniteit zo zichtbaar als in zijn ‘Eurotaoisme’ (1991). Boeken van formaat in plaats van existentialistisch geneuzel over ‘Mijzelf
als probleem’ of iets dergelijks.

Beste Doekle en Afshin, uw democratie is dood en uw marxisme is achterhaald. Uw marxisme is niet eens meer een slag in de lucht, want
het heeft zelfs geen slagorde meer, of het zou de staat zelf moeten zijn. Misschien moeten onze 14-jarige pubers voorgaan in de strijd,
omdat hun ouders alleen maar bezorgd kunnen toekijken, maar verder niets meer willen, niets meer denken en niets meer verdedigen. Ze
zijn eerloos gemaakt door de almachtige staat waarbinnen U carriere maakt. Liberale vrijzinnigheid en charismatische neurosen maken U
en hen tot staatsslaven.

Intussen wordt er door filosofen, sociologen en politicologen al verder gedacht. Op universiteiten is de democratie allang dood. Nu zien
zelfs middelbare scholieren het al. Met uw navelstaarderij op uw eigen opinie maakt U uzelf volslagen blind. Wij zijn al veel verder en de
democratie is een losgezongen circus geworden dat zich in een sprookjesachtige grachtenpand afspeelt, maar verder nergens. Het was een
lachertje geweest, ware het niet dat er nog steeds stromen geld van burgers in het sprookje gepompt wordt terwijl het land in toenemende
chaos verkeert. Burgers kunnen niets of de wapenstok keert zich al tegen hen.

Uw vrije woord heeft bijvoorbeeld voor het Europese bedrog gezorgd omdat de staat de enige is die de vrije daad op het vrije woord mag
laten volgen zonder dat zij enige rekenschap hoeft af te leggen. Ze mag zelfs A zeggen en niet-A doen. Het vrije woord zorgt er bijvoorbeeld
voor dat we in de dollar, de olie en de huizenmarkt geloven, zonder dat er nog hard geld in om gaat. Het vrije woord heeft ervoor gezorgd
dat deze fata morgana’s ons dagelijkse leven overwoekeren en ieder geloofsafval direct afstraft. Het vrije woord zorgt ervoor dat men met
onderwijs kan aanrommelen wat men wil en de politie op middelbare scholieren in kan laten hakken terwijl ze de onzinnigheid van het
onderwijs aan de kaak stellen. (Tussen haakjes: onderwijs van huidige kwaliteit kan in 2 tot 3 lesuren per dag gegeven worden.)

Wat hebben wij aan een vrij woord als onze vrije daad ons bij voorbaat ontnomen is? Alsof de democratie een eeuwig sabbatsrust is
waarop alleen toegesproken en toegehoord mag worden. Alleen degene die woord en daad scheidt komt terecht in een toestand waar de
meest grove beledigingen met een glimlach in ontvangst genomen moeten worden door de geadresseerde. Maar mag hij ze zelfs wel in
ontvangst nemen? Is dat niet werken op de eeuwige sabbat van de liberale opiniemaatschappij? En wanneer het ontvangen van fatwa's en
beledigingen al daden zijn, dan is het uitspreken ervan toch ook al een overtreding tegen het Grote Liberale Gebod?

Waarom moeten wij als lammen en blinden aan de kant van de weg de media om hulp roepen? Genezen zij ons van onze lamheid als wij
een vrij woord in de echoput van de opinie mogen gooien? Kan Doekle ons vertellen waarom het zwaard en de mepstok van de staat ons
vele malen liever en zachter zou behandelen dan zijn eigen knuisten? Of heeft hij geen knuisten meer? Zijn de heren Doekle en Afshin ook
ontmande marionetten die een opgepoetste carriere als worst voorgehouden wordt? Moeten wij, beste heer Ellian, als een geamputeerde
mens door het leven en ons en ons geloof aan alle kanten laten beledigen omdat het vrije woord een doel op zich is geworden? Of louter
omdat het U behaagt? Een normaal mens dat over knuisten beschikt, wendt zich slechts in nood tot grof geweld. Grote woorden worden
amper gebezigd. Grote daden al evenmin. Het normale leven bestaat uit vanzelfsprekendheden die tot het uiterste verdedigd kunnen
worden. Nu is de enige vanzelfsprekendheid dat alle vanzelfsprekendheden voortdurend omver worden gescholden. En men verbaast zich
erover dat er nog achterlijke mensen zijn die dat niet pikken. Wij zeggen U: zolang de achterlijken er nog zijn, is er hoop.

