Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen

maandag 9 maart 2009

Het geheim van de bisschoppen

Er schijnt iets van een geheime dienst te bestaan die speciaal ter beschikking staat van de bisschoppen van Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Nederland. Niet alle bisschoppen in deze landen maken er gebruik van, maar die dat wel doen beschikken over pikante informatie.

Zo menen vele bisschoppen uit deze vier landen te weten dat de broederschap van St.Pius X antisemitisch en rascistisch is en ze willen ons dat op het hart drukken. We zouden haast denken dat het in de statuten van de broederschap staat, maar ja, daar komen wij niet achter want die statuten zijn zo geheim dat niemand het bestaan ervan kon vermoeden. Uitgezonderd de bisschoppelijke inlichtingendienst. Er is zelfs een Nederlandse bisschop die “dat onfrisse groepje” met droge ogen verwijt dat ze “weerzin tegen de Islam hebben”. En die weerzin tegen de Islam is waarschijnlijk de druppel die de met 'racisme' gevulde emmer doet overlopen. Sinds Benedictus XVI november 2006 in de Istanbul de Koran kustte, moet iedere katholiek die weerzin tegen de Islam heeft blijkbaar de genade van de Kerk onthouden worden. Gelukkig zijn er tot trots van deze bisschoppen nog vele katholieken die zeker niet tegen de Islam zijn en die zeker niet willen dat Joden zich eventueel zouden bekeren tot het katholicisme. Voor de bekering van deze laatsten mag nog steeds niet gebeden worden. Want de wens dat een Jood zich zou bekeren zou zeker weer een zonde tegen de godsdienstvrijheid zijn, maar is wellicht ook antisemitisch.

Samir Khalil Samir, een Egyptische priester in Libanon, formuleert deze schizofrenie zo: “In het verleden reisden we de oceaan over om moslims te bekeren en dat was misschien schier onmogelijk. Maar nu woont de moslim in mijn eigen land, is hij mijn buurman en we doen helemaal niets.” Men mag er zelfs niet meer voor bidden want dat ‘verstoort de dialoog’ met de moslims (i.c. dan worden ze boos). Pardon, oh eh, we doen dus wel iets? We onderhouden de dialoog met de Islam? Ja kijk, dan begrijp ik het verkeerd; er is wel een dialoog maar niet met de bedoeling ze te bekeren. Aha, mag ik het dan zo formuleren: men mag als katholiek (geestelijke) alles over moslims zeggen zonder de intentie te hebben, laat staan de wens te formuleren dat ze het Christelijk heil deelachtig mogen worden? Men mag dus alles met moslims bespreken, maar we moeten ze ver van ons geloof houden? Het is dus net als in de jaren ’60 met de politie: de Islam is onze vriend. Wij hebben geen weerzin tegen de Islam, maar we houden van de Islam. Nihil obstat.

Het is zeker zo dat moslims zedelijk betere mensen zijn dan de ontaarde hedonisten waaraan ons land inmiddels een dodelijk overschot heeft. Moslims zijn ook prettiger winkeliers, betere familiemensen en loyaal aan hun geloof, maar als men al niet eens weerzin tegen een wezensvreemde en uiteindelijk godslasterlijke religie mag koesteren, dan zullen wij christenen wel helemaal geen weerzin meer mogen hebben tegen onze eigen secularisatie en bijbehorende gevolgen. Nee, hoe meer secularisatie hoe beter, en hoe meer gescheld op christenen, de paus en de kerkelijke leer, hoe beter. Hoe meer verdeeldheid hoe beter.

Het is voorts bijzonder hoe bisschop na bisschop de term ‘na Vaticanum II’ in de mond neemt, om alles wat afwijkt van de zo af en toe hopeloos eigengereide episcopale kliek, de pan in te hakken. En eigenlijk alles te verketteren wat zich beroept op de continuiteit van de Kerk – te duiden als de continuiteit van voor EN na Vaticanum II. Want zo gaat men met de traditionalisten om: Wat voor Vaticanum II (1962 – 1965; veel te kort voor een goed concilie) nog de hele Kerk leerde en geloofde, is nu reden om als ketter de Kerk uitgeschopt te worden. Ze nemen de term ‘na Vaticanum II’ in de mond om een tweeduizendjarige geschiedenis als achterhaald en niet meer van deze tijd te kunnen wegzetten. Want wanneer we de boekjes van Vaticanum II openslaan dan zien we daarin – of ik zie het tot nu toe over het hoofd – weliswaar weinig concreets, maar wel om de andere zin een oproep om de Kerk bij de tijd te laten aansluiten en alles aan te passen aan de eisen van de tijd.

‘Vaticanum II’ kwam zeker niet uit de lucht vallen. De sfeer in de hogere clerus was vlak na de oorlog al verpest. De historicus James Kennedy haalde de verzuchtingen van het toenmalige hoofd van de organisatie van het Pastoraal Concilie, Pater Walter Goddijn: "Er is een grote tyrannie van de gelovigen. Zij houden verdomd veel tegen." Ideeën werden volgens Goddijn niet onder het volk, maar aan de top geboren. En omdat het volk niet wilde veranderen moest dat maar per concilie gebeuren. Het was een publiek geheim dat er op een aantal Nederlandse priesteropleidingen een theologie en pastoraat werd gedoceerd die weinig opbouwend waren zodat men zich afvroeg waar de Kerk wel heen zou gaan wanneer men dit op het volk losliet. Er heerste bij vlagen en in bepaalde streken een volstrekte haat naar Rome en de kerkelijke leer, maar vooral naar het gezonde volk. Het gezonde volk werd door Vaticanum II ettelijke keren in de hoek van bijgeloof geplaatst. Vaticanum II is deels een grote corrector op het volksgeloof geweest in plaats van een bevorderaar van volksdevotie. Enfin, dat het een en ander aan gif uiteindelijk van boven de weg naar beneden heeft gevonden, daarvan moge de ontvangst van Johannes Paulus II in Nederland anno 1985 getuigen.

Een enkeling in de tweeduizendjarige geschiedenis – we hebben het over iemand als Luther – heeft hetzelfde gedaan als wat de clerus na Vaticanum II heeft ‘toegelaten’. Luther sprak over de kerkelijke leer als ‘scholastiek gebabbel’. Hij veegde de vloer aan met Thomas van Aquino zonder ooit iets van hem te hebben gelezen. Alhoewel Luthers erfgenamen al bij monde van Melanchton deze boude bewering uit de Lutherse leer haalden, zo veel mogelijk de schade probeerden te herstellen én hoewel daarna Lutheranen en Calvinisten hun leer grotendeels bleven funderen op de scholastiek, mag er in onze dagen niet meer over die scholastieke leer gepraat worden – en niet zozeer onder Calvinisten, maar nota bene in de Kerk zelf. Sinds Vaticanum II mag er niet meer gedacht en gesproken worden als daarvoor; sinds Vaticanum II is alles anders, beter en nieuwer. Het is een tijd van dialoog, van godsdienstvrijheid en van ‘alle wegen leiden naar God’, een tijd van verzoening van alle zondaren, eventueel zonder instemming van de zondaar zelf. Er is bij voorbaat genade voor iedereen. Men hoeft er niet meer om te vragen, laat staan er boete voor te doen.

Terwijl het protestantisme-in-de-slechte-zin-des-woords (oftewel: de vrijzinnigheid) vrijwel opgeheven is en het orthodoxe (goede) protestantisme op eilandjes raakt en ook eilandgedrag gaat vertonen, lijken onze bisschoppen steeds protestantser te worden in de slechte zin des woords. Ze hebben hun parochies decennialang om de oren geslagen met andersdenkenden, andersgeaarden, andersvoelenden, anderslevenden, anderslerenden en vele andere soorten andersanderen en stellen nu vast dat hun kerkvolk “teleurgesteld raakt in God”. Bijvoorbeeld omdat hun gebeden niet verhoord worden. Of wellicht omdat ze veertig jaar lang geen cathechese hebben gekregen, veertig jaar lang geen bijbelexegese in de preek vonden en veertig jaar lang vooral op hun hart gedrukt kregen dat God alles kon zijn wat Gerard Reve zich in zijn fantasie maar voorstelde? En dat men met God voorts alles kan doen wat in de eigen fantasie opkomt?

Nog steeds mag een katholiek blij zijn met een preek waarin halve waarheden worden verkondigd – voornamelijk omdat de andere helft van de leer verzwegen moet worden. Kan een priester niet anders of mag hij niet anders? De meeste parochies hebben niet eens een priester, maar staan echter in dienst van een pastoraal werkster die zichzelf – God behoede haar – als autonoom pastor beschouwt. En die pastoraal werkster staat weer in dienst van de universele rechten van de mens en de alverzoening. Waar ieder mens in de wereld vooral rechten heeft, is er al bijvoorbaat vergeving van de zonden.

Is het nu echt zo moeilijk om eens in de week een puntgaaf en evenwichtig preekje af te leveren? Een preek waarin alle hoofdzaken van de Traditie in doorklinken? Eeuwenlang hebben protestantse dominees minimaal twee keer in de week een exegetisch puntgave preek van drie kwartier in elkaar gedraaid, zij het, dat ze niet de katholieke leer exegetiseren, maar die van de denominatie waarbij ze in dienst zijn. Deze protestantse traditie is weliswaar in korte tijd vrijwel verdwenen, maar ik kan voor de geïnteresseerde lezer zo een aantal namen geven van predikanten die dit ambacht nog wekelijks uitoefenen. Het moet Vaticanum II volmondig nagegeven worden dat ze de preek en catechese als enige momenten aanwijst waarop het volk onderwezen kan worden en dat ze dus de priesters aanspoort daar gebruik van te maken. Catechese krijgt het volk vrijwillig op een doordeweekse avond, maar op zondag is het getal der gelovigen nog zo groot dat een prediker daar enthousiast op kan inpreken. De klacht van Vaticanum II is immers dat de nadruk teveel op het heil van de eucharistie alleen is komen te liggen en dat de kansen die de preek biedt meer moeten worden aangegrepen. Maar wat Vaticanum II met de ene hand heeft aangereikt, heeft ze met de andere hand weer weggenomen. De klacht van een Nederlandse bisschop dat catechese broodnodig is, toont aan dat men wat dit betreft de afgelopen veertig jaar weinig is opgeschoten. Roepen in de woestijn heeft weinig zin als diezelfde woestijn het einde dient te zijn van alle spraak en tegenspraak.

Op een aantal katholieke weblogs en fora is al gememoreerd aan de ongehoorzaamheid van de bisschoppen aan de paus. In allerhande kwesties wordt de paus even fijntjes de duimschroeven aangedraaid en als de geruchten waar zijn, is de sfeer in het Vaticaan om te snijden. Voorbeelden (en ook aanleidingen) daarvan zijn de benoeming van de Oostenrijkse priester Wagner tot hulpbisschop, die door protest van de Oostenrijkse bisschoppen niet kon plaatsvinden, en de kwestie Williamson. De druk vanuit de katholieke media op de paus was gigantisch en houdt nog steeds aan. Helaas doen vooral de bisschoppen in deze contreien er weinig aan om die druk met de paus te dragen en de 'aanval van binnenuit’ af te slaan. Het lijkt er daarentegen meer op dat een aantal bisschoppen de kritiek op de paus – zij het meer verholen – delen. Om het met de woorden van een Belgische thomist te zeggen: de ongehoorzaamheid (aan de paus) stopt niet, maar gaat bij de bisschoppen gewoon verder. Wat ze absoluut niet kunnen verhelen is hun collectieve afschuw van alles wat traditioneel katholiek is.

Het vreemde daarbij is echter dat het zaakje ‘FSSPX’ door hetzelfde selecte aantal bisschoppen nog steeds haast iedere week wordt opgeklopt rond het argument dat de inmiddels overleden voorganger van St.Pius X, mgr M. Levebvre, ongehoorzaam was aan de paus vanwege zijn ongeauthoriseerde bisschopswijdingen. Wellicht dat er toch een verborgen agenda achter zit. Wanneer namelijk Vaticanum II ter discussie komt te staan, komt wellicht ook de eigengereidheid van de bisschoppen ter sprake en hun ontrouw aan Rome. Juist zij zijn het die niet geauthorizeerd willen worden en maar ze verwijten het de FSSPX. Wellicht dat Vaticanum II de bisschoppen meer vrijheid en autonomie heeft gegeven dan goed is voor de Kerk en voor Rome en, uiteindelijk natuurlijk voor het zielenheil van de gelovigen en de eer van Christus. Kritiek op Vaticanum II is dus kritiek op een concilie dat nooit geëindigd is omdat iedere bisschop zijn concilie graag zelf blijft invullen. Dat ze zich steeds beroepen op 'na Vaticanum II' betekent niets meer dan dat de Kerk voor hen pas in 1962 is begonnen. Kritiek op Vaticanum II is kritiek op alles wat hun kerk is. Er is voor iedereen bij voorbaat vergeving, behalve voor die katholiek die weinig opheeft met de schijnvrijheid van post-Vaticanum II. En alhoewel alles over Williamson, de FSSPX en de ongehoorzame bisschoppen wel gezegd is, verdienen de laatsten wel wat meer kritische aandacht. Wellicht van bij voorbaat uitgevloekte traditionalisten (ketters) die de leer en continuïteit van Rome trouw zijn, in plaats van louter schermen met de zogenaamde vrijheden van post-Vaticanum II om "de dialoog niet in gevaar te brengen".

Lees verder...

vrijdag 27 februari 2009

Doodschreeuwen en doodzwijgen

Nu de brief van bisschop Williamson verschenen is waarin hij afstand neemt van zijn eerder uitlatingen als achterhaalde onbezonnenheid, is het wachten op de media. Verscheidene mensen koesteren hoge verwachten over het effect van deze brief in de media. Nou, nou? wat vinden ze ervan? Zullen 'ze' tevreden zijn?

Ik geef ze weinig hoop dat de brief iets in de media teweeg brengt. En dat hoeft uiteindelijk ook niet. Williamson heeft zich geschikt en dat was het enige dat hij logischerwijs kon doen. De media zullen de brief simpelweg negeren, of er in een klein zijkolommetje melding van maken. Een van de vele derderangs colomnisten die onze pers rijk is zal er wat aandacht aan schenken. Ironisch, smalend. Het zal zeker een onbeduidend berichtje worden. Alleen wanneer er weer een volgend schandaal ex-nihilo gecreëerd kan worden, zal de brief aandacht krijgen.

Wie verwacht dat er in de media zo'n uitgebreide aandacht aan wordt gegeven als er wel aan het interview van Williamson wel is gegeven, verwacht rechtvaardigheid en gelijke behandeling van de pers. Maar dat is tevoren al wat teveel van het goeie. Het ging vanaf het begin al niet om Williamson en nu nog steeds niet. Dat interview was al vier maanden eerder uitgezonden voordat de storm losbrak. Er kraaide geen haan naar. Pas toen er een associatie bestond met het Vaticaan was Williamson bruikbaar.

Wat de Kerk potentiele schade kan toebrengen, zal altijd voorrang krijgen in de media. De media zullen alles aangrijpen wanneer ze van de Kerk verontschuldigingen om het een of ander kan eisen, of verandering van richting en het omgooien van de organisatie (i.c. einde van het pausdom) kan eisen. De media claimen altijd een hogere authoriteit dan de paus zelf. Die authoriteit geeft ze zichzelf - met de nodige subsidie van de staat of bedrijfsleven, want levensvatbaar is media in het geheel niet. Dus: of ze is de spreekbuis van de almighty state, of van de vrije markt. De wereldmoraal waar de media voor betaald krijgen is altijd juister dan de katholieke Kerk die als sponsor alleen Christus' lijden naar voren kanschuiven. De media zal dus altijd overeenkomstig deze overtuiging denken, schrijven, eisen en handelen.

Maar een Kerk die zich verontschuldigt wordt als een vrij normaal dagelijks verschijnsel beschouwd - of het nu gaat om het verweer tegen de Reformatie, of de vervolging van ketters in de afgelopen tweeduizend jaar. Een sorry-zeggende Kerk is dus iets dat te negeren valt. Ook een bisschop die zich verontschuldigt is niets meer dan de normale gang van zaken. De media - en eigenlijk iedereen - hadden niets anders verwacht dan dat hij op zijn uitlatingen zou terugkomen. Dus is de aandacht voor de brief van de bisschop nihil. Men kan zich beter richten op datgene waarvoor de kerk zich nog niet verexcuseerd heeft. En om dat te breiken moet men alle kleine voorvalletjes kunnen aangrijpen. Het gaat de media dus niet om het behandelen en bespreken van concrete zaken, maar het is hen te doen om materiaal waarmee de Kerk is af te breken. Men streeft daar constant naar.

Een Kerk die weigert om zich voor wat dan ook (in feite alles) te verexcuseren; die weigert zich te verexcuseren voor niets meer dan tweeduizend jaar Christendom - in feite is dát abnormaal. Dát is de reden om net zo lang dramatisch te appelleren totdat de kerk of bijdraait of minstens behoorlijke imagoschade op heeft gelopen. De Kerk wijkt volledig af van het ethos dat in de media gepredikt wordt en dat zal ze voelen. De Kerk is de grote ketter in een moderne wereld die het overboord zetten van alle moraal als enige moraal hanteert. Men eist van haar burgers hetzelfde. De macht achter deze moraal zal absoluter zijn dan welke voorgaande moraal ook. De macht die alle andere verbanden wil verbreken, is zelf een onverbreekbare knelband. De macht die alle (traditionele) authoriteit zal opruimen, is zelf een totalitaire macht. Het opruimen van alle geboden brengt een laatste gebod met zich mee dat schrikwekkender is dan alle andere. Het wordt steeds meer zichtbaar dat er achter dit laatste gebod geen genade is. We eraan ten prooi valt, is definitief afgeschreven en wordt van alles uitgesloten.

Wat normaal is, is alles en iedereen te laten dansen op dezelfde muziek; namelijk het deuntje wat de media steeds weer opvoeren: die van het laatste gebod. En zolang iedereen dat doet is het normaal. Zolang iemand niet meedoet zal de complete mediahysterie zich richten op die ene persoon totdat hij begint mee te draaien in de grote maalmolen. En de Kerk is zo'n persoon die alle hysterie over zich heen krijgt.

Zolang de Kerk nog Kerk blijft zal ze niet kunnen dansen op de mediamuziek. De Kerk heeft immers (nog) haar eigen muziek. Die muziek holt weliswaar achteruit, maar ze is er nog. Vanwege deze reden zal het ook nooit iets goeds in zichzelf zijn om de media voortdurend hun zin te geven, toe te geven aan hun geschreeuw en uiteindelijk met hun repeterende deuntjes mee te dansen, hetgeen ze in feite eisen van de Kerk.

Wereldgelijkvormigheid heeft geen zin, omdat de wereld geen vorm meer accepteert. Het is puur lawaai dat er alleen maar is om de muziek van de Kerk te overstemmen en haar het zwijgen op te leggen. De agenda van de Kerk en de interne verhoudingen moeten volledig gedomineerd worden door druk van buitenaf, zoals een ieders huis in deze tijd volledig gedomineerd raakt door de druk van televisie, onderwijs, de bladen en de kranten. Door zoveel mogelijk druk van buiten af op de Kerk uit te oefenen, is de Kerk op een bepaalde manier toch afhankelijk van de wereldse wetteloosheid. Zolang men de Kerk in halve en nietszeggende schandalen gevangen kan houden, determineert de wereld haar tot de excuustruus van de geschiedenis. Een kruiperige en schokschouderende Kerk is de enige aanvaardbare Kerk voor een wereld die geen rechtspraak, geen eerbied voor het leven en ontzag voor de eeuwigheid meer kent. Wanneer men kan zal men netzo lang schreeuwen tot de Kerk zichzelf heeft opgeheven en dood is en zolang dat niet kan zal men de Kerk doodzwijgen.

Lees verder...

donderdag 12 februari 2009

De Katholieke Kerk en haar ongelovige Thomassen

Wij dachten altijd dat Thomas von der Dunk een idioot was als alle anderen die her en der wat mogen zeggen in de hoop dat het volk er wat mee kan. Met dat idee hingen wij altijd aan de lippen van Thomas. Het volk hangt altijd aan de lippen van de volksidioot die alles mag zeggen. Natuurlijk omdat iedereen weet dat een idioot het zegt – en met hoop op dat schaarse beetje waarheid dat een idioot tussen de onzin kan ontschieten. Was Thomas maar zo'n idioot, maar Thomas blijkt geen idioot te zijn. Er is opzet in het spel. Zijn idioterie is niets dan komedie. Hij blijkt een man te zijn die achterliggende bedoelingen heeft met zijn idiotie; hij is dus een charlatan.

Zijn krijsende piepstem die bij ons de luidsprekers van de televisie opblies benam hem zijn televisie-carriere. En voor dat laatste zal zijn spraakgebrek hem ook niet voortgeholpen hebben. Maar spraakgebrek en gierende stembanden blijken niets anders dan de attributen van de rol te zijn die Thomas speelt. Een rol die nu definitief teveel van zijn acteertalent heeft gevraagd. Dezelfde kwestie waar de heilige Elsbeth Etty zich eergisteren belachelijk mee maakte is de ongelovige Thomas nu fataal geworden. En ineens komen zijn artikeltjes in een ander daglicht te staan.

In een voor het overige even hetzerig stukje als altijd, floept het er ineens uit: “de maatschappij is van de staat.” En omdat de maatschappij van de staat is en de kerk gescheiden is van de staat, mag de kerk geen morele uitspraken doen die betrekking hebben op mensen, dingen en ideeën in de maatschappij.

Eerst dacht ik nog, ‘tuurlijk, Thomas is socialist: hij bedoelt vast dat staat en maatschappij hetzelfde zijn’. Maar het socialisme zal altijd de kerk als onderdeel van de samenleving moeten erkennen. Doet de staat dit niet en wil ze de maatschappij zuiveren van alle kerkelijke en andere onwenselijke elementen, dan zijn staat en maatschappij niet meer hetzelfde. Dan is de maatschappij volledig eigendom van degene die deze zuivering begaat, namelijk de staat. En dat is geen socialisme meer. Thomas is dus een charlatan, een fascistje.

Zijn staat gaat niet alleen bepalen wat de kerk is, wat gelovigen mogen geloven en wat gelovigen in hun leven van dit geloof mogen toepassen. Zijn staat gaat, zoals Thomas’ Volkskrantcollega Martin Bril het iets treffender weet te verwoorden, bepalen dat alles wat de staat doet, per definitie atheïstisch moet zijn. En dan voeg ik er maar aan toe: inclusief haar immer toenemende prescriptieve houding naar de kerk.

Martin Bril is iemand die doorgaans stukjes schrijft die ten doel hebben om bij de lezer ‘een glimlach om de lippen te toveren’. Niets meer dan dat. Hij beheerst dat vak als geen ander, want het grootste gevaar is dat je erin doorschiet, dat de glimlach een schaterlach wordt. Dat laatste mag niet, want dan is de subtiliteit verdwenen. De schaterlach heeft hij altijd zorgvuldig weten te vermijden, maar heel soms schrijft hij een stukje dat de fase van de glimlach niet eens bereikt. Wij als lezers merken dan dat Martin iets anders op zijn lever heeft dat hij even kwijt moet. Zoals met het geval van dat atheïsme. Hij moest dat even delen zeg maar. Tegelijk heeft Martin Bril als ex-gereformeerde het heel moeilijk met het atheïsme - blijkt. Atheïsme vindt hij "al moeilijk genoeg". Hij wil daarmee maar zeggen dat andere religies wel helemaal onmogelijk moeten zijn en dus beter afgeschaft kunnen worden. Maar beste Martin, dan woon je al in de grachtengordel en nog vindt je atheïsme moeilijk. We kunnen het je echt niet veel makkelijker maken. Wat zou jou de afschaffing van de godsdiensten nu helpen als je zelfs al moeite hebt met het atheïsme in de meest atheïstische buurt van Nederland?

Het geeft iets aan van het ongelooflijke egoïsme van atheïsten: vanwege de eigen moeizame geloofsbeleving moeten alle andere godsdiensten afgeschaft worden. Maar het kan nog leuker. Een kerk zonder samenleving is een kerk zonder gelovigen. En omdat er nog steeds gelovigen in de katholieke Kerk durven te komen, moet de Kerk officieel buiten de samenleving geplaatst worden. Dat kan alleen als de samenleving van de staat is. Een samenleving zonder kerk is een atheïstische samenleving. Juist dat wat we Albanië decennialang verweten hebben en waar een enkeling destijds wellicht van gedroomd heeft, maar wat nu en masse de toestand in de westerse wereld moet gaan worden - het is echt een hype - het verbod om nog iets anders te geloven en te praktiseren dan de staat. Ieder mens behoort enkel en alleen aan de staat toe. Wat de Duitsers treffend noemen 'Zivilreligion'. Het aan de staat toegewijdde burgerdom. De staat speelt hierin als enige eigenaar van maatschappij en individu de rol van een supervaticaan; een macht die, in tegenstelling tot het echte Vaticaan, geen enkele wederstreving of andere godsdienst dan zijzelf toestaat. Integendeel, zelfs iets dat ver buiten haar grenzen in Argentinië plaatsvindt grijpt ze aan om de zoveelste interne machtsconcentratie toe te passen.

De staat komt dus de kerk binnen om het altaar door haar demonen in beslag te laten nemen. Dat gebeurt grofweg door alle zaken eerst maar eens om te draaien. Zo wordt het lijden van het Joodse volk boven het lijden van Christus geplaatst en moet de ware katholiek dus joods worden in plaats van andersom, voorts ligt het heil per definitie niet meer in de kerk want omdat de staat in de kerk de dienst uitmaakt, gaat het heil van de staat uit. En zo kan men doorgaan met de moderne omdraaiingen die aan de Kerk worden opgelegd of door de linkse gelovigen met liefde worden uitgevoerd om het Vaticaan - en dus Christus - maar te kunnen schofferen.

In Duitsland wordt de Zivilreligion een ware plaag, daar gillen de atheïsten nog steeds aan een stuk door tegen alles wat naar wierook en mijters ruikt. Angela Merkel en vele andere politici plaatsen zelfs het imago van Duitsland boven het lijden van Christus. En dan hebben we het onder andere over Christen-democraten. Hier hebben we alleen de bekende haatzaai-atheïsten als Etty, Dunk, Schreuders, Drayer, Bril en nog een paar die al de kerkhetzeblaadjes van de verschillende atheïstische en vrijzinnige parochies als NRC, Volkskrant en Trouw volschrijven. Wij kunnen vaak nog lachen om onze narren. In Duitsland hebben de idioten echter werkelijke macht. Wij proberen onze narren niet de troon te laten bestormen, alhoewel ons dat de grootste moeite kost. Maar in Duitsland zitten de narren helemaal fier op de troon en in de rechterstoel. De koning is dood, leve de idiotie! En dat staat ons ook te wachten.

Bij gebrek aan een wijze koning die het land uit de wurggreep van de narren moet halen, bezorgen ze onder meer het weekblad Junge Freiheit handenvol werk om het narrentheater op de troon te corrigeren of tegen te spreken. Het weekblad doet dat superieur, maar het levert hen tegelijk een verwijt van een reaguurder op dat ze een kerkblaadje is geworden. Een op de twee berichten zou over de kerkkwestie gaan. Onwaar maar ook bespottelijk natuurlijk; want wie zijn nu de echte kerkblaadjes in Duitsland? Waarin is nu de hetze gevoerd en wordt de hetze nog steeds gevoerd?

Dat is gebeurd vanuit de kanselarij en het parlement, op televisiezenders en in kranten als Bild, Spiegel en Stern, met onder meer een door en door corrupte en criminele journalist als Michel Friedman - een van de bekendste journalisten van Duitsland - die zegt dat de paus een ongeloofwaardige leugenaar en huichelaar is. Overal hebben de atheïstische kerkblaadjes de eigen Duitse paus door het slijk gehaald, maar zodra een - tevens niet-klerikaal - blad daar iets tegen inbrengt, wordt ze als kerkblaadje bestempelt. Het volk is inmiddels genoeg gewend aan de brullende journalisten om deze omkeringen niet alleen te slikken, maar ze ook nog te geloven. Het is een echte religie die niet alleen voortdurend gepredikt moet worden, maar ook met juridisch en politioneel geweld wordt toegepast. Jacques Pressers bekende uitspraak dat het fascisme zal terugkeren onder de naam anti-fascisme is daar volop werkelijkheid. Thomas von der Dunk wil niets liever dan het ook in Nederland realiseren.

Keren we terug naar de katholieke Kerk en haar ongelovige Thomassen. Het hele probleem heeft laten zien dat de katholieke massa's in de schulp gekropen zijn tijdens de grote hezte tegen het Vaticaan. Wat vertellen ons de echt katholieke weblogs? Afgezien van een aantal weerbare geluiden van enkelingen, begrijpen de orthodoxe websites niet waar het allemaal om gaat. Ze proberen keurig 'het misverstand' aan zowel gelovigen als ongelovigen uit te leggen, of ze hebben het over niets anders dan over de enige juiste opvoering van de H.Mis.

Die toewijding aan de H.Mis is niets meer dan terecht, want indirect stond deze mis de afgelopen weken ook ter discussie. Maar wanneer het daarbij blijft, is dit soort orthodoxie niets meer dan een verkapte protestants-ascetische beweging die onderweg is naar de hemelse stad en van de aardse stad geen heil meer verwacht. Met andere woorden: dit soort orthodoxie misacht de wereldse taak van het Vaticaan. En juist die taak staat ter discussie. De paus is Europa's laatste staatshoofd. De enige troon in Europa die nog beheerd wordt uit naam van de rechtmatige Bezitter van de hele aarde, terwijl deze rechtmatige Bezitter elders van alle tronen in het Westen en grootste deel van de wereld verstoten is. Rome is dus niet alleen van de keizer, maar meer nog van God. En de paus maakt dat duidelijk. Waar is het geloof van de katholieken? Waar is hun geloof in pauselijk gezag, in het heil dat ze de wereld te bieden heeft, tot zelfs de grootste zondaar aan toe? Waar is het geloof van de katholieken in het lijden van Christus?

Er moet nota bene een Joods-Amerikaanse rabbijn aan te pas komen die uit naam van meer dan 1000 rabbijnen het Vaticaan een hart onder de riem steekt en zijn handelswijze prijst, terwijl de paus als eerste bisschop van allen uit de eigen gelederen meer kritiek dan steun heeft ontvangen. Deze rabbijn waarschuwt zelfs zijn joodse gelovigen zich niet door links te laten ophitsen tegen het Vaticaan omdat dit hetzerige links er alleen op uit is om alle geloof te vernietigen. Deze Yehuda Levin maakt direct het verschil duidelijk tussen 'zijn' religieuze Joden en de seculiere Joden uit bijvoorbeeld Duitsland die al te kennen hebben gegeven dat er "met een traditionele Kerk geen dialoog mogelijk is." Je kunt je sowieso afvragen wat de Kerk voor dialoog moet voeren met een groep die zonder enige religieus-culturele grond zich alleen nog etnisch manifesteert in de multiculturele samenleving die ze als seculieren zelf voorstaan? Welk recht van spreken (i.c. beschuldigen) heeft deze groep naar de Kerk? In feite geven ze het zelf al toe: de Kerk moet eerst afstand doen van haar religieuze grond en een 'neutrale' (atheïstische) positie innemen, voordat er überhaupt een dialoog kan komen. En wat voor 'kerk' is dat dan nog? Niets anders dan een groep die etnisch, noch religieus bepaald is, maar alleen een gemeenschappelijk verleden deelt waar ze afstand van heeft gedaan. Een groep met een negatieve identiteit, zoals we in Nederland het voortdurend opspelend verbond kennen van getraumatiseerde atheïsten die zo'n zielige, vervelende en zware gereformeerde opvoeding hebben gehad en daarom ieder Christelijk geluid met de ergste vuilspuiterij moeten beantwoorden. Dat is de kerk waarmee deze Joodse Centrale Raad in Duitsland wil spreken: een kerk die de Verlichting (God is dood) als haar uitgangspunt neemt, eventueel verzacht met een scheutje deïsme (agnosticisme). Ze willen in feite een dialoog of gespreksclubje voor vuilspuitende mede-afvalligen.
Er kan alleen gemulticultuurd worden wanneer iedere cultuur afstand van de eigen cultuur doet. Ik zou zeggen: de Paus kan zijn dialogen beter voeren met mensen die wel grond onder de voeten hebben, zoals de orthodoxe rabbijn Yehuda Levin die tenminste doorheeft dat vrijzinnige Joden zich laten gebruiken door links en dat ook durft te zeggen. Het zal me niets verbazen als deze rabbijn zelf beschuldigd wordt van anti-semitisme.

Er zijn normale katholieken nodig die niet alleen het ongeloof of slapend geloof van hun ouders verlaten, maar die beseffen dat de redding van de H.Mis uit de handen van pastoraal medewerksters en vrijzinnige hippies precies hetzelfde is als de redding van het Vaticaan uit handen van de atheïsten. Geloof in Christus en het heil van de wereldkerk is niet beperkt tot de Wereld Jongeren Dagen, maar stoomt de orthodoxe jonge katholieken hopelijk klaar voor het werk dat hoe dan ook opgeknapt zal moeten worden: namelijk de slag om het Vaticaan die deze eeuw gestreden wordt. Thomas von der Dunk en zijn krijsende massa demonen wil de Katholieke Kerk deze eeuw het zwijgen opleggen. Dat zal het einde zijn van de laatste maar ook belangrijkste troon in de wereld: de keizer van Rome triomfeert dan over Christus. Als het aan de keizer ligt is namelijk alles van hem en niets van Christus tot de Kerk aan toe. Maar niet alleen de kerk; de hele wereld is van de Pantocrator. Een sprekend Vaticaan is - en sprekende gelovigen zijn - daarvan het getuigenis. De eerste taak die de katholieken wacht is de troon in Nederland uit de handen van de narren te bevrijden. Ook Nederland belandt in een situatie waarin voorvalletjes uit de hele wereld worden aangegrepen om hier het atheïstische utopia te realiseren. Het kost moeite om er tegenin te gaan en dat is niet met tridentijnse missen alleen te realiseren.

Lees verder...

zondag 26 oktober 2008

De Heilige Microfoon

Het afscheid van de bisschop van Groningen, mgr. Wim Eijk, bracht iets opmerkelijks aan het licht: voor veel moderne gelovigen staat niet meer de Crucifix in het midden van de kerk, maar de Heilige Microfoon. Want mondigheid is mooi, maar wat is mondigheid zonder microfoon? Maar een microfoon is lastig. Want wie mag er spreken en wie moet er luisteren? Moeilijke vragen. Het is er voor de gelovige sinds Vaticanum II dan ook niet makkelijker op geworden. Voor het Belgische opinieblad Nucleus, een maandblad uitgegeven door onze vriend dr. Pieter Huys, schreef ik samen met Erik van Goor het volgende artikel.

Het bericht dat van alle websurfende Europeanen de Nederlanders het meest grofgebekt zijn komt niet onverwacht. De keurigste manager verandert in de pauze achter zijn PC in de meest schunnige variant van de mondige burger om het Internet te overladen met scheldpartijen en grove taal. Gratis kranten, radiostations en zelfs publieke omroepen in Nederland laten eenzelfde beeld zien. Ooit een van de burgerlijkste naties, is het land sinds de jaren ’60 verandert in een land waar decorum, etiquette en stijl door het toilet zijn gespoeld. Hoe directer, des te beter. De historicus James Kennedy zei ooit over de jaren ’60 in Nederland dat in vergelijking met de meeste westerse landen de jaren ’60-revolte in Nederland nauwelijks iets voorstelde – weinig meer dan een verfbommetje hier en een rookbommetje daar. Toch is de verandering in weinig landen zo doorgeschoten als in Nederland. En niet in het minst in de kerk. Vooral na invoering door Vaticanum II van de microfoon in de kerk is het mis gegaan.

Zoals te zien was tijdens het afscheid van bisschop Eijk, vanwege diens vertrek van Groningen naar Utrecht. Bisschop Eijk had het in Groningen niet makkelijk gehad. De moderne pastorale werkers in deze kerkprovincie hadden hem menigmaal het vuur aan de schenen gelegd vanwege diens visie op homoseksualiteit en die op de rol van de vrouw in de kerk. Een van deze werkers is een zekere mevrouw Van Schalkwijk. Toen zij geen toestemming kreeg om bij het afscheid van mgr. Eijk te spreken, greep ze eigenhandig naar de microfoon. Maar de ceremoniemeester greep ook in en kon via de beveiliging deze mevrouw in toom houden.

Een microfoon hanteren is immers makkelijker dan het kruis – de Crucifix – dragen. De moderne gelovige onderwerpt zich niet graag, maar werpt zich daarentegen wel graag op als spreekbuis, uiteindelijk altijd namens zichzelf. Mevrouw Van Schalkwijk maakte daarom haar visie bekend bij de landelijke pers. Haar ideaal blijkt “de autonome pastor” te zijn, waarbij de bisschop niet zozeer gezag heeft, maar eerder een “sparring partner” is: Deze “autonome pastor” maakt volgens mevr. Van Schalkwijk “eigen keuzes zonder autoritair te worden èn zonder zijn begrip voor de ander los te laten. Deze pastor kiest voor participerend leiderschap, een leiderschap waarbij de leider, of die nu pastor of bisschop is betrokkenheid, initiatief en daadkracht bij anderen wekt voor een zaak die de leider belangrijk acht.” Op deze wijze doet de pastor “de mensen recht”. Aldus mevrouw Van Schalkwijk.

Vaticanum II voerde de volkstaal weer in en gaf het volk een stem. Maar toen het volk sprak, bleek het volk geen volk te zijn, maar een verzameling autonome sparring partners die recht moet worden gedaan. En het eerste recht is het recht van spreken in de microfoon, het instrument dat als een tweesnijdend zwaard de gemeenschap klieft.

Verdeeldheid

De microfoon verdeelt de mensheid in sprekers en luisteraars. Wij luisteren niet naar mensen die iets te zeggen hebben, maar naar datgene wat uit de luidsprekers schalt. Mensen die iets te zeggen hebben moeten maar afwachten of zij dat voor een microfoon mogen doen of in het luchtledige waar niemand naar hen luistert. Nu blijkt zelfs dat alleen diegenen die goed kunnen luisteren en die de goede luisteraars mogen toespreken goede burgers zijn. Wie zegt dat? Iemand met een microfoon voor zijn mond natuurlijk. De microfoon schenkt onze tijd twee grote problemen: die van het spreken en die van het luisteren. De microfoon maakt dat de spreker niet luistert en de luisteraar niet spreekt. Maar gek genoeg is het kerkvolk juist achteruit gegaan in het luisteren sinds de microfoon de boodschappen van de sprekers versterken.

Sprekers spreken met hun mond naar de microfoon en luisteraars zitten met hun oren naar de luidspreker. De kloof tussen spreker en publiek ontstaat door deze twee instrumenten. Interrumperen gebeurt niet zomaar en de afstand tussen sprekers en publiek wordt groter omdat afstand niet meer iets is dat geluid moet overbruggen. Men zet de luidspreker daar neer waar het geluid terecht moet komen. Hoever de microfoon bij de luisteraars vandaan staat is van geen belang.

Degene die spreekt is dus niet meer iemand die uit zijn ambt spreekt zoals de vader en de priester door hun ambt sprekers zijn, maar de spreker mag spreken omdat hij zich een plaatsje voor de microfoon heeft bemachtigd. De spreker beoefent allereerst het ambt van spreker. Het spreken wordt niet meer gebruikt om de rust te herstellen of om naar oplossingen te zoeken, maar om individuele emoties vele malen versterkt bij mensen te brengen. Alexander Mitscherlich schreef in 1963 dat "de massacommunicatiemiddelen voortdurend stemmingen bij ons aanboren en ons zo bespeelbaar maken." Dat komt omdat de spreker geen aan zijn publiek inherente reden heeft dat hij spreekt, en dus geen zaak bespreekt, maar een emotie losmaakt. De luisteraars moeten gewoon horen wat hij zegt; er is geen ontkomen aan want de luidsprekers staan altijd in de buurt.

De gelegenheid waarin de microfoon voorziet, ontwikkelt een machtstrijd. Niet langer is de spreekfunctie onlosmakelijk verbonden met de verantwoordelijkheid en natuurlijk gezag zoals van vader en priester, maar is de spreekfunctie een plek waar moordende concurrentie heerst. De priester die verzoening doet heeft geen luidspreker nodig om God te bereiken. De vader heeft die ook niet nodig om zijn kind een troostend woord of een opvoedende tik te verkopen en zeker niet om zijn vrouw en kinderen te zeggen dat hij van ze houdt. Wat primair in de microfoon versterkt wordt is de emotie en niet de heldere argumentatie of schoonheid van de logica. Een spreker hoeft minder dan ooit zijn best te doen om een in principe milde emotie duizend keer sterker uit te vergroten totdat het een beslagleggend appèl doet op de luisteraar. Hij heeft geen grote woorden en historische oneliners nodig om zijn publiek te pakken, want de emotie die hij heeft wordt toch wel vele malen versterkt. Hij hoeft er eigenlijk niet zoveel voor te doen. Nu eisen de grootste blunders die er door luidsprekers geklonken hebben de aandacht op, terwijl de mooiste historische oneliners die wij kennen, werden gedaan in een tijd dat microfoons hoogstens een zeldzaamheid waren en de sprekers werden opgeleid tot het spreken zonder microfoon, dus in directe relatie tot de toehoorders. De spreker zonder microfoon is in feite 'de eerste onder de toehoorders', iemand uit de groep die het woord neemt en niet, zoals nu, een spreker die op zoek is naar een microfoon en dus naar een publiek. De oude ecclesia wordt zo stom gemaakt: al zou ze schreeuwen, de spreker hoort het niet. De microfoon voorkomt dat er iemand uit de groep het woord neemt, maar keert zich tegen de natuurlijke ambten.

Revolutie

In de kerk heeft de microfoon haar revolutie gevestigd. Bedoeld of onbedoeld. Want ondanks dat Vaticanum II de afstand tussen God en mens kleiner wilde maken door het altaar tussen het volk te plaatsten in plaats van voor het aangezicht van God, heeft de microfoon toch weer een grote scheiding teweeg gebracht tussen de spreker en het volk. De oorspronkelijk drieslag in de liturgie, die van volk-priester-God, is ingeruild voor die van volk-sprekers-show. De liturgie is geen drama meer, maar is een serie onemanshows geworden. Tijdens een kerkdienst komen veel sprekers naar voren: de aankondigingen, de schriftlezing, de gebeden, de aankondiging van de kinderdienst, de preek, de bediening, de afkondigingen en soms nog een verdwaalde koster(es) met een mededeling.

Deze microfoon blijkt een instrument met magnetische gaven. Het trekt massa's mensen aan, niet in de laatste plaats de pastoraal medewerksters. Dezen is het weliswaar niet gegeven om de mis te bedienen en een gewijde functie te bekleden, maar vanwege het priestertekort dicteren deze pastoraal werkers het parochiale leven in tal van bisdommen.

De microfoon is dus niet automatisch in handen van het gezag zoals het vaderlijke ambt ook verantwoordelijkheid en gezag verleent aan de vader, want natuurlijk gezag behoeft geen microfoon. De microfoon is in principe een instrument dat gezag afbreekt en erediensten verstoort omdat het de natuurlijke band tussen spreker en publiek doorsnijdt. De microfoon is een activistisch instrument. Zonder de microfoon hebben de pastorale medewerksters waarschijnlijk geen gehoor. Want zonder microfoon gaan ze gillen en dat wil niemand horen, zeker niet in de kerk. De microfoon versterkt dus iets wat van nature geen gezag heeft. Het verleent een kunstmatig gezag aan mensen die dat niet horen te hebben.

Het spreken van het volk via de microfoon is een merkwaardig spreken; het kunstmatige gezag wordt uitgesproken in een kunstmatige taal en is gericht op een kunstmatig volk. Want ondanks de aandacht voor de volkstaal, is de volkstaal allang mediataal geworden en is het volk getransformeerd tot publiek.

De microfoontaal waarmee het publiek wordt bereikt, is een doodse taal. Dialecten verdwijnen, evenals beschaafde taalvormen. Wat ervoor in de plaats komt, is een functionele taal doorspekt met Engelse termen. De Engelse literatuurwetenschapper George Steiner sprak ooit over de Duitse taal als een dode taal, want volgens hem had de Tweede Wereldoorlog en Holocaust het culturele en morele fundament weggeslagen dat nodig is om een taal levend te laten zijn. Volgens Steiner is taal iets waarin het metafysische moet kunnen doorschijnen, anders is deze taal volgens hem ongeschikt voor literatuur of poëzie. Nog weer jaren later scherpte hij deze gedachte aan in het boek Het verbroken contract. Als gevolg van het verbroken contract tussen God en mens zag Steiner alle cultuur leeglopen. Zonder God is er in de taal, volgens Steiner, geen “aanwezigheid van betekenis” die nodig is om taal en cultuur iets te laten tonen – te doen laten verschijnen.

Megafoon

De microfoon is de belichaming van deze afstand tussen God en mens. De microfoon doet niet iets of Iemand verschijnen, maar wil met een boodschap iets overbrengen – over de afstand heen tillen die ze zelf heeft gecreëerd. In de klassieke liturgie draaide de samenkomst om de werkelijkheid van God en het verschijnen van het mysterie aan de mensen waardoor er zo’n “aanwezigheid van betekenis” optrad. Juist de afstand tot het altaar, en het gebruik van het Kerklatijn bewaarde het volk als volk. Het Latijn voorkwam elke verfransing of verengelsing van de taal. Het Latijn was als “dode taal” immers geen concurrent van de volkstaal, zoals later de negentiende-eeuwse standaardtalen dat wel waren. Juist de afstand van de klassieke liturgie gaf het volk het recht om volk te zijn. Het aanschouwen sneed elke latente behoefte aan hyperreflectie of kritiek de pas af. Juist met zijn rug naar de gemeente was de priester een voorganger: een Mozes die het volk voorging en als onderdeel van het volk sprak tot en namens zijn God en Die van het volk.

De klassieke retorica beschermde het volk tegen de show. Deze retorica kende de mogelijkheid om op te komen en weer te verdwijnen; de moderne retoriek bestaat uit verkrampte pogingen om origineel te zijn omdat sprekers continu de aandacht moeten vasthouden. De originaliteit wordt steeds leger en lachwekkender; het volk kan zich niet meer aan de beuzelarij onttrekken. De band met het volk, met het leven en met de werkelijkheid is door de microfoon volledig verdwenen.

Het volk – het kerkvolk – voelt dit aan en is ontevreden. Want iedere microfoon is een megafoon. Wie overschreeuwd wordt door luidsprekers wordt zelf ook steeds rumoeriger. Wie constant op luide toon woorden over zich heen krijgt, luistert steeds minder goed naar wat er tegen hem wordt gezegd. Het spreken met gezag herstelt de orde en de stilte, maar het elektrisch versterkte geluid creëert een antigeluid: schreeuwerigheid, rumoer, onrust en ruis. Het is vreemd, maar in een tijd dat mensen geen inhoud meer kunnen geven aan hun woorden en dus niet meer echt spreken, is de algemene klacht dat mensen niet meer kunnen luisteren. Het publiek luistert niet meer, studenten niet meer, kinderen niet meer, politici niet meer, niemand meer. Want waar moet men naar luisteren? Het gaat toch niet meer om luisteren, maar om de stemmingen die bij ons aangeboord worden? En om meningen en interpretaties?

Wil de kerk weer spreken, wil het kerkvolk weer kunnen luisteren, dan zal men de microfoon het zwijgen op moeten leggen. Dankbaarheid en vrede verdragen zich niet met mondigheid en kritisch luisteren. Vervang daarom elke microfoon door een Crucifix. Wij voorspellen: de hysterie zal afnemen en de rust neemt toe. Want spreken en luisteren is wel degelijk mogelijk, maar dan wel zonder Heilige Microfoon.

Lees verder...