skip to main |
skip to sidebar
Nu de brief van bisschop Williamson verschenen is waarin hij afstand neemt van zijn eerder uitlatingen als achterhaalde onbezonnenheid, is het wachten op de media. Verscheidene mensen koesteren hoge verwachten over het effect van deze brief in de media. Nou, nou? wat vinden ze ervan? Zullen 'ze' tevreden zijn?
Ik geef ze weinig hoop dat de brief iets in de media teweeg brengt. En dat hoeft uiteindelijk ook niet. Williamson heeft zich geschikt en dat was het enige dat hij logischerwijs kon doen. De media zullen de brief simpelweg negeren, of er in een klein zijkolommetje melding van maken. Een van de vele derderangs colomnisten die onze pers rijk is zal er wat aandacht aan schenken. Ironisch, smalend. Het zal zeker een onbeduidend berichtje worden. Alleen wanneer er weer een volgend schandaal ex-nihilo gecreëerd kan worden, zal de brief aandacht krijgen.
Wie verwacht dat er in de media zo'n uitgebreide aandacht aan wordt gegeven als er wel aan het interview van Williamson wel is gegeven, verwacht rechtvaardigheid en gelijke behandeling van de pers. Maar dat is tevoren al wat teveel van het goeie. Het ging vanaf het begin al niet om Williamson en nu nog steeds niet. Dat interview was al vier maanden eerder uitgezonden voordat de storm losbrak. Er kraaide geen haan naar. Pas toen er een associatie bestond met het Vaticaan was Williamson bruikbaar.
Wat de Kerk potentiele schade kan toebrengen, zal altijd voorrang krijgen in de media. De media zullen alles aangrijpen wanneer ze van de Kerk verontschuldigingen om het een of ander kan eisen, of verandering van richting en het omgooien van de organisatie (i.c. einde van het pausdom) kan eisen. De media claimen altijd een hogere authoriteit dan de paus zelf. Die authoriteit geeft ze zichzelf - met de nodige subsidie van de staat of bedrijfsleven, want levensvatbaar is media in het geheel niet. Dus: of ze is de spreekbuis van de almighty state, of van de vrije markt. De wereldmoraal waar de media voor betaald krijgen is altijd juister dan de katholieke Kerk die als sponsor alleen Christus' lijden naar voren kanschuiven. De media zal dus altijd overeenkomstig deze overtuiging denken, schrijven, eisen en handelen.
Maar een Kerk die zich verontschuldigt wordt als een vrij normaal dagelijks verschijnsel beschouwd - of het nu gaat om het verweer tegen de Reformatie, of de vervolging van ketters in de afgelopen tweeduizend jaar. Een sorry-zeggende Kerk is dus iets dat te negeren valt. Ook een bisschop die zich verontschuldigt is niets meer dan de normale gang van zaken. De media - en eigenlijk iedereen - hadden niets anders verwacht dan dat hij op zijn uitlatingen zou terugkomen. Dus is de aandacht voor de brief van de bisschop nihil. Men kan zich beter richten op datgene waarvoor de kerk zich nog niet verexcuseerd heeft. En om dat te breiken moet men alle kleine voorvalletjes kunnen aangrijpen. Het gaat de media dus niet om het behandelen en bespreken van concrete zaken, maar het is hen te doen om materiaal waarmee de Kerk is af te breken. Men streeft daar constant naar.
Een Kerk die weigert om zich voor wat dan ook (in feite alles) te verexcuseren; die weigert zich te verexcuseren voor niets meer dan tweeduizend jaar Christendom - in feite is dát abnormaal. Dát is de reden om net zo lang dramatisch te appelleren totdat de kerk of bijdraait of minstens behoorlijke imagoschade op heeft gelopen. De Kerk wijkt volledig af van het ethos dat in de media gepredikt wordt en dat zal ze voelen. De Kerk is de grote ketter in een moderne wereld die het overboord zetten van alle moraal als enige moraal hanteert. Men eist van haar burgers hetzelfde. De macht achter deze moraal zal absoluter zijn dan welke voorgaande moraal ook. De macht die alle andere verbanden wil verbreken, is zelf een onverbreekbare knelband. De macht die alle (traditionele) authoriteit zal opruimen, is zelf een totalitaire macht. Het opruimen van alle geboden brengt een laatste gebod met zich mee dat schrikwekkender is dan alle andere. Het wordt steeds meer zichtbaar dat er achter dit laatste gebod geen genade is. We eraan ten prooi valt, is definitief afgeschreven en wordt van alles uitgesloten.
Wat normaal is, is alles en iedereen te laten dansen op dezelfde muziek; namelijk het deuntje wat de media steeds weer opvoeren: die van het laatste gebod. En zolang iedereen dat doet is het normaal. Zolang iemand niet meedoet zal de complete mediahysterie zich richten op die ene persoon totdat hij begint mee te draaien in de grote maalmolen. En de Kerk is zo'n persoon die alle hysterie over zich heen krijgt.
Zolang de Kerk nog Kerk blijft zal ze niet kunnen dansen op de mediamuziek. De Kerk heeft immers (nog) haar eigen muziek. Die muziek holt weliswaar achteruit, maar ze is er nog. Vanwege deze reden zal het ook nooit iets goeds in zichzelf zijn om de media voortdurend hun zin te geven, toe te geven aan hun geschreeuw en uiteindelijk met hun repeterende deuntjes mee te dansen, hetgeen ze in feite eisen van de Kerk.
Wereldgelijkvormigheid heeft geen zin, omdat de wereld geen vorm meer accepteert. Het is puur lawaai dat er alleen maar is om de muziek van de Kerk te overstemmen en haar het zwijgen op te leggen. De agenda van de Kerk en de interne verhoudingen moeten volledig gedomineerd worden door druk van buitenaf, zoals een ieders huis in deze tijd volledig gedomineerd raakt door de druk van televisie, onderwijs, de bladen en de kranten. Door zoveel mogelijk druk van buiten af op de Kerk uit te oefenen, is de Kerk op een bepaalde manier toch afhankelijk van de wereldse wetteloosheid. Zolang men de Kerk in halve en nietszeggende schandalen gevangen kan houden, determineert de wereld haar tot de excuustruus van de geschiedenis. Een kruiperige en schokschouderende Kerk is de enige aanvaardbare Kerk voor een wereld die geen rechtspraak, geen eerbied voor het leven en ontzag voor de eeuwigheid meer kent. Wanneer men kan zal men netzo lang schreeuwen tot de Kerk zichzelf heeft opgeheven en dood is en zolang dat niet kan zal men de Kerk doodzwijgen.
Lees verder...
Wij dachten altijd dat Thomas von der Dunk een idioot was als alle anderen die her en der wat mogen zeggen in de hoop dat het volk er wat mee kan. Met dat idee hingen wij altijd aan de lippen van Thomas. Het volk hangt altijd aan de lippen van de volksidioot die alles mag zeggen. Natuurlijk omdat iedereen weet dat een idioot het zegt – en met hoop op dat schaarse beetje waarheid dat een idioot tussen de onzin kan ontschieten. Was Thomas maar zo'n idioot, maar Thomas blijkt geen idioot te zijn. Er is opzet in het spel. Zijn idioterie is niets dan komedie. Hij blijkt een man te zijn die achterliggende bedoelingen heeft met zijn idiotie; hij is dus een charlatan.
Zijn krijsende piepstem die bij ons de luidsprekers van de televisie opblies benam hem zijn televisie-carriere. En voor dat laatste zal zijn spraakgebrek hem ook niet voortgeholpen hebben. Maar spraakgebrek en gierende stembanden blijken niets anders dan de attributen van de rol te zijn die Thomas speelt. Een rol die nu definitief teveel van zijn acteertalent heeft gevraagd. Dezelfde kwestie waar de heilige Elsbeth Etty zich eergisteren belachelijk mee maakte is de ongelovige Thomas nu fataal geworden. En ineens komen zijn artikeltjes in een ander daglicht te staan.
In een voor het overige even hetzerig stukje als altijd, floept het er ineens uit: “de maatschappij is van de staat.” En omdat de maatschappij van de staat is en de kerk gescheiden is van de staat, mag de kerk geen morele uitspraken doen die betrekking hebben op mensen, dingen en ideeën in de maatschappij.
Eerst dacht ik nog, ‘tuurlijk, Thomas is socialist: hij bedoelt vast dat staat en maatschappij hetzelfde zijn’. Maar het socialisme zal altijd de kerk als onderdeel van de samenleving moeten erkennen. Doet de staat dit niet en wil ze de maatschappij zuiveren van alle kerkelijke en andere onwenselijke elementen, dan zijn staat en maatschappij niet meer hetzelfde. Dan is de maatschappij volledig eigendom van degene die deze zuivering begaat, namelijk de staat. En dat is geen socialisme meer. Thomas is dus een charlatan, een fascistje.
Zijn staat gaat niet alleen bepalen wat de kerk is, wat gelovigen mogen geloven en wat gelovigen in hun leven van dit geloof mogen toepassen. Zijn staat gaat, zoals Thomas’ Volkskrantcollega Martin Bril het iets treffender weet te verwoorden, bepalen dat alles wat de staat doet, per definitie atheïstisch moet zijn. En dan voeg ik er maar aan toe: inclusief haar immer toenemende prescriptieve houding naar de kerk.
Martin Bril is iemand die doorgaans stukjes schrijft die ten doel hebben om bij de lezer ‘een glimlach om de lippen te toveren’. Niets meer dan dat. Hij beheerst dat vak als geen ander, want het grootste gevaar is dat je erin doorschiet, dat de glimlach een schaterlach wordt. Dat laatste mag niet, want dan is de subtiliteit verdwenen. De schaterlach heeft hij altijd zorgvuldig weten te vermijden, maar heel soms schrijft hij een stukje dat de fase van de glimlach niet eens bereikt. Wij als lezers merken dan dat Martin iets anders op zijn lever heeft dat hij even kwijt moet. Zoals met het geval van dat atheïsme. Hij moest dat even delen zeg maar. Tegelijk heeft Martin Bril als ex-gereformeerde het heel moeilijk met het atheïsme - blijkt. Atheïsme vindt hij "al moeilijk genoeg". Hij wil daarmee maar zeggen dat andere religies wel helemaal onmogelijk moeten zijn en dus beter afgeschaft kunnen worden. Maar beste Martin, dan woon je al in de grachtengordel en nog vindt je atheïsme moeilijk. We kunnen het je echt niet veel makkelijker maken. Wat zou jou de afschaffing van de godsdiensten nu helpen als je zelfs al moeite hebt met het atheïsme in de meest atheïstische buurt van Nederland?
Het geeft iets aan van het ongelooflijke egoïsme van atheïsten: vanwege de eigen moeizame geloofsbeleving moeten alle andere godsdiensten afgeschaft worden. Maar het kan nog leuker. Een kerk zonder samenleving is een kerk zonder gelovigen. En omdat er nog steeds gelovigen in de katholieke Kerk durven te komen, moet de Kerk officieel buiten de samenleving geplaatst worden. Dat kan alleen als de samenleving van de staat is. Een samenleving zonder kerk is een atheïstische samenleving. Juist dat wat we Albanië decennialang verweten hebben en waar een enkeling destijds wellicht van gedroomd heeft, maar wat nu en masse de toestand in de westerse wereld moet gaan worden - het is echt een hype - het verbod om nog iets anders te geloven en te praktiseren dan de staat. Ieder mens behoort enkel en alleen aan de staat toe. Wat de Duitsers treffend noemen 'Zivilreligion'. Het aan de staat toegewijdde burgerdom. De staat speelt hierin als enige eigenaar van maatschappij en individu de rol van een supervaticaan; een macht die, in tegenstelling tot het echte Vaticaan, geen enkele wederstreving of andere godsdienst dan zijzelf toestaat. Integendeel, zelfs iets dat ver buiten haar grenzen in Argentinië plaatsvindt grijpt ze aan om de zoveelste interne machtsconcentratie toe te passen.
De staat komt dus de kerk binnen om het altaar door haar demonen in beslag te laten nemen. Dat gebeurt grofweg door alle zaken eerst maar eens om te draaien. Zo wordt het lijden van het Joodse volk boven het lijden van Christus geplaatst en moet de ware katholiek dus joods worden in plaats van andersom, voorts ligt het heil per definitie niet meer in de kerk want omdat de staat in de kerk de dienst uitmaakt, gaat het heil van de staat uit. En zo kan men doorgaan met de moderne omdraaiingen die aan de Kerk worden opgelegd of door de linkse gelovigen met liefde worden uitgevoerd om het Vaticaan - en dus Christus - maar te kunnen schofferen.
In Duitsland wordt de Zivilreligion een ware plaag, daar gillen de atheïsten nog steeds aan een stuk door tegen alles wat naar wierook en mijters ruikt. Angela Merkel en vele andere politici plaatsen zelfs het imago van Duitsland boven het lijden van Christus. En dan hebben we het onder andere over Christen-democraten. Hier hebben we alleen de bekende haatzaai-atheïsten als Etty, Dunk, Schreuders, Drayer, Bril en nog een paar die al de kerkhetzeblaadjes van de verschillende atheïstische en vrijzinnige parochies als NRC, Volkskrant en Trouw volschrijven. Wij kunnen vaak nog lachen om onze narren. In Duitsland hebben de idioten echter werkelijke macht. Wij proberen onze narren niet de troon te laten bestormen, alhoewel ons dat de grootste moeite kost. Maar in Duitsland zitten de narren helemaal fier op de troon en in de rechterstoel. De koning is dood, leve de idiotie! En dat staat ons ook te wachten.
Bij gebrek aan een wijze koning die het land uit de wurggreep van de narren moet halen, bezorgen ze onder meer het weekblad Junge Freiheit handenvol werk om het narrentheater op de troon te corrigeren of tegen te spreken. Het weekblad doet dat superieur, maar het levert hen tegelijk een verwijt van een reaguurder op dat ze een kerkblaadje is geworden. Een op de twee berichten zou over de kerkkwestie gaan. Onwaar maar ook bespottelijk natuurlijk; want wie zijn nu de echte kerkblaadjes in Duitsland? Waarin is nu de hetze gevoerd en wordt de hetze nog steeds gevoerd?
Dat is gebeurd vanuit de kanselarij en het parlement, op televisiezenders en in kranten als Bild, Spiegel en Stern, met onder meer een door en door corrupte en criminele journalist als Michel Friedman - een van de bekendste journalisten van Duitsland - die zegt dat de paus een ongeloofwaardige leugenaar en huichelaar is. Overal hebben de atheïstische kerkblaadjes de eigen Duitse paus door het slijk gehaald, maar zodra een - tevens niet-klerikaal - blad daar iets tegen inbrengt, wordt ze als kerkblaadje bestempelt. Het volk is inmiddels genoeg gewend aan de brullende journalisten om deze omkeringen niet alleen te slikken, maar ze ook nog te geloven. Het is een echte religie die niet alleen voortdurend gepredikt moet worden, maar ook met juridisch en politioneel geweld wordt toegepast. Jacques Pressers bekende uitspraak dat het fascisme zal terugkeren onder de naam anti-fascisme is daar volop werkelijkheid. Thomas von der Dunk wil niets liever dan het ook in Nederland realiseren.
Keren we terug naar de katholieke Kerk en haar ongelovige Thomassen. Het hele probleem heeft laten zien dat de katholieke massa's in de schulp gekropen zijn tijdens de grote hezte tegen het Vaticaan. Wat vertellen ons de echt katholieke weblogs? Afgezien van een aantal weerbare geluiden van enkelingen, begrijpen de orthodoxe websites niet waar het allemaal om gaat. Ze proberen keurig 'het misverstand' aan zowel gelovigen als ongelovigen uit te leggen, of ze hebben het over niets anders dan over de enige juiste opvoering van de H.Mis.
Die toewijding aan de H.Mis is niets meer dan terecht, want indirect stond deze mis de afgelopen weken ook ter discussie. Maar wanneer het daarbij blijft, is dit soort orthodoxie niets meer dan een verkapte protestants-ascetische beweging die onderweg is naar de hemelse stad en van de aardse stad geen heil meer verwacht. Met andere woorden: dit soort orthodoxie misacht de wereldse taak van het Vaticaan. En juist die taak staat ter discussie. De paus is Europa's laatste staatshoofd. De enige troon in Europa die nog beheerd wordt uit naam van de rechtmatige Bezitter van de hele aarde, terwijl deze rechtmatige Bezitter elders van alle tronen in het Westen en grootste deel van de wereld verstoten is. Rome is dus niet alleen van de keizer, maar meer nog van God. En de paus maakt dat duidelijk. Waar is het geloof van de katholieken? Waar is hun geloof in pauselijk gezag, in het heil dat ze de wereld te bieden heeft, tot zelfs de grootste zondaar aan toe? Waar is het geloof van de katholieken in het lijden van Christus?
Er moet nota bene een Joods-Amerikaanse rabbijn aan te pas komen die uit naam van meer dan 1000 rabbijnen het Vaticaan een hart onder de riem steekt en zijn handelswijze prijst, terwijl de paus als eerste bisschop van allen uit de eigen gelederen meer kritiek dan steun heeft ontvangen. Deze rabbijn waarschuwt zelfs zijn joodse gelovigen zich niet door links te laten ophitsen tegen het Vaticaan omdat dit hetzerige links er alleen op uit is om alle geloof te vernietigen. Deze Yehuda Levin maakt direct het verschil duidelijk tussen 'zijn' religieuze Joden en de seculiere Joden uit bijvoorbeeld Duitsland die al te kennen hebben gegeven dat er "met een traditionele Kerk geen dialoog mogelijk is." Je kunt je sowieso afvragen wat de Kerk voor dialoog moet voeren met een groep die zonder enige religieus-culturele grond zich alleen nog etnisch manifesteert in de multiculturele samenleving die ze als seculieren zelf voorstaan? Welk recht van spreken (i.c. beschuldigen) heeft deze groep naar de Kerk? In feite geven ze het zelf al toe: de Kerk moet eerst afstand doen van haar religieuze grond en een 'neutrale' (atheïstische) positie innemen, voordat er überhaupt een dialoog kan komen. En wat voor 'kerk' is dat dan nog? Niets anders dan een groep die etnisch, noch religieus bepaald is, maar alleen een gemeenschappelijk verleden deelt waar ze afstand van heeft gedaan. Een groep met een negatieve identiteit, zoals we in Nederland het voortdurend opspelend verbond kennen van getraumatiseerde atheïsten die zo'n zielige, vervelende en zware gereformeerde opvoeding hebben gehad en daarom ieder Christelijk geluid met de ergste vuilspuiterij moeten beantwoorden. Dat is de kerk waarmee deze Joodse Centrale Raad in Duitsland wil spreken: een kerk die de Verlichting (God is dood) als haar uitgangspunt neemt, eventueel verzacht met een scheutje deïsme (agnosticisme). Ze willen in feite een dialoog of gespreksclubje voor vuilspuitende mede-afvalligen. Er kan alleen gemulticultuurd worden wanneer iedere cultuur afstand van de eigen cultuur doet. Ik zou zeggen: de Paus kan zijn dialogen beter voeren met mensen die wel grond onder de voeten hebben, zoals de orthodoxe rabbijn Yehuda Levin die tenminste doorheeft dat vrijzinnige Joden zich laten gebruiken door links en dat ook durft te zeggen. Het zal me niets verbazen als deze rabbijn zelf beschuldigd wordt van anti-semitisme.
Er zijn normale katholieken nodig die niet alleen het ongeloof of slapend geloof van hun ouders verlaten, maar die beseffen dat de redding van de H.Mis uit de handen van pastoraal medewerksters en vrijzinnige hippies precies hetzelfde is als de redding van het Vaticaan uit handen van de atheïsten. Geloof in Christus en het heil van de wereldkerk is niet beperkt tot de Wereld Jongeren Dagen, maar stoomt de orthodoxe jonge katholieken hopelijk klaar voor het werk dat hoe dan ook opgeknapt zal moeten worden: namelijk de slag om het Vaticaan die deze eeuw gestreden wordt. Thomas von der Dunk en zijn krijsende massa demonen wil de Katholieke Kerk deze eeuw het zwijgen opleggen. Dat zal het einde zijn van de laatste maar ook belangrijkste troon in de wereld: de keizer van Rome triomfeert dan over Christus. Als het aan de keizer ligt is namelijk alles van hem en niets van Christus tot de Kerk aan toe. Maar niet alleen de kerk; de hele wereld is van de Pantocrator. Een sprekend Vaticaan is - en sprekende gelovigen zijn - daarvan het getuigenis. De eerste taak die de katholieken wacht is de troon in Nederland uit de handen van de narren te bevrijden. Ook Nederland belandt in een situatie waarin voorvalletjes uit de hele wereld worden aangegrepen om hier het atheïstische utopia te realiseren. Het kost moeite om er tegenin te gaan en dat is niet met tridentijnse missen alleen te realiseren.
Lees verder...
We hebben er inmiddels allemaal wel mee te maken gehad; de kuurtjes van de NRC. Of beter; van de redacteurtjes die de slappe boel daar terroriseren. Of het nu een geweigerde reactie betreft voor haar internetforum, of een ingestuurd (kritisch) opiniërend stukje voor in de krant zelf; van bepaalde mensen mag alles verschijnen, en van heel veel mensen niets. In die krant mag over heel veel mensen van alles geroepen worden, terwijl die mensen of groepen zich nooit mogen verweren. Er mogen heel veel – vooral dezelfde – meningen verkondigd worden, maar degenen die ze betreffen kunnen in de stront zakken. De hetze is hun belangrijkste wapen.
De NRC is het lichtend voorbeeld van het feit dat media eerder een politiek verlengstuk zijn dan een verlengstuk van het volk. Het is dan ook een zuchtend platform van onvergelijkbaar vermoeiende herhalingen van dezelfde stug volgehouden leugens, onwaarheden, aantijgingen en andere vuilspuiterij. Slavenmoraal ten top.
Dat blijkt wel nu in de NRC kennelijk besloten is om het zogenaamd ‘volkse’ Geenstijl.nl met alle mogelijke middelen te pleasen. Geenstijl dreigt een omroep te beginnen en pleegt daarmee een coup in het publieke bestel. Dus worden de belangen ineens groot voor gevestigde media en voor de mensen die belangen hebben bij gevestigde media. Want heus, Geenstijl kan alles kapot maken wanneer ze de kans er maar voor krijgen.
De Geenstijl-omroep gonst al weken door Hilversum. Correcte journalistjes en omroepbazen zetten hun huichelend gezicht op waar Rutger met zijn camera verschijnt, en vertellen doodleuk dat Hilversum een beetje bang is voor Geenstijl; dat een deel van Hilversum hen niet moet, dat ze geheid tegenwerking gaan krijgen. Inderdaad, niets meer dan een pleasende bekenning van de eigen bangigheid voor Geenstijl dat de meest gevaarlijke sentimenten van volk en plebs in zich verenigt en versterkt.
De rioollucht die al tijden rond de grachtengordel NRC hangt en de slippertjes die ze geregeld laten waaien, bieden een goede garantie op aandacht van enge populisten. En omdat NRC die aandacht niet wil wordt Geenstijl in alles de hemel in geprezen door verschillende redacteuren. NRC heeft al eens een redacteur verloren aan Wilders en wil zeker geen ruzie met nog meer populisten. Aandacht van populisten is gevaarlijk. Populisten zijn veel gevaarlijker dan conservatieven, christenen, rechtse clubjes en gewone huisvaders. Conservatieven gaan altijd naïevelijk in op de redenering en niet op het veel effectievere demagogisch geweld, Christenen horen beledigingen sowieso lijdzaam aan, rechtse mensen zijn an sich al fout en huisvaders zijn te braaf om hoe dan ook gevaarlijk te zijn. Dus weet de NRC prima tegen wie ze tekeer kunnen gaan, maar ook wiens kont ze moeten likken. En mensen als Hans Beerenkamp, Elsbeth Etty en Bas Heijne zijn daarin experts. Deze experts zoeken hun licht en vrijheid voortdurend in het achterwerk van gevaarlijke mensen. Helden zijn het om zich met gevaar voor eigen leven op deze lichtontvlambare plaatsen op te houden.
Maar daarmee kun je de NRC niet helemaal afschrijven. Het moge dan geen slijpsteen voor de geest zijn, het is wel prima papier om je eigen achterwerk mee af te vegen.
Lees verder...
Een week na de uitspraak van het hof over Wilders is het meeste er wel over gezegd. Ook werd er her en der gerefereerd aan godslastering. Maar het artikel 147 over godslastering van opa Donner werd onlangs geschrapt door Hirsch Ballin en speelt dus niet meer mee in de zaak Wilders. Wegens godslastering veroordelen was ook haast onmogelijk vanwege het precedent dat Gerard Reve in 1966 heeft gevestigd in het Ezelproces, maar nu zowel het artikel op godslastering en dus ook het Reve-precedent van tafel zijn, ruikt de rechtbank de mogelijkheid tot een nieuw precedent op andere gronden. Met andere woorden: Wilders kon pas vervolgd worden toen het verbod op godslastering werd geschrapt. Maar het is de vraag of dit proces niet juist een nieuw en nog ongewenster precedent schept dan dat van Gerard Reve.
Het tijdperk van het verbod op godslastering heeft gek genoeg juist een ongekende hausse aan onbestrafte godslasteringen en grove beledigingen aan Kerk en Christendom met zich mee gebracht, maar op het moment dat dit verbod is afgeschaft gaat de rechterlijke macht iemand vervolgen wegens zijn beledigingen aan de Islam.
Het recht heeft de gevaarlijke mogelijkheid gekregen om burgers te veroordelen naar eigen inzicht. Het is gegrond op de mogelijkheid van het recht om naar eigen inzicht namens burgers te spreken. Want in plaats van het geschrapte artikel over godslastering, is artikel 137 juist uitgebreid. En dat gaat over het beledigen van de wezenlijke kern van een groep mensen, zoals een bijbel of koran. Iemand kan nu dus veroordeeld worden wegens het beledigen van de kern van de groepering Islamieten, terwijl de Islamieten veroordeeld kunnen worden wegens het aanhangen van die kern van hun geloof. De kern is dus heilig en strafbaar tegelijk. Men moet de 'gewelddadige' kern van het eigen geloof of de eigen identiteit ontkennen, maar een ander aanklagen wanneer hij deze ontkende kern beledigt. De Islam moet veroordeeld worden wegens zijn haatzaaiende Koran, maar zodra deze veroordeling is uitgesproken mag de rechter vervolgd worden wegens het beledigen van de Islamieten. De rechter die vervolgens deze rechter gaat veroordelen, veroordeelt ook zichzelf, omdat hij de kern van de rechters als groep veroordeelt, namelijk het recht dat hij spreekt. Zo krom kan recht zijn.
Zeventig jaar godslastering heeft bovendien geleerd dat de kern vanzelf afwezig raakt wanneer deze lang genoeg belasterd wordt. Het Christendom dat door de decennialange godslasteringen is gegaan is enkel nog een zaak van zingeving, zoeken naar God, lief zijn met Jezus en vallen in de geest – van religieuze randzaken dus. En duidelijk alleen die randzaken die tonen dat de kern compleet zoek is. Randzaken die per definitie gederailleerd zijn. Geloven is een zoektocht geworden naar iets dat niet geformuleerd mag worden. Geloven is ontsporen. Maar niet alleen de kern raakt zoek, ook alle zaken die in verband staan met de kern – die analoog aan de kern zijn – raken zoek of derailleren. Godslastering is niet alleen het belasteren van God, maar van alles dat goed is in onze samenleving: moederschap, vaderschap, gezins- en verenigingsleven. Denk aan de concrete agenda van mei ’68: de symbolische moord op de vaders heeft tot de concrete moord op het vaderschap geleid. Het opjagen van vrouwen en hun carrieres heeft tot de verdoemenis van het moederschap geleid. Al het goede en eeuwige in de zaken wordt belasterd. De kern van zowel man als vrouw, van de mens als evenbeeld van God moet tot op de grond toe afgebroken worden. Het gaat dus niet alleen over geloof. Geloof en ongeloof zijn beide ontspoord omdat het niet alleen over godslastering gaat maar over het lasteren van al het goede.
De vrijheid om te belasteren is tegenwoordig groter dan de bescherming van alle goede zaken. Vrijheid van meningsuiting is belangrijker dan de goede zaak, of de kern ervan. Dus is de vrijheid om te beledigen de enige goede zaak geworden, boven alle andere zaken die in potentie zo slecht zijn dat ze zonder ophouden belasterd en beledigd mogen worden. Maar deze vrijheid mag niet belasterd, dat wil zeggen, ingeperkt worden want ze is volgens Wilders de kern van de democratie. Gek genoeg lijkt de periode waarin het verbod op godslastering van kracht was tevens een tijdperk waarin alles belasterd mocht worden. Om God te redden mocht alles belasterd worden. En wanneer alles belasterd wordt, verdwijnt van alles de goede kant, ja zelfs de weerschijn van het heilige. Wanneer alles gelasterd mag worden behalve God, verdwijnt God vanzelf.
Het kwam bij Voltaire vandaan, de idee dat we moeten strijden voor de vrijheid van de ander om te zeggen wat hij wil. Dat is precies het punt: niet alleen de mening van de ander is heilig, maar het feit dat hij alles moet kunnen zeggen is het allerheiligste. En daar is ook voor gestreden in diverse oorlogen: zowel op het slagveld, op de radio als op de televisie. Het is een grote Heilige Oorlog op diverse terreinen geweest met als doel om het het gewortelde leven en de oude structuren kapot te maken. Sinds die tijd veranderden principes in meningen, meningen in opinies, opinies in scheldpartijen en scheldpartijen in het belasteren als lifestyle. Hoe meer er gestreden is voor de vrijheid van de tegenstanders, hoe harder de tegenstander is gaan schelden. Sinds 1968 kon iedere Berlijnse student zeggen dat zijn vader of een andere vader is onderdrukt of gestorven voor de vrijheid. Welke vrijheid? De vrijheid om zijn vader te bevuilen en belasteren. En omdat zijn vader daarvoor is gestorven, of onderdrukt en bevrijd, moet zoonlief deze vrijheid naturlijk dankbaar aangrijpen en zijn vader voortdurend vervloeken.
De uitspraak van Voltaire is dus werkelijkheid geworden maar het is de vraag of hij dit voorzien had: er ontstaat nu een maatschappij vol individuen die voortdurend diegenen lasteren en vervloeken die deze maatschappij hebben opgebouwd; de maatschappij die voorziet in de plicht tot laster. Het gaat dus niet meer om een uiterste consequentie, namelijk dat Voltaire eventueel zou willen strijden voor de meningsvrijheid van zijn tegenstander, maar het gaat erom dat de uiterste consequentie tot enige voorwaarde is gemaakt: Voltaire moet al zijn vrijheden opgeven voor die ene vrijheid. Hij geeft zijn hele leven en krijgt er de laster voor terug. Je leven geven betekent dat iedereen alle vrijheden en eigen verantwoordelijkheden en gezag moet inleveren en in zijn hele bestaan wordt ingeperkt om belasterd te kunnen worden. Om belasterd te kunnen worden, moet je alles opgeven. Vrijheid van meningsuiting mobiliseert uiteindelijk het hele bestaan en zuigt al het goede eruit tot alleen de grootste rotzooi is overgebleven. Dat is de kern van de democratie – de slavenmoraal in het kwadraat. De hardste vloeker heeft de grootste vrijheid, want vloeken en lasteren is onze enige vrijheid. Hij is de beste democraat. Dankzij de sadomasochisten die het hem mogelijk maken.
Waar is het goede in een zaak waar de plicht geldt om alles wat zweemt naar goedheid direct te belasteren? Wilders zal vrijgesproken worden, dat weet iedereen. En als hij veroordeeld zal worden (tot een kleine boete of symbolische straf), zal de publieke opinie hem vrijspreken, de weblogs brullen nu al. Maar deze vrijspraak is tevens een nieuw precedent. Want aan Reve's precedent kan niet meer gerefereerd worden. Reve’s proces legaliseerde de meest grove godslasteringen die toen al lange tijd gaande waren. Wilders proces zal iedere laster institutionaliseren als enige goede daad die een democraat kan begaan. Ook deze laster is al lange tijd gaande. Al het ‘overige goede’ dat opduikt moet gelasterd worden ter meerdere eer en glorie van het enige echte democratische goed; de vrije laster.
Het is allemaal het gevolg van een recht dat zichzelf als enig recht beschouwt. Vroeger was iedere rechtspraak geworteld in gewoonterecht, in burgerfatsoen en in volkse concensus. Het recht werd gesproken namens alle burgers en namens het impliciete 'recht uit gewoonte' waarvan de hele samenleving doortrokken was. Maar het volk en de structuren moesten kapot. Daarom heeft het recht alle rechtspraak naar zich toegetrokken, tot aan de corrrigerende tik in de opvoeding aan toe. De burger mag niet meer uit gewoonte handelen en mag zijn kinderen niet meer richten en onderrichten. Al dat goede moest kapot. Zowel het oordeel als het vooroordeel worden hem uit naam van hemzelf afgenomen. Dit recht is een paradox geworden omdat ze niet meer wortelt in en leunt op het gewoonterecht, maar de goede gewoontes keer op keer afstraft. Een recht dat zichzelf als enig recht beschouwt, is niet recht maar krom.
De beide mogelijkheden in dit proefproces zijn allebei problematisch omdat het recht problematisch is. Of men spreekt een veroordeling uit in de zaak Wilders hetgeen werkt als een boemerang waardoor het recht uiteindelijk zichzelf zal moeten veroordelen, of de rechtbank spreekt Wilders vrij en institutionaliseert alle onrecht en slechtheid als hoogste goed. Ik denk dat het recht voor zichzelf kiest en Wilders vrijspreekt of slechts symbolisch bestraft. Het probleem is niet Wilders zelf. Hij staat in een langere rij beledigers van godsdienst en andere goede zaken. Het probleem is dat het recht tot onrecht wordt omdat ze haar eigen rechtslegaliteit, namelijk het gewoonterecht ontkent en bestrijdt.
Lees verder...
Enige tijd geleden vond Tweedekamerlid Esmee Wiegman van de Christen Unie dat het roken in alle auto’s verboden moest gaan worden. Het ging haar eigenlijk alleen om de auto’s waar kinderen bij in zitten, maar omdat dat heel moeilijk controleerbaar is, moeten alle automobilisten er maar aan geloven. Ze deed die uitspraak natuurlijk enige maanden na het rookverbod in de horeca, dat voor haar een precedent is voor een nog verdergaand rookverbod. Tegelijkertijd weet ze haar medegladiool en partijgenoot Tineke Huizinga op de post van Verkeer en Waterstaat. En die gaat over wat er wel en niet mag in, aan, op en om de auto. Ik neem kortom aan dat dit voorstelletje een een-tweetje is tussen Tineke en Esmee hetgeen aantoont hoe diep het precedent tegenwoordig gezonken is..
Want laten we eerlijk zijn: wanneer mevrouw Wiegman zo met de gezondheid van kinderen is begaan, laat ze dan helemaal niet meer in de auto zitten. De meeste auto’s rijden immers in colonne door malkanders gifgassen, staan overdag lang in file’s te ronken en zorgen zo in feite voor de meest ongezonde plaatsen waar je maar kunt komen. In plaats daarvan mogen zowel kinderen als volwassenen in de auto niet meer papa’s zware sjek inademen, maar alleen nog het zuivere aroma van alle gemengde uitlaatgassen. Wat nu als papa alleen nog sjek draait die het zuivere diesel uitlaatgas uitstoot? Mag papa dan wel weer roken, of alleen met katalysator?
Voor mij was haar voorstel de bevestiging van de klassieke regel dat de politiek volledig gevrijwaard moet blijven van moeders, want wanneer moeders de kans krijgen om over het hele volk te moederen dan verstikken ze ons binnen de kortste keren met allerlei te goedbedoelde maatregelen die ons leven nog veiliger en gezonder moeten maken. Laten moeders vooral hun ogen gericht houden op de eigenhandig gebaarde kinderen in plaats van deze te verlaten – bij oma droppen of in een creche stoppen – en vervolgens het hele volk te gaan bemoederen. Het soort moeders dat hiertoe in staat is, is niet alleen in staat om haar kinderen, maar ook het hele volk een oor aan te naaien. Waarvan acte, mevrouw Wiegman. Politiek is niet voor niets bedoeld voor vaders. Politiek leiderschap is vaderschap. Mevrouw Wiegman moet haar goede bedoelingen maar in haar eigen wigwam praktiseren en haar man moet sturing aan haar enthousiasme geven zodat huize Wiegman een prachtig modelgezin van de Christen Unie gaat worden.
Het gaat natuurlijk om het precedent dat hier aangegrepen wordt: een eventueel rookverbod begint in openbare gebouwen, daarna in de horeca, daarna in auto’s en daarna, omdat auto’s zelf zo ongezond als de tering zijn, mogen kinderen de auto niet meer in, mogen ze in de spitsuren ook niet meer buitenspelen, tenzij met gasmaskertjes op etc etc. Ziedaar het precedent. Moeders in de politiek grijpen ieder precedent aan om een stukje verder te gaan met verbieden en gebieden. Hun goedheid kent geen grenzen. Een goede vader ziet een gegeven wet niet als precedent, maar als grens. Hij gaat niet steeds verder en verder. Een moeder die steeds verder gaat kweekt ook kinderen die steeds verder gaan.
Het wonderlijke van de moeders in de politiek zijn zijzelf, want als het moederlijke zelf ter discussie staat, dan moet juist ieder precedent voorkomen worden. Dat blijkt deze week, nu Nederland een uitleveringsverzoek aan Denemarken heeft gedaan om vijf Somalische kapers die door een Deens marineschip zijn opgepakt nadat ze een poging hadden gedaan om een Nederlands koopvaardijschip te enteren. Ze moeten in Nederland berecht worden en hun straf uitzitten, maar wat gebeurt er daarna? De PVV ziet de bui al hangen en denkt dat ze een gratis verblijfsvergunning bij de uitgang van de gevangenis krijgen uitgereikt omdat er in Somalie oorlog is en je ze vanuit menselijk oogpunt niet kan retourneren. Dat mag niet van de wet. Die kapers hopen dus op een straf van minimaal zo'n acht jaar en ook dat er over acht jaar nog steeds oorlog is in Somalie. Dat is de garantie op een paspoort. Het lijkt verdacht veel op een beloning. Zowel voor de kapers als voor Somalie wanneer de situatie zich daar ooit zal stabiliseren: een massa raddraaiers zit in buitenlandse gevangenissen. Men hoeft ook na de straf niet meer naar hen om te kijken.
Het is een geval waarin de huidige vreemdelingenwet niet voorziet en PVV, VVD, CDA en PvdA zijn hier niet blij mee. Ze willen de wet aanpassen zodat uitzetting na uitzitting van de straf mogelijk wordt. Maar nu komt het; D66 en Groen Links willen dat niet. Mevrouw Naïma Azough van Groen Links wijst uitzetting van de hand. “als je mensen terugstuurt naar een land in oorlog, neem je moedwillig het risico dat hun iets overkomt. Nu gaat het om criminelen, maar de volgende keer misschien wel om vrouwen die het risico lopen gemarteld te worden.” Laat staan het allerergste: zwangere vrouwen en moeders! Voor alle duidelijkheid, ik citeer hier de Volkskrant die over het algemeen als betrouwbare bron beschouwd wordt, ook al gaat het om de meest infantiele onzin die ooit door kamerleden geproduceerd is.
Het gaat dus als volgt: er is oorlog in Somalie en dat land is zo volstrekt anarchistisch geworden dat daar al hele piratennesten gevestigd zijn die de Indische Oceaan teisteren. De piraten die zich daar voorts bezondigen aan Nederlandse schepen worden gevangen genomen om hier berecht te worden, maar wanneer ze vrij zijn mogen ze niet teruggestuurd worden, omdat ze een precedent dreigen te worden voor vrouwen die gemarteld dreigen te worden. Ik wil wel eens weten of alle buitenlandse oorlogsmisdadigers die na hun straf de scheveningse gevangenis komen uitwandelen, ook een paspoort in hun knapzak vinden? Als de vreemdelingenwet niet voorziet in Somalische kapers, dan vast ook niet in Joegoslavische oorlogsmisdadigers. Het is natuurlijk heel zielig als ze in het thuisland gelynchd worden. Of krijgen alleen de vrouwelijke oorlogsmisdadigsters een Nederlands paspoort? Vrouwen mogen natuurlijk nooit teruggestuurd worden. Mannen mogen pas worden teruggestuurd als zeker is dat er geen vrouwen worden teruggestuurd.
Met alle respect, maar kapers zijn geen oorlogsmisdadigers. Bij mijn weten schoot men vroeger slechts drie soorten misdadigers zonder vorm van proces dood: spionnen, veedieven en piraten. Vechtjassen daarentegen kwamen of in de oorlog om, of ze werden geëerd en gevreesd om hun moed. Het is een modern gotspe dat de grootste vechtjassen tegenwoordig levenslang achter slot en grendel zitten, terwijl kapers na een aantal jaren goede huisvesting in een westerse gevangenis ook nog beloond worden met een paspoort. D66 gaat nog verder; die partij wil dat de EU "alle ex-gedetineerden opvangt die niet meer naar eigen land terugkunnen". Ex-gedetineerden zijn terroristen uiteraard.
Er zit maar een ding op: om precedentwerking te voorkomen moeten alle kapers bij hun arrestatie per direct aan de haaien gevoerd worden (dat schrikt af) en moeten alle vrouwen per direct de politiek verlaten. Dat zal zowel hun als onze gezinnen ten goede komen en de nodige rust geven aan de mannen die zich weer als echte vaders moeten gedragen, zowel thuis als in de politiek. Pas dan is het precedent hersteld.
Lees verder...
In tal van Europese landen worden de burgers overspoeld met elektronische datasystemen. In Nederland is er na een Elektronisch Kindvolgdossier (EKD), na een systeem rond de OpenbaarVervoer-chipkaart betreffende het openbaar vervoer, en na een database rond het rekeningrijden dat alle verkeersbewegingen van de burgers zal vastleggen, nu ook sprake van een EPD: een Elektronisch Patienten Dossier.
Een aantal weken geleden waren de media vol van de manier waarop de Nederlandse minister van Volksgezondheid Ab Klink zijn burgers toestond bezwaar te maken tegen het EPD, namelijk via de reguliere reclame die huis aan huis verspreid wordt. De burger krijgt een reclamefolder die men met kopie van pasoort of IDkaart terug moet sturen wil men geen gegevens in een landelijke database terugzien. Nu al horen we weinig meer van deze dwaasheid, maar maken media zich druk om het schaamhaar plus de uiterlijke kenmerken van de geslachtsorganen van de kinderen van de minister van jeugd en gezin, Andre Rouvoet, die ook in een kindvolgdossier, het EKD, moeten worden vastgelegd en door diezelfde minister is opgezet. Het gejokkebrok van de overheid en de onverschilligheid rond veiligheid met persoonsgegevens in het gros van de media ligt er weer dik boven op. De laatsten poken met regelmaat een nieuwsfeitje zo hoog op dat ze er een week later al niet meer op terug hoeven komen. Hype is over; op naar de volgende. Maar de problemen worden er niet minder op.
De zorgen rond alle dossiers waarin iedere burger in tal van opzichten geregistreerd moet worden, stapelen zich op. Iedere minister werkt wel aan een digitaal dossier voor burgers en randgroepen. Echter, toen een aantal weken geleden een alarmerende televisiedocumentaire werd uitgezonden over het kraken van creditcards door Russische maffia die de gegevens van mijn buurman voor vijf dollar op internet te koop aanbiedt, bleken er vrij weinig publieke figuren echt over na te gaan denken. Het ging namelijk over het stelen van identiteiten. En die identiteit is tegenwoordig een kwestie van nulletjes en eentjes. Nog sulliger was het optreden van de verkeersstaatssecretaris Tineke Huizinga over de OV-chipkaart. Haar dikke dossier over haar publieke onvermogen werd aangevuld met haar verzekering dat de bedrijven vaste draaiboeken hebben klaarliggen wanneer de OV-chipkaarten gekraakt worden. Het kraken en jatten van andermans gegevens staat voor haar al bijvoorbaat vast. Ze wil echter alleen toezien op ‘nauwkeurige procedures’. Dan moet ze maar eens bij de ING-bank navragen wat een bedrijf aan procedures en draaiboeken heeft wanneer persoonsgegevens gestolen worden: er is namelijk niets aan te doen en ze staan met de handen in het haar. Ze kunnen er hele afdelingen op zetten, en het de hackers en krakers bemoeilijken, maar ze kunnen mij mijn identiteit nooit garanderen, wat de klanten ook voor moois wordt voorgespiegeld. Ik heb dus liever geen enkele identiteit, maar dat mag ook weer niet van Tineke, André en Ab. Over mijzelf heb ik dus weinig te zeggen. Ik moet er een hebben, een digitale nog wel. Dan ben ik beter controleerbaar, meer vatbaar voor gerichte sturing van bovenaf en, zoals we zullen zien, beter af te persen op mijn verleden.
Het staat nu, net als met de OV chipkaart, al bijvoorbaat vast dat alle gegevens uit het EPD en EKD te koop zullen worden aangeboden door malafide organisaties uit het grijze circuit. Iedere hacker weet: alles wat een kwestie is van nulletjes en eentjes, is te kraken. En wanneer alle medische, psychiatrische en pedagogische gegevens van een persoon in een en hetzelfde dossier terecht komen wordt dat voor een bepaalde handelsgeest interessant. De organisaties uit het grijze circuit doen wat ze altijd doen: op illegale wijze aan informatie komen om deze aan belanghebbende organisaties te verkopen. Niet meer het witwassen van geld, maar het witwassen van informatie is core business geworden.
Degene die over mijn EPD beschikt of over dat van willekeurige welke andere Nederlander is machtiger dan God. Deze Laatste schrijft mijn dossier nog op basis van Eigen onderzoek, maar het EPD is samengesteld door tientallen schrijvers: hoeveel zullen er misschien in schrijven? Vier huisartsen, drie psychiaters, vijf psychotherapeuten, vier specialisten en verscheidene arts-assistenten die met hun zes studiejaren stuk voor stuk een eigen bijdrage mogen leveren aan mijn boek des levens. Daarin heeft een huisarts in opleiding of de achterdochtige kinderarts wellicht in een bijzinnetje de verdenking kindermishandeling vermeld, heeft de longarts gezegd dat mijn longen dusdanig vernield zijn en ik de zestig niet haal en heeft zelfs ooit nog een vage homeopatische arts iets aan het dossier toegevoegd waaruit blijkt dat ik waarde hecht aan alternatieve geneeswijzen en vermelden allerlei therapeuten mijn moeilijkheden met geloofskwesties, obsessies en verdere zaken waardoor ik als elektronische patiënt wel door het leven getekend zal zijn. Als ze al niet letterlijk mijn leven beschrijven in dat dossier, dan zijn hun opmerkingen wel bepalend voor de rest van mijn leven. Allerlei specialisten die mij met een paar pennenstreken voor het leven tekenen en me in allerlei risicoanalyses bijvoorbaat uitsluiten van bepaalde bedrijfsprofielen, imago’s hypotheek- en verzekeringsproducten, en een goede potentiele echtgenote, die uit loutere nieuwsgierigheid van tevoren even mijn dossier raadpleegt en subiet voor een huwelijk terugschrikt. Wie schrikt er niet als hij in hoge concentratie een verslag van alle mislukkingen en ziektes van zijn eigen leven terugleest? Het dossier bevat geen gezonde feiten noch goede daden en deugden. Het is zogezegd geen eerlijke balans, maar bevat alleen de fysieke en mentale tekortkomingen. Ik mag geen enkele fout maken en ook mijn ouders niet. Zelfs mijn nageslacht mag tegenover deze pennenlikkers geen onvertogen of onzinnig woord laten vallen want alles wordt geregistreerd. Ik had op dertienjarige leeftijd niet uit pure rebellie tegen een leerkracht mogen zeggen dat mijn moeder mij lekker puh iedere ochtend even met de zweep geeft. Ieder vermoeden mag genoteerd worden. Dit klinkt overdreven, maar het is een zeer reële verwachting.
Ik mag ook geen moeilijke puber zijn geweest want dat sluit mij wellicht uit van een opleiding aan een hoogaangeschreven University College. Alle informatie heeft wel een zekere waarde voor bepaalde organisaties. Of het nu SOA testen of antidepressiva zijn of andere genoten ‘zorg’. Wellicht is de informatie niet een probleem om ergens binnen te komen of producten aan te schaffen, maar wordt die informatie in aanvullende voorwaarden gebruikt om producten duurder te maken. Dat heet persoonlijk risicoanalyse op maat. De keuze voor een werving- en selectiebureau om zelfstandig onderzoek naar een kandidaat te doen, of een oordeel te vellen op basis van een EPD dat voor vijf dollar uit Rusland komt, is gemakkelijk. Eigen onderzoek is tig keer duurder – en beperkter.
Ik mag dus geen fouten meer maken, maar degenen die in dat dossier aan mijn levensverhaal schrijven kunnen zich elke foute inschatting permitteren, want de enige die daarop wordt aangekeken ben ik zelf. Het zal onmogelijk worden om hun fouten volledig uit mijn dossier te krijgen al wordt mij beloofd dat ik altijd mijn dossier moet kunnen inzien en bepaalde informatie moet kunnen wissen. Maar hun missers zijn nog niet eens het grootste probleem. De grootste fout van dit soort dossiers is nog dat mensen geen oprechte kansen meer krijgen omdat eerdere verprutste kansen niet vergeten kunnen worden. Het vroegere leven van trial en error (het leven met vallen en opstaan) wordt geruisloos ingewisseld voor een leven van error en remember. Het hele verleden is direct oproepbaar en wordt niet meer vervaagd in de herinnering, laat staan gewist. Dat laatste alleen per abuis natuurlijk; weg identiteit. Wie geen dossier bezit bestaat niet meer. Wie nu dus bezwaar maakt tegen het uitleveren van zijn gegevens aan het EPD, zal dat later merken: “wij konden weinig gegevens over u krijgen en dat is verdacht.” De baan, verzekering of zorg wordt wegens te weinig ‘voorinformatie’ geweigerd. Hebben ze dat dossier wel, dan wordt bij iedere nieuwe kans vorige fouten en falen als risico meegenomen. En wie faalt er nu niet? Wordt mij nog een kans aangeboden of toch maar niet? Ergens met een schone lei beginnen is er niet meer bij. Het verleden laten rusten kan niet, want altijd is er dan weer de herhaling van zaken die altijd herhaald worden en waardoor mijn leven blijft ronddraaien in een paar opmerkingen van mensen die ‘verstand’ van mijn leven hadden en die in een dossier staan, maar die ik niet meer in staat ben die te overstijgen.
Iemands levensverhaal vastleggen en daarmee zijn leven ook vooruit bestemmen vereist meer dan een studie geneeskunde, psychologie of sociologie en ook meer dan veel levenservaring. Het predestineren werd in het verleden alleen aan God overgelaten en dat moet ook maar zo blijven om nog te kunnen blijven geloven in de wilskracht van de burgers. Om gezond te kunnen handelen, is een recht op anoniem falen noodzakelijk. Het is zeker niet de bedoeling dat de staat en/of de maffia – het verschil wordt steeds vager in deze dossierwoede – een soort predestinatie-instituut wordt waarbij zij door de complexe ongrijpbaarheid waarin dossiers tot stand komen, burgers gaat uitverkiezen tot het heil van het volk of verdoemen tot de modderpoel van mislukkingen die we als volksmassa volgens hen in feite al zijn.
Lees verder...
In de Maand van de Spiritualiteit, georganiseerd door het Nederlandse dagblad Trouw dat zich richt op vrijzinnige veertig-plus vrouwen met veel vrije tijd, de Katholieke Radio Omroep en christelijke uitgeverij Ten Have ligt vanaf de eerste dag de nadruk op de godsdiensten en specifiek op de rol van de kerken. Zoals zo vaak leidt praten over spiritualiteit uiteindelijk tot een berisping aan het adres van de orthodoxie, al dan niet via een aantal omwegen. Zo ook nu.
De eerste omweg is de filosoof Coen Simon die in de schijnwerpers staat vanwege zijn kritische boek over het individuele spiritualisme, Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden. De overgang van de kritiek op de spiritualiteit naar een stevig verwijt aan de kerken wordt met verve door de atheïst Herman Vuijsje voor zijn rekening genomen. Hij flirt wel vaker met de klassieke moraal en mag in Trouw en de Bergkerk te Amersfoort de kerken toespreken. In een eenzijdig gevoerd functioneringsgesprek zet hij de kerken aan tot een donderpreekje zo nu en dan. Hij vindt dat de mensen te weinig vermaand worden en daar ziet hij voor de kerken een taak weggelegd. Wel ja, daar zijn de mensen wel aan toe. Maar van kritiek alleen kan men niet leven, waarvan acte.
Primus
De kritiek van Herman Vuijsje is niet alleen terecht, maar nog veel te beperkt. Het Nederlandse christendom zou volgens hem op bepaalde punten zijn doorgeslagen maar geldt dat niet ten aanzien van heel het Nederlandse protestantisme? De wat hoogmoedige jovialiteit achter deze uitspraak is schijn. Men kan immers zeggen dat doorslaan op bepaalde punten (wat hetzelfde is als een heel geloof funderen op een bepaald punt – solageloof) uit de aard van het protestantisme voortvloeit: puritanisme, evangelicalisme en het individuele spiritualisme zijn haar kinderen, maar ook het liberalisme komt uit haar voort.
De Reformatie deelt met de Islam en het liberalisme hetgeen Peter Sloterdijk in zijn jongst vertaalde boek, Het heilig vuur, noemt ‘de gedachte een correctie te zijn in het proces van de monotheïstisch openbaring’. De correctie vindt altijd plaats vanuit een bepaald Sola, dat de rest van de traditie, geschriften en de schepping onder zware curatele stelt. Met Sloterdijk kan men zeggen dat iedere reformistische godsdienst niet synchroon mét, maar als een tweede werkelijkheid áchter de werkelijkheid aanloopt om deze voortdurend te corrigeren. Ze is een extra slinger aan een uurwerk die de klok van de tijd nog een stukje sneller wil laten tikken.
Peter Sloterdijk heeft in vroeg werk als Eurotaoïsme al laten zien dat mechanismen in onze westerse cultuur, zoals deze tweede slinger aan een uurwerk – de vergelijking is voor mijn rekening – in feite het uurwerk op hol laten slaan, of juist de zwiep van de eerste slinger neutraliseren waardoor het klokje helemaal niet meer tikt en de tijd – en daarmee de geschiedenis – stil komt te staan. Over correctie gesproken.
Het op hol slaan van de geschiedenis om haar uiteindelijke stilstand te bereiken is het grootste thema van de afgelopen twee decennia – waarover meer onder punt drie – hetgeen terecht is. Het protestantisme heeft in de afgelopen vijfhonderd jaar laten zien dat ze niets anders kan en wil zijn dan de voortdurende en eeuwige correctie op het grote boze Rome. Telkens hangt het protestantisme weer andere motieven aan om Rome aan te vallen. De motieven zijn al zo vaak met zichzelf in tegenspraak geweest dat er inmiddels geen touw meer aan vast te knopen is. Het liberalisme heeft deze versnelde klokslag in feite overgenomen om de klok uiteindelijk in stilstaande positie te kunnen krijgen. Beide doen ook niet hun best om meer dan correctie te zijn, maar kunnen dat ook niet.
Het gewone tikken van de klok zoals die in vele huiskamers en op vele dorpspleinen duizend jaar geklonken heeft en het gewone leven dat zich daar rondom afspeelde, begint ons aan twee kanten te ontglippen: zowel in het zichzelf opvoerend protestantisme en spiritualisme waar hype na hype de mensen blijvend activeert, als in het verstarrende liberalisme dat alle levensdynamiek uitsluit. Het liberalisme mag gerust beschouwd worden als de meest ultieme ‘laatste monotheïstische openbaring’ aller tijden, namelijk die van de dood van God. Deze laatste openbaring ligt als een almachtig Sola over onze tijd maar belichaamt tegelijkertijd het einde van de tijd. Gods openbaring stopt niet alleen met zijn sterven, maar ook de wat zurige correcties daarop. De liberale paradox is dat het liberalisme als laatste van het laatste een eigen eeuwigheid wil creëren, terwijl ze vergeet dat ze eigenlijk niets meer is dan een van de vele correcties. Hoe liberaal het protestantisme ten opzichte hiervan geworden is blijkt uit de toenemende aandacht van protestantse theologen voor wat wel genoemd wordt de ‘zingeving na de dood van God’, en vervolgens door Karl Barth in het dualistische dogma van Gods absolute transcendentie in de leer is ingepast, welke natuurlijk de ontkenning is van iedere transcendentie.
Secundus
Het gevaar van het op hol geslagen klokje illustreerde Umberto Eco onlangs met het antwoord dat de pianist Arthur Rubinstein gaf op de vraag of hij in God geloofde. Hij zei: ‘nee, ik geloof niet in God. Ik geloof in iets groters’. God is niet alleen een inflatoir begrip geworden, maar er is een nieuw absolutisme voor in de plaats gekomen dat zich kan permitteren te zeggen dat ze groter is dan al het andere, zonder het ooit te hoeven invullen. Sterker nog: ze kan zich niet anders handhaven. Ze komt altijd morgen en nooit vandaag, laat staan dat ze er al zesduizend jaar is, maar men gelooft schijnbaar liever in het nog niet ingevulde geloof van morgen dan in een concrete Kerk met alle tekortkomingen en zegeningen. Eco constateert dat we meer van God en de godsdienst eisen dan waar de christelijke godsdiensten in kunnen voorzien. Maar omdat dat ‘meer’ van geen enkele kant gevuld wordt en noodzakelijk leeg blijft, wordt dat vooral ingevuld met eigen angsten: ‘De zogenaamde occulte wetenschappen openbaren geen geheimen. Ze beloven alleen dat er een geheim is dat alles verklaart en rechtvaardigt. Het grote voordeel hiervan is dat het een ieder toestaat om dit lege geheim te vullen met eigen angst en hoop (...) – de meest infantiele occulte fantasieën’ Dit loopt uit op Da Vinci-codes en boeken over pseudo-kabbalisme, rozenkruisers, tempeliers et cetera.
Men gelooft nu liever ieder nieuw boek en iedere nieuwe theorie totdat er weer een andere verschijnt, dan in een kerk, een God, de paus die op een duizenden jaren oude traditie staan, op nog oudere gecanoniseerde geschriften en een eenheid van leer, leven en schepping kennen. Spiritualisme is in feite het resultaat van vijf eeuwen protestantse versnippering waarin iedereen eigen theoloogje is gaan spelen en uiteindelijk alles zelf wel invult, niet met theologie maar met infantiele emoties.
Ook al gelooft men nu steeds in iets anders, het is niets anders dan een reformisme, een correctie op de bestaande monotheïstisch openbaring. Het verschil tussen dit spiritualisme en het liberalisme is letterlijk onzichtbaar: datgene wat groter is dan God wordt steeds groter, maar ook steeds leger en doodser. Eco haalt een citaat aan – de man aan wie deze zin gewoonlijk wordt toegeschreven heeft hem niet geschreven: ‘Wanneer iemand ophoudt in God te geloven, gelooft hij niet in niets. Hij gelooft in alles.’ Het wezen van het ietsisme is dat het niet ingevuld mag worden en dat men daarom voortdurend in alles moet geloven om maar niet in God en Kerk te hoeven geloven.
Tertius
Het atheïsme van Vuijsje heeft enigszins de schijn-tegen over zich afgeroepen. In de laatste eeuwen waarin zij God dood verklaarde en zich daarmee als allerlaatste correctie op de monotheïstische openbaring presenteerde, gaf ze de kerk eerst het deksel op de neus en heeft decennia lang de scheiding van kerk en staat op allerhande gebied tot stand gebracht en deze scheiding eerst zalig en daarna heilig verklaard. Nu die heilige scheiding er is en iedere religieuze partij wordt gekeurd op de eisen die de staat stelt (zie de SGP subsidies in Nederland), blijkt ook wat deze scheiding precies is: namelijk de onderwerping van de kerk aan de staat. De heilige scheiding wijst de gelovige niet op God maar op de allerheiligste staat. Want als de staat het monopolie op de moraal in bezit heeft genomen maar deze bij nader inzien in de samenleving niet zelf in de hand kan houden, eist ze bij monde van Vuijsje ineens van de Kerk om dat weer te gaan doen terwijl ze de kerk de mogelijkheden daartoe heeft afgenomen. “Het hedendaagse Nederland heeft weer een flinke scheut Mozes nodig. En de kerk zou daarbij de voornaamste schenker moeten zijn”. Vooral de Katholieke kerk is in de woorden van Vuijsje ‘een huppelgeloof van we nemen d’r nog eentje’ geworden, maar hij verzwijgt hoe dat zo kon komen. Tegen wie moet de kerk voorts donderen? Tegen de mensen die Vuijsje liever tam en mak wil houden? Zo’n kerk valt zelf onder het Ministerie van Temming, moet een KvK nummer hebben en voert niet Gods wetten uit, maar de eisen van de staat – van Vuijsjes staat: een beetje meer regels, wetten, behaviorisme en daarmee basta. Niet het priesterschap als goddelijk ambt, maar de priester als staatsambtenaar. Vuijsje mag in een enkel stuk Jezus Christus herhaaldelijk beledigen en tegelijkertijd even de Kerk van Christus op haar maatschappelijke plicht wijzen. Hij neemt zichzelf het recht voor atheïst te zijn maar neemt de Kerk in dezelfde zin hun ‘vrijblijvende karakter van de hedendaagse geloofsbeleving’ kwalijk. Hij moet een haast absolute scheiding van moraal en geloof vooronderstellen om het geloof om haar absurditeit te mogen beledigen en de kerk op haar morele positie terecht te wijzen. De vraag rijst: wil Vuijsje wel de nieuwe Mozes waar hij om roept, of wil hij een nauwkeurig van tevoren geselecteerd scheutje Mozes dat de kerk mag (moet) schenken van de staat? Een Mozes die de berg afkomt met nieuwe geboden, niet van God maar van de staat. Kortom, een ontmande Mozes.
Het antwoord op deze vraag wordt door Vuijsje zelf gegeven wanneer hij blijk geeft weinig te hebben begrepen van Sloterdijks boek dat hij citeert, namelijk Woede en Tijd. Sloterdijk is daar namelijk in discussie met Fukuyama’s Het einde van de geschiedenis en de laatste mens uit 1992. Daarin gaat het over de toorn (thymos) en hij verwijt het gros van de Europese filosofen die de laatste zestien jaar over Fukuyama’s boek hebben gekwebbeld dat ze er niets van begrepen hebben. Ze aanvaarden het begrip thymos gewoonweg niet, netzo als Vuijsje in zijn tweede zin over Sloterdijks boek via de omweg van de publieke verontwaardiging direct de thymos afschrijft. Want hij ‘wil het liever niet over de thymos hebben’, maar vindt publieke verontwaardiging een beter woord. Hij begrijpt het dus niet. Zoals Sloterdijk in Woede en Tijd zegt dat de Europese filosofen niets van Fukuyama begrepen hebben en Derrida in het bijzonder niet, zo mag ook gezegd worden dat Vuijsje niets van Sloterdijk begrepen heeft om exact dezelfde reden.
Waarom moet men in deze contreien niets van Fukuyama en Sloterdijk? Waarom vertaalt en leest men alle boeken en artikelen van hen maar interpreteert ze hardnekkig en vasthoudend onjuist? Waarom begrijpt een Vuijsje niet dat thymos bij uitstek niet de door publiciteit gekanaliseerde verontwaardiging is, maar het zuivere eer- en schaamtegevoel zonder de filters van de media en allerlei therapeutiserende (reformerende) mechanismen. Bij Plato en C.S. Lewis is de thymos (of het hart) zelfs de brug tussen de rede en de begeerte, tussen hoofd en onderbuik. Het is juist het cruciale punt van Sloterdijk en Fukuyama dat de thymos gevangen wordt gehouden in een publieke opinie en andere reformistische mechanismen hetwelk onafzienbaar grote problemen in de samenleving veroorzaakt. Een kunstmatig primaat van publieke verontwaardiging zoals die in onze tijd geldt, sluit iedere thymos uit en dus ook iedere balans tussen rede en begeerte. Rede en begeerte zijn nu, zonder deze thymos, losgeslagen en ongefundeerde krachten in de maatschappij geworden. Mozes was de zachtmoedigste man op aarde, maar kon wel met het zwaard omgaan toen het volk het gouden beeld ging aanbidden. Een groot deel van het volk kwam om. Vuijsje wil deze Mozes natuurlijk niet terug, maar alleen het idee van regels en wetten. Hij hoopt dat de echo van Mozes weer voor even genoeg zal zijn. Mozes heeft een klank in zijn naam waar Vuijsje een gebiedend wijsje op kan fluiten.
Er is in deze tijd geen groter taboe dan de idee dat ieder mens beschikt over eigen eer- en schaamtegevoel en dat iemands eergevoel als het erop aan komt alleen te herstellen is door de geschondene zelf. Er is niets dat zozeer publieke woedeaanval na publieke woedeaanval over zich heen krijgt als de thymos zelf. Sloterdijk en Fukuyama brengen het taboe op de thymos in verband met het taboe op de man en de mannelijkheid. Eer, moed en toorn zijn voor hen bij uitstek mannelijk eigenschappen die in deze tijd aan de man onthouden worden, met desastreuze gevolgen.
In Nucleus van oktober 2008 schreef Christophe Buffin de Chosal dat de ontmanning tegenwoordig al op het schoolplein begint. De jongen krijgt geen gelegenheid meer om de deugd van de moed te oefenen op het schoolplein en moet in feite afstand doen van zijn eer voordat hij in staat wordt gesteld zich erin te oefenen. Men opereert in jeugdbendes en oefent zich zo in de lafheid. Zoals iedereen weet heeft Buffin de Chosal gelijk. De school is de bakermat van de vrouwelijke beschaving en vrouwelijke waarden. Maar het gekke is dat er in dit debat door alle deelnemers wordt gewezen op de desastreuze gevolgen hiervan, juist voor de vrouw. Zonder man met moed en eer weet men unaniem zeker dat er ook geen vrouw over zal blijven, laat staan een vrouwelijke beschaving. De zogenaamde vrouwelijke beschaving bestaat dus ook niet. Men krijgt enkel een geperverteerde vrouwelijkheid. Het zijn, kortom, de problemen waar Vuijsje weliswaar zo uitgebreid over anekdotiseert, maar die hij niet bij naam wil noemen en die in Europa hardnekkig niet bij name genoemd mogen worden. Het is voor ons en voor de heer Vuijsje niet alleen raadzaam om Sloterdijk te lezen zoals hij het schrijft, maar zich ook in het debat daaromheen te verdiepen want dat heeft diepe wortels in de twintigste eeuwse filosofie en sociologie – helaas vooral Angelsaksisch. Het doorgeslagen Christendom kan niet los worden gezien van de doorgeslagen staatsmacht. Wanneer men kritiek wil leveren op de maatschappij, volk en kerk, is het ook raadzaam om niet de rol van de bewust misinterpreterende lezer te spelen. Men moet wel heel selectief lezen, wil men het hierboven gestelde probleem bij deze auteurs niet als centraal te achterhalen. De boeken die elkaar citeren en een centrale rol in het debat spelen, zijn:
Plato, Politeia
G.K. Chesterton, Wat mankeert de wereld? (What's wrong with the world?) 1910
A. Huxley, Heerlijke nieuwe wereld, 1935
C.S. Lewis, De afschaffing van de mens, 1942
C. Lasch, De cultuur van het narcisme, 1978
C. Lasch, Haven in een harteloze wereld, 1980
F. Fukuyama, Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, 1992
P. Sloterdijk, Eurotaoïsme, 1989
P. Sloterdijk, Woede en Tijd, 2006
H.C. Mansfield, Mannelijkheid, 2006
Lees verder...