Extremisme is een tegenspraak. Aan de flanken van de maatschappij is niets veranderd. Niet aan de rechterkant, niet aan de linkerkant en
niet aan de onderkant. De enige verandering vindt voortdurend boven plaats. En van boven uit de dwang naar rechts, links en beneden.
Daar, aan de randen en aan de onderkant, is men als altijd gebonden aan zaken die boven de staat uitgaan. Het jakobinisme bevindt zich
echter in het centrum van de maatschappij predikt haar geweldsmonopolie met... geweld. Tegen het staatsgeweld zijn, betekent dit over
jezelf afroepen. De democratie is heilig en staat boven God, land en volk. In ruil daarvoor biedt zij de burgers kadootjes aan waar steeds
weer nieuwe scheldwoorden in blijken te zitten tegen het veelvuldig aanwezig ‘bijgeloof’ van de burgers. De staat biedt ons niets
fundamenteels maar breekt de fundamenten slechts af. Doekle moet dus nog even wachten met zijn actie tegen de verWildering van
Nederland. De verWildering van Nederland leidt immers tot zijn heilsstaat van “tolerantie, gastvrijheid en solidariteit” en nog wat mooie
“kernwaarden” zoals onverschilligheid, shocks en gebroken willetjes.

Nee, de pakjes waren dit jaar al uitgepakt voordat de liedjes gezongen waren. We hebben in november gedaan alsof Sinterklaas uit Spanje
kwam met de boot, maar Sinterklaas is nooit weggeweest. Al enige jaren rijden er alle dagen per jaar stoeten hulpsinterklazen op hun
kranten en omroepen door Nederland en ze delen rijkelijk kadootjes uit. In ieder pakje zit een woord. Allemaal ‘vrije’ woorden. En dat vrije
woord slaat ons oude geloof plat en blaast ons een Nieuw Geloof in. Helaas wil het ons maar niet overtuigen. We doen alsof we in
Sinterklaas geloven, maar we weten wie er onder de mijters en tafelkleden zitten: dat zijn onze politici, columnisten, dominee’s, literatoren
en wat verdwaalde hoogleraren. En we moeten doen alsof hun kadootjes het hoogste goed zijn en we buigen ons voor hen en geven hen
bergen worteltjes en stro, maar stiekem voelen we ons bedrogen. Wat hebben we eraan? Extremisme bestaat alleen in het centrum en zou
dus beter totalitair centralisme kunnen heten. En het vrije woord bestaat nergens sinds de daad ons ontnomen is.

NB. Bovenstaand stuk is bedoeld als krantenartikel en is achtereenvolgens genegeerd door Trouw (waarin Doekle zijn oekelige brief
publiceerde) en, zonder het artikel gelezen te hebben, afgewezen door de NRC omdat het een Sinterklaasstuk betrof dat NA 5 december
gepubliceerd diende te worden. Dat was teveel voor de NRC-logica. Daar het niet mijn gewoonte is om lang met een stuk te lopen leuren
en als een lamme en blinde vanaf de kant van de weg de diverse media te blijven aanroepen, daarom op BITTERLEMON.eu

Lees verder...

dinsdag 11 september 2007

DEUGDEN

bitterlemon.eu - Simplicissimus 11 september 2007 * Deugden

Satire: DEUGDEN

door Tom Zwitser

De kernredactie was de afgelopen maanden in hevige verwarring. We hadden in onze keuken last van hardnekkige bacteriën. Niet veel later
bleek dat ze deugden genoemd worden. Men kon nog geen koffie zetten, of er zat een deugd in.

Het is een erg oude bacterie die een paar eeuwen gesluimerd heeft, maar nu helemaal terug van weggeweest is. Alleen niemand bleek te
weten wat het precies is en wat het doet. Wat is een deugd en wat doe het met je? En vooral: hoe komt zoiets in onze keuken terecht? Ze
hebben ook nog een voorliefde voor bepaalde mensen. Sommigen raken ermee besmet en bij hen is het deugd voor en deugd na. Ze zijn
geen schim meer van zichzelf. Die deugd maakt een ander mens van ze. Ze worden ineens heel beheerst, gematigd en bedenkelijk, maar wat
ze dan beheersen, wat ze dan matigen en waar ze dan over nadenken, dat blijft ook na herhaaldelijke navraag volslagen onduidelijk. Wie
besmet raakt, verliest ieder ad rem (re)actievermogen. Alles wordt afgeremd en overdacht, maar direct en primair handelen, hó maar.
Direct en primair handelen wordt eerst “moeilijk”, dan “ligt het niet eenvoudig” en uiteindelijk volgt een “toch maar niet”. Anderen blijven
van het bacterie verstoken en begrijpen er tot nu toe geen snars van. Op rechts waren we immers zo goed bezig en nu ligt ineens alles “heel
complex”.

Er dreigt nu een totale tweedeling te ontstaan. Want het blijkt dat bepaalde conservatieven er zeer vatbaar voor zijn. Het deugdenbacterie
ontkiemt bij hen heel snel, terwijl het bij anderen geen schijn van kans maakt. Ze hadden het altijd al over de “zeer belangrijke rol van
onderwijs” en over “het Bildungsideaal”. Bildung maakt sterke burgers, maar waarín en hoe ze dan gevormd worden, ook dat bleef altijd
erg vaag, net als de vraag waarvoor die sterke burgers hun zorgvuldig gevormde kracht dan gaan aanwenden. Ja, bepaalde mensen
moesten uit het volk gehaald worden en daarbuiten van capaciteiten voorzien worden om daarna het volk kundig te besturen. Maar goed,
dat respecteer je nog van elkaar; verschil moet er zijn, nietwaar? Totdat ze met de deugden op de proppen kwamen. Toen wisten we dat de
bacterie toegeslagen had. Vorming gaat al ver, maar deugd, nee.

Deugd blijkt in een potje te zitten dat op scholen en bij welzijnswerkers op de plank staat. De grote toverketel waarin op iedere school de
kleine ettertjes tot burgerdestillaat gestookt worden, raakt niet vanzelf op smaak. Dat gebeurt met de deugden. En ook hier doet Europa
een duit in het zakje, want dit zijn officiële, door de EU goedgekeurde deugden. Ze komen uit de geheime kleur-, geur- deugd- en
smaaklaboratoria van de EU waarin het hele voedselspectrum voor de burger wordt samengesteld. Want het leven is van zichzelf
natuurlijk erg smakeloos en flauw, maar wanneer men eerlijk is vinden ze het eigenlijk niet te zuipen of te vreten. Het leven leeft niet uit
zichzelf, en indien wel, dan gaat het helemaal verkeerd. Ouders, opoe en opa, volkstuintje, op straat spelen, puberen en volwassen worden;
alles is even smakeloos, om niet te zeggen dat het in principe schadelijk is wanneer er niets tegen gedaan wordt. Het moet dus allemaal
flink op smaak gebracht worden. En deugden neutraliseren ook nog eens al die gevaarlijke trekjes die je in je familie en op straat krijgt
opgedrongen.

Dit hele verhaal sloeg bij ons in als een bom. Deugde er dan niets van de wijze waarop onze voorouders eeuwenlang hadden geleefd? Een
beetje grond, een plaggenhut, een kruidenvrouwtje aan de rand van het dorp, kinderen spelend op de dorpsbrink, vader werkend op de
akker en opoe aan het sokken breien op het bankje voor het huis – kortom: de gang der eeuwen? Nee, inderdaad, er deugde niets van, want
er kwam geen deugd aan te pas. Het was allemaal valse romantiek en een tijd van pure ellende waar we dankzij deugden, onderwijs en
Bildung van verlost werden. En technologie natuurlijk – zonder technologie is alles onmogelijk. Maar teveel technologie in de soep is ook
weer gevaarlijk, dus moet er nu weer meer deugd bij, om al de andere ingrediënten het hoofd te bieden. Het gaat om de totaalbalans. Als
één ding toeneemt, moet er van de rest ook meer bij. Dus heeft de EU extra deugden ter beschikking gesteld en het is overal gratis
verkrijgbaar: in scholen, kerken en moskeeën. Zo is deze bacterie bij ons in de keuken gekomen. Het is ongemerkt door ons voer gegooid.

Iemand had het in onze keuken neergezet, meegenomen vanuit de school of de kerk. Slechts een enkeling is resistent. Sommige
conservatieven kunnen inmiddels niet meer van deze dope afblijven. Het geeft ze het gevoel dat ze leven en tot grootse prestaties in staat
zijn, zeggen ze dan. Een gevaarlijk goedje dus, zoveel is wel duidelijk.

Ja, het waren roerige dagen, de afgelopen tijd. Bent u al besmet of heeft u nog nergens last van? In dat laatste geval: houden zo.

Lees verder...

woensdag 1 augustus 2007

INTELLECTUEEL

bitterlemon.eu - INTELLECTUEEL

een column, door Tom Zwitser

Afgelopen week was het weer eens raak: een intellectueel moment op de Nederlandse televisie. En zoals bijna altijd met de intellectuele
momenten op de televisie, was het de moeite van het overdenken niet waard. En toch wil ik het erover hebben. De altijd innemende
allemansvriend Matthijs van Nieuwkerk nodigde in zijn programma de Tv draait door vier mensen aan tafel: de presentatrice van het
“voorlichtingsprogramma” Spuiten en Slikken Sophie Hilbrands, de schrijver en ‘publicist’ Joost Zwagerman, de cabaretier Bert Visser en
EO-man Andries Knevel.

De doorsnee kijker zal blij geweest zijn met de aanwezigheid van Hilbrands en Visser welke heerlijke humor van de laatste vooral de
autistische Knevel flink te kijk zette. Op het gezicht van Hilbrands was in het begin al de ergernis over de geproduceerde onzin van Knevel
goed af te lezen.

Van Nieuwkerk zei op een gegeven moment in een bijzin over Knevel dat hij een dik uur voor de uitzending al in de studio aanwezig was om
onder andere de positie van alle camera’s grondig te inspecteren. Van Nieuwkerk werd toen abrupt door Knevel onderbroken met de
verklaring; ‘dat hoort bij het vak’, hij knikte overtuigd met zijn hoofd en zei nog eens ‘hoort bij het vak’. Zijn woorden waren afgemeten en
snel, evenals de hoofdknik.

Net als Knevel was Zwagerman op een heel andere manier irritant: Ook hij heeft intellectuele pretenties, maar datgene wat intellectueel
aan zijn opmerkingen en tegengas aan Knevel had moeten zijn, heb ik niet ontdekt. Dit zogenaamde tegengas is door een eerstejaars
student filosofie onderuit te halen, wanneer deze al niet in lachen uitbarst om de krakende argumenten die hij naar voren schoof om zich
tegen Knevel te profileren, bijvoorbeeld over de nieuwe programmering van de publieke omroepen. Zwagermans geloof in neutrale
journalistiek was kinderlijk naïef: Een Paul Witteman, die in zijn vrije tijd PvdA schijnt te stemmen is journalistiek ‘natuurlijk’ kritisch en
neutraal, en zeker wanneer hij linkse politici aan de tand voelt. Kritische vragen zijn altijd neutraal. Tuurlijk Joost...

Maar dit terzijde. Op de vraag van Van Nieuwkerk of Knevel wel eens naar Spuiten en Slikken (waarvan de naam inderdaad de hele inhoud
dekt) gekeken heeft, reageerde hij ontkennend. Sophie wilde weten waarom hij er niet naar gekeken heeft. ‘Gewoon niet, ik had er geen zin
in’. ‘Maar’, vroeg Van Nieuwkerk; ‘heb je er geen zin in of mag je er van jezelf niet naar kijken, want je moet dat toch zien als vakman?’
‘Nee, natuurlijk mag ik wel, maar gewoon..; geen zin, ik hoef het niet zien’. Een antwoord zonder dat hij zijn morele overtuiging over dit
soort voorlichtingsprogramma’s hoefde te geven. Gewoon geen zin. Prompt kreeg hij een uitnodiging van Hilbrands om de eerstvolgende
opname bij te wonen. Met een verlegen lachje als antwoord...

Daarop was er een debat (woordenwisseling) tussen Knevel en Zwagerman. Interessant klinkende woorden als onjuiste premissen en linkse
machtsovernames op tv kwamen meerdere malen beschuldigend uit Knevels mond. De verbetenheid en gefixeerdheid waarmee hij in zijn
stoel zat, maar ook de manier van praten, was niet alleen irriterend en tegelijk lachwekkend voor de anderen aan tafel, maar het kwam
mij ook voor alsof hij, volledig gericht op zijn heilige missie (zoals zoveel ‘intellectuelen’ extreem op iets gefixeerd zijn), alles uit de weg
ruimt of negeert wat hem in zijn omgeving zou kunnen belemmeren.

Het leek alsof er een over het paard getild gymnasiumjongetje aan tafel zat dat te vaak te horen heeft gekregen dat hij slimmer is dan de
rest van zijn klas, en na niet al te lange tijd die rest van de klas niet meer opmerkt, of nog slechts in de vorm van een publiek dat er voor
hem is, dat op hem gericht is. Er is alleen nog maar Knevel en het publiek. Knevel zit niet meer in de klas. Geen moment leek hij zich
natuurlijk te bewegen in de polemiek of kon hij ingaan op hetgeen Zwagerman en Van Nieuwkerk zeiden, maar daarentegen leek hij zich
juist overbewust van het publiek om hem heen en het beeld dat hij van zichzelf neer wil zetten. Zijn houding was overgeconcentreerd en zijn
reacties gespannen ad rem waarbij iemand uit laten praten als een van de ergste deugden beschouwd wordt.

Met andere woorden: de intellectueel Knevel is een acteur en wat voor één! Een slecht acteur. Ik vraag me tegelijk af of deze autist wel iets
anders kán zijn dan een slecht acteur. Een goed acteur zal hij nooit worden; ontspannen zal Knevel nooit zijn. Hij zal er altijd maximaal
naar streven alles in de hand te hebben, maar hij zal het nooit kunnen en deze frustratie is hem aan te zien. Hij zal altijd gefixeerd zijn op
zijn heilige missie die hij tevens nooit zal bereiken en hij zal zichzelf en zijn omgeving voortdurend aanpassen aan die missie: Heeft hij een
beeld van zichzelf dat hij nietsontziend naleeft; er moet voortdurend een imago neergezet worden, en daarom is het zeker noodzaak om een
uurtje voor de uitzending in de studio aanwezig te zijn om de camera’s te inspecteren, camerabewust als hij is.

Lees verder